Testimonials

Testimonials

191 resultaten

  • Alumni in de Spotlight | Mr. André Seebregts

    Mr. André Seebregts - Strafrecht advocaat en mede-oprichter Seebregts&Saey Strafrechtadvocaten

    Met bevlogen mensen keihard werken.
    Logo Erasmus School of Law
    Met bevlogen mensen keihard werken.

    André Seebregts (1971) is strafrechtadvocaat en medeoprichter van het Rotterdamse kantoor Seebregts & Saey Strafrechtadvocaten. Hij is tevens lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (specialisten vereniging). Hij studeerde eerst economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Na het afronden van die studie heeft hij ook de studie rechtsgeleerdheid in Rotterdam afgerond, aan Erasmus School of Law.

    Economie en rechten

    André Seebregts is in feite rechten in Rotterdam gaan studeren doordat hij er eerder al was begonnen aan de studie economie. “Ik kwam naar Rotterdam voor economie, maar het leek me zeer interessant om rechten erbij te doen.” Dat het ‘zeer interessant’ was bleek snel. Je hoeft het woord ‘strafrecht’ bij Seebregts maar te laten vallen of hij veert en fleurt helemaal op. “Ik ben groot liefhebber van het strafrecht. Wat mij daarin aanspreekt is dat het semi-intellectueel is, maar daarnaast ook ‘met je poten in de modder’. Een benadering die overigens wel bij Rotterdam past. Wat mij het meest aanspreekt is het elke dag weer zorgen dat het openbaar ministerie zich aan de regels houdt.” Toch was het meer dan strafrecht alleen dat Seebregts aan rechten beviel.

    “De studie in het algemeen is mij goed bevallen, ook arbeidsrecht en ondernemingsrecht vond ik leuk. Strafrecht trok alleen meer omdat dat het échte (klassieke) advocatenwerk is. Zeker in het begin ren je van zaak naar zaak en sta je vaak te pleiten in de rechtbank. Later schuif je meer op van de ‘gestolen chokotoff’-zaken naar grotere zaken. Zo behandelt ons kantoor nu veel terrorisme zaken. In dergelijke zaken gaan de autoriteiten vaak tot het randje van hetgeen toelaatbaar is. Of er overheen. De belangen voor mensen zijn in het strafrecht enorm. Of het nou gaat om een langdurige gevangenisstraf of een uitlevering naar een ander land. Ook dat aspect spreekt me erg aan.”

    Way of life

    Seebregts is geboren in het buitenland en had ook het idee om na zijn afstuderen in het buitenland te gaan werken. Het in aanraking komen met strafrecht gooide wat dat betreft roet in het eten. “Ik wist na mijn studie dat ik in het strafrecht verder wilde. Dat ik daarvoor mijn buitenlanddroom moest opgeven had ik daar graag voor over. Het avontuur dat ik in het buitenland zocht vond ik nu in het strafrecht. Ik reis vrij veel voor mijn werk, bijvoorbeeld voor het horen van getuigen of het spreken met cliënten. Onlangs ben ik nog op verzoek van een mensenrechtenorganisatie als internationaal waarnemer aanwezig geweest bij een proces in Egypte. Ik ontmoet tijdens die reizen  veel interessante, gedreven mensen. Dat werkt inspirerend. Met bevlogen mensen keihard werken is het mooiste dat er is.” Seebregts werkt hard, maar ziet dat zelf eigenlijk niet zo. “Het is bij mij niet zo dat ik werk tot 5 uur en dan pas begin te leven, strafrecht is voor mij een “way of life”. Dat zie je wel meer bij mensen die het aardig doen in dit vak. Ik ben er continu mee bezig en dat is ook de charme van het vak.” Zijn advocaatstage van drie jaar deed Seebregts nog bij andere kantoren, direct nadat die stage erop zat, begon hij zijn eigen kantoor. “Ik had naast mijn studie al een eigen bedrijf in administratiewerkzaamheden, het ondernemen zat er bij mij dus al vroeg in.” Seebregts let in zijn aannamebeleid, los van of iemand goede cijfers haalde tijdens de studie, op wat hij de ‘can do-mentaliteit’ noemt. “Het is door de aard van de strafrechtpraktijk van belang dat advocaten geen 9 tot 5 mentaliteit hebben. Onze cliënten houden namelijk ook geen rekening met normale werktijden. Niemand die je vraagt ‘schikt het als ik aanstaande dinsdagochtend een bank overval?’ Men doet maar en wij moeten opspringen en gaan rennen. Het voordeel van ondernemer zijn is dat je zelf mag kiezen met wie je werkt”. Seebregts kantoor bestaat inmiddels vijftien jaar en hij heeft niet de ambitie om qua aantal veel groter te worden. “Acht advocaten is voor ons kantoor een mooi aantal. Je hebt voldoende kritische massa om uitstekende kwaliteit te kunnen leveren en het is toch nog overzichtelijk. De ambitie is nu vooral om nog mooiere zaken nog beter te doen.”

    Erasmus Universiteit Rotterdam

    Seebregts is zijn tijd aan de Erasmus nog niet vergeten. Dat blijkt onder andere uit het feit dat zijn kantoor in Rotterdam is gevestigd, maar het kantoor is ook een official partner van Erasmus School of Law. Seebregts zegt daarover: “Ik heb een goede opleiding genoten aan de EUR en heb er ook een mooie tijd gehad. We vinden het ook van belang dat studenten zo goed mogelijk worden opgeleid. En ik blijf vanuit de praktijk natuurlijk nieuwsgierig naar het niveau van de alumni van Erasmus School of Law. De helft van de advocaten van ons kantoor hebben aan Erasmus School of Law gestudeerd.” Over wat Seebregts aan huidige studenten wil meegeven is hij heel duidelijk: “Kies wat je leuk vindt, werk hard en zorg dat je met bevlogen mensen werkt.”

    Publicatiedatum: 14 juli 2014

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Mr. dr. Vincent Mul

    Vincent Mul - Senior rechter Rechtbank Rotterdam

    Kijk goed rond, ga zien dat het ook anders kan en neem dan de juiste beslissing.
    Vincent Mul
    Kijk goed rond, ga zien dat het ook anders kan en neem dan de juiste beslissing.

    Mr. dr. Vincent Mul is vice-president van de Rechtbank Rotterdam. Daarvoor was hij werkzaam als docent/onderzoeker aan Erasmus School of Law. In die tijd promoveerde hij op het proefschrift ‘Banken en Witwassen’ bij prof. Hans de Doelder. Die had hij dan weer leren kennen toen De Doelder decaan was en Mul studentbestuurslid van de faculteit, tijdens zijn studie rechten. Uiteindelijk zei Mul in 2005 de faculteit toch vaarwel, om voltijds als rechter aan de slag te gaan.

    Maatschappij

    Vincent Mul is niet gaan studeren met een duidelijk toekomstbeeld. “Ik had meerdere interesses en dat leidde er ook toe dat ik mij voor meerdere studies had ingeschreven. Mijn betrokkenheid bij de maatschappij maakte dat ik uiteindelijk voor rechten koos.” Waar de keuze voor rechten duidelijk behoorlijk goed overdacht is, bleek de keuze voor Rotterdam een veel pragmatischere grondslag te hebben: “Rotterdam was dichtbij waar ik woonde en ik vond het leuk om nog een tijd bij mijn ouders te blijven wonen.”

    Dat de keuze voor Rotterdam eentje was die praktisch gestuurd was betekent niet dat de keuze niet beviel. “Het is me uitstekend bevallen. Ik heb er uiteindelijk zes jaar gestudeerd en ben in die tijd ook lid geweest van het faculteitsbestuur. Een functie die me redelijk wat tijd kostte. Na mijn tijd op het faculteitsbureau mocht ik aan de slag als student-assistent van prof. Hans de Doelder. Als je me vraagt wat me is bijgebleven dan zou ik moeten zeggen dat ik het toch wel bijzonder vind bij de laatste lichting van prof. Ter Heide te horen, alvorens hij letterlijk stierf in het harnas. Hij overleed in de lift op weg naar een college. Dat maakte wel indruk op me. Daarnaast waren er in die tijd wel meer bijzondere dingen. Zo hadden we een hoogleraar Staatsrecht, Van Maarseveen, die anarchist was.”

    Mijn tip: “Denk serieus na over een togaberoep, dat ligt het meest in het verlengde van de studie. Maar ga ook buitenspelen. Bekijk hoe het ook anders kan en neem dan de juiste beslissing.”

    .

    Strafrecht

    Hoewel Mul eerst in de richting van het privaatrecht ging, trok het strafrecht hem al snel meer. Zo schreef hij een scriptie over de strafrechtelijke aspecten van de fusie. Na het afstuderen bleef hij zoals hij het zelf zegt ‘hangen’ bij strafrecht. Hij werkte veel samen met prof. De Doelder, die hem vervolgens ook aanraadde te gaan promoveren. Dat wilde Mul wel, maar dan niet fulltime. Dat resulteerde erin dat Mul naast zijn promotie aan de slag ging voor het Erasmus Centre for Penal Studies (ECPS). “Binnen het ECPS haalden we fondsen op voor de faculteit door middel van extern gefinancierde klussen. Zo gaven we veel cursussen aan politie en justitie en deden we behoorlijk wat advieswerk.”

    Na de afronding van zijn proefschrift in 1999 werd Mul al snel rechter-plaatsvervanger. In 2005 volgde de overstap naar de rechterlijke macht. “Het was wel lastig om na achttien jaar afscheid te nemen van de universiteit. De collage van mijn afscheidsfeestje hangt daarom nog altijd op mijn werkkamer. Daar staat tegenover dat ik wel iets heel leuks ging doen. Mijn werk als rechter voelt nog net wat echter dan het werk op de universiteit. Daar kan je nog wel een foutje maken, zij het beperkt. Hier is dat totaal anders. Datzelfde geldt voor deadlines, die moeten gehaald worden. Punt. De impact van je werk is heel anders. Dat maakt het uitdagend en leuk. Ik heb er nog geen seconde spijt van gehad.”

    Buitenspelen

    Aan rechtenstudenten wil hij dan ook het volgende meegeven: “Denk serieus na over een togaberoep, want dat ligt het meest in het verlengde van de studie. Maar ga ook ‘buitenspelen’. Kijk goed rond, ga zien dat het ook anders kan en neem dan de juiste beslissing.”

    Publicatiedatum: 31 juli 2014
    Aangepast: 26 april 2018

    Vincent Mul
  • Alumni in the Spotlight | Mr. Martijn Snoep

    Mr. Martijn Snoep - Partner en voormalig Managing Partner De Brauw Blackstone Westbroek

    Het belangrijkste is dat je het recht écht leuk vindt.
    Logo Erasmus School of Law
    Het belangrijkste is dat je het recht écht leuk vindt.

     Martijn Snoep (1968) is nadat hij klaar was met zijn studie nog een jaar gebleven aan Erasmus School of Law (ESL), om te werken aan een proefschrift. Na dat jaar waarin hij "verdronk in eenzaamheid" is hij aan de slag gegaan bij De Brauw, waar hij tijdens zijn studie ook al gewerkt had. Inmiddels is hij daar voorzitter van het bestuur of te wel managing partner geweest en is hij nu weer teruggekeerd naar zijn juridische praktijk als partner.

    Horeca imperium

    Martijn Snoep was geen typische student, waar hij ook geen typische middelbare scholier was. Hij ging naar school in Hoorn en wilde helemaal niet studeren. Zijn doel was om de horeca in te gaan. Ondernemingsgezind als hij al op jonge leeftijd was wilde hij niet één café, maar dan wel gelijk een horeca imperium. Een gesprek met zijn favoriete docent geschiedenis en tevens decaan op school bracht hem echter op een ander spoor. Voordat hij een definitief besluit zou nemen ging hij eerst naar een middelbare school in Amerika. En zo geschiedde. Na afronden van zijn 'high school' kreeg Snoep echter geen beurs voor een goede universiteit, waardoor hij door geldgebrek terug moest naar Nederland. Tegen iedereen die het horen wilde had Snoep echter geroepen "nooit meer terug naar Nederland te komen." Hij zocht dus een plek waar hij in relatieve anonimiteit kon studeren. De keuze voor rechten kwam voort uit zijn periode in Amerika. Daar deed Snoep veel aan debatteren en de jury's daar, veelal bestaande uit advocaten, meende dat hij talent had voor de advocatuur. Daarnaast heeft Snoep altijd een belangstelling voor sociale wetenschappen gehad. Door die twee factoren kwam Snoep in Rotterdam terecht.

    Ontzettend leuk

    Snoep omschrijft de rechtenstudie in Rotterdam als een "ontzettend leuke studie, gelijk vanaf het eerste moment." De vrijheid en de sociaalwetenschappelijke inslag spraken hem enorm aan. Het is ook daarom dat hij vakken die daarover gingen (bijvoorbeeld Europese integratie, rechtstheorie, rechtssociologie en rechtseconomie) leuker vond dan de specifiek juridische vakken. Twee docenten springen er voor Snoep uit. Allereerst professor Ter Heide, die het vak inleiding tot de rechtswetenschap gaf. "Een echt heel inspirerende man, die het recht liet leven en de basis gelegd heeft over hoe ik nu nog naar het recht kijk en een juridische casus benader. Ter Heide vertelde in zijn colleges vooral verhalen en bracht die dan in een juridisch-maatschappelijke context. In de werkgroepen werden de colleges uitgewerkt waarbij je werd uitgedaagd om, zoals dat toen werd genoemd, Zelfstandig, Kritisch en Kreatief na te denken.” Daarnaast is professor Ter Kuile van grote invloed geweest op de carrière van Snoep. Ter Kuile was hoogleraar Europees institutioneel recht aan ESL, maar ook partner bij De Brauw. Snoep haalde een 10 voor een mondeling tentamen bij Ter Kuile en kreeg vervolgens het aanbod om als student-assistent bij hem aan de slag te gaan. Niet veel later kreeg hij de vraag of hij ook wat klusjes voor Ter Kuile bij De Brauw wilde doen. "Ik zei ja en ben nooit meer weggegaan". Via de advocatenstage, een medewerkerspositie en een jaar detachering bij één van de beste advocatenkantoren in New York werd Snoep in 2000 partner. Tien jaar later werd hij managing partner. Nog altijd haalt hij veel voordeel uit zijn studietijd in Rotterdam. Zo heeft Snoep in Rotterdam geleerd kritisch en onafhankelijk te zijn. Door zijn keuze voor de vrije studierichting was er relatief weinig aandacht voor juridische techniek, maar die heeft hij snel genoeg in de praktijk kunnen leren: “Een cliënt wil bovendien geen uitleg of beschouwing op een bepaald wetsartikel, maar wil gewoon een oplossing voor zijn probleem.” Daar komt meer bij kijken dan alleen juridische techniek. Juist een goed begrip van de maatschappelijke context van het recht is van belang om een goede juridische dienstverlener te worden.

    Blijf nieuwsgierig

    Snoep wil aan studenten meegeven dat je nieuwsgierig moet blijven. Zoek in je studie wat je leuk vindt en richt je daar maximaal op. Besteed daarnaast vooral ook voldoende aandacht aan de studie zelf. Dingen naast de studie doen zijn leuk en soms belangrijk, maar veel van de vaardigheden die je daarmee opdoet kun je later ook nog opdoen. Zoveel tijd als je tijdens je studie krijgt om dingen te bestuderen krijg je echter nooit meer. Voor studenten die dromen van een baan bij De Brauw heeft Snoep ook een tip. “We kijken of iemand een sprankeling in zijn ogen krijgt als die over het recht spreekt. Uiteindelijk is het namelijk het belangrijkste dat je het recht ook écht leuk vindt.”

    Publicatiedatum: 20 februari 2014
    Aangepast: 1 januari 2015

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the Spotlight | Mr. Isabelle Spindler

    Mr. Isabelle Spindler - Regional sales director Heineken

    Je carrière duurt je hele leven.
    Logo Erasmus School of Law
    Je carrière duurt je hele leven.

    Isabelle Spindler (1966) heeft geen juridisch inhoudelijke, maar een commerciële carrière. Na haar afstuderen heeft ze bij Nutricia en Bols gewerkt in marketing en sales banen. Sinds 2000 is ze werkzaam voor Heineken in verschillende commerciële banen en sinds oktober 2013 als Regional Sales Director Central & Eastern Europe. Zij studeerde rechten, aan Erasmus School of Law (ESL). Isabelle Spindler is ‘in Rotterdam gaan studeren zonder hier heel goed over te hebben nagedacht., Ze woonde in Capelle en het was dichtbij en ook al haar vrienden studeerden daar. In eerste instantie wilde ze overigens niet gaan studeren, maar haar eigen drogist openen. Ze is zelfs begonnen aan haar drogisterijopleiding, maar omdat die te simpel bleek en ze inmiddels inzag hoe leuk studeren was, heeft ze de studie rechten opgepakt.

    Commerciële wereld

    De studie is haar goed bevallen. Ze heeft veel (vooral bedrijfsjuridische en economische) extra vakken gedaan en heeft ook een aantal vakken op andere universiteiten gevolgd. Ze heeft er altijd naast gewerkt bij de SIR (voorzitster) en in een drogisterij Tijdens haar rechten studie realiseerde ze zich dat ze naar de commerciële wereld wilde. Daarom heeft ze ook Werkcollege Commerciële Beleidsvorming gedaan aan de Economische Faculteit van de EUR. Dat betekent overigens niet dat ze niet in de juridische wereld heeft rondgekeken. Ze heeft een stage bij een advocatenkantoor gedaan en is zelfs op uitwisseling naar Schotland geweest, om daar stage op een advocatenkantoor te lopen.

    "Dat beviel niet, maar door daar te kijken kon ik dat pas ervaren." Na haar afstuderen is ze inderdaad de commerciële wereld ingegaan, inmiddels werkt ze als Regional Sales Director centraal en Oost-Europa bij Heineken. Dat houdt in dat ze verantwoordelijk is voor de wijze waarop verkoop in 10 verschillende landen wordt bedreven, in de verschillende kanalen (o.a. supermarkten en horeca) en welke resultaten hierdoor behaald worden.

    Jaarclub

    Hoewel haar werk niet specifiek juridisch inhoudelijk is, heeft ze toch veel aan haar studie in haar werkzaamheden. Zo kan ze goed overweg met contracten. Ook is mededingingsrecht heel belangrijk in haar werk. "De studie is de basis, het leert je op een bepaalde manier te denken. Het stelt je in staat stof snel tot je te nemen en hoofd- van bijzaken te onderscheiden." Ze heeft ook nooit spijt gehad van haar studiekeuze. Ze werd lid van Laurentius en gaat nog steeds maandelijks uit eten met haar jaarclub en eens in de 2,5 jaar op reis. "Dat is volgens mij redelijk uniek." Aan studenten wil Spindler meegeven “dat het belangrijk is te luisteren naar wat je zelf wilt, naar je gevoel. Zodra je door hebt wat je wilt, bedenk dan een manier om daar te komen. Focus je daarnaast op het hier en nu, op je huidige baan. Laat je niet gek maken door collega's die misschien net even sneller gaan. Je hebt tijd nodig om ervaring op te doen en je carrière duurt je hele leven. En als laatste tip: blijf je altijd ontwikkelen, zowel qua kennis als qua gedrag en competenties."

    Publicatiedatum: 6 maart 2014

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Drs. Saskia J. Stuiveling

    Drs. Saskia J. Stuiveling - Voormalig President Algemene Rekenkamer

    De combinatie van theorie en praktijk maakt je waardevol.
    Logo Erasmus School of Law
    De combinatie van theorie en praktijk maakt je waardevol.

    Saskia J. Stuiveling (1945) is president van de Algemene Rekenkamer. Na haar afstuderen heeft ze even een eigen advies- en organisatiebureau gehad, waarna ze organisatie adviseur van de gemeentes werd. Vervolgens werd ze  in 1975 beleidsmedewerker van  burgemeester Van der Louw van Rotterdam en in 1981 was ze kort staatssecretaris in het kabinet Van Agt II. Ze werd daarna coördinator van de parlementaire enquête naar het scheepsbouwbedrijf Rijn-Schelde-Verolme (RSV), de eerste na-oorlogse parlementaire enquête gericht op waarheidsvinding. Na dit coördinatorschap werd ze in 1984 lid van de Algemene Rekenkamer. In 1999 werd ze president van dit Hoge College van Staat en dat is ze tot mei 2015 nog geweest. Stuiveling studeerde bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), maar ze begon in 1964 met de studie rechten aan wat toen nog de Nederlandse Economische Hoogeschool (NEH) was.

    Geen mr.

    Aan het begin van het interview drukt Stuiveling meteen op het hart dat ze technisch gezien de rechtenstudie niet helemaal afgerond heeft. “Ik heb alleen de scriptie niet gedaan, maar ik heb nog altijd de ambitie om de studie helemaal af te ronden.” Eerder was er ook in het contact met een medewerker van Stuiveling verwarring ontstaan: ‘Volgens mij heeft Stuiveling bedrijfskunde gestudeerd.’ En dat terwijl Stuiveling ooit voor rechten naar Rotterdam is gekomen. Hoog tijd om weer contact op te nemen dus. Hoewel geboren in Het Gooi, zijn de banden met Rotterdam sterk aanwezig. “Mijn moeder is Rotterdamse en mijn grootouders woonden er. Grootvader was rechter in Rotterdam.

    Tijdens de oorlog was hij eigenlijk de president van de rechtbank –zo werd hij zelfs in de wandelgangen genoemd- maar formeel hadden de Duitsers een NSB’er tot president benoemd. Grootvader was een belangrijke man in mijn leven, zeker toen mijn grootouders later naar Hilversum verhuisden. Ik lunchte in die tijd zeker tweemaal per week daar, want zij woonden het dichtst bij mijn middelbare school. Toen ik hoorde dat het mogelijk was om rechten in Rotterdam te studeren voelde het voor mij meer dan logisch dat te gaan doen.”

    Pionieren

    Stuiveling behoort tot de eerste generatie rechtenstudenten uit Rotterdam, daar de opleiding pas een jaar eerder (in 1963) begonnen was. “Ik werd lid van de RVSV, want alle meisjes werden daar lid van en ik ging wonen in de (eerste!!) meisjesunit aan het Haringvliet. Wat ook bijzonder was is dat we in die tijd pas toegelaten werden tot de studie na een gesprek met een aantal hoogleraren. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.” De studie is uitstekend bevallen. “We waren een echt pioniersploegje. We speelden een rechtbank na, bezochten gevangenissen, deden al die dingen die studeren leuk maken. Rotterdam was toen erg organisatiegericht en niet per se alleen gericht op het juridische. Het accent lag op de praktijk en we werden als juristen vooral opgeleid voor het bedrijfsleven en pas later ook voor de strafrechtketen.” Eind jaren ’60 ging Stuiveling aan de slag als assistent bij prof. Langman. Die was ook rector van de stichting Bedrijfskunde die  een postdoc opleiding verzorgde. Binnen de stichting was een groeiende behoefte aan een basisopleiding bedrijfskunde, dus die werd opgezet. Stuiveling werd ingezet als secretaris van de bouwgroep van de nieuwe studie. Tijdens haar werkzaamheden raakte ze zo geïnspireerd dat ze besloot de studie zelf te gaan volgen.

    Privaat – Publiek 

    Stuiveling was de enige vrouw in de eerste groep studenten van dertig. “Eén van de twee á drie die wisten niet het bedrijfsleven in te willen. Ik ben de studie gaan doen met het idee dat de publieke sector veel kan leren van de private sector.” Vanuit die gedachte startte ze na haar afstuderen ook haar eigen onderneming. “Ik was ongeveer de enige organisatieadviseur in Nederland die de publieke sector vanuit een marktbenadering bekeek. Voor het eerst kwamen de mensen in die sector in aanraking met iets als een business plan en het idee dat je vooruit kan denken en jezelf doelen kan stellen. Ik kreeg zoveel complimenten dat ik dacht: dit is niet goed voor me, hier moet ik snel als solo weer mee ophouden. Toen ben ik om het handwerk te leren in dienst gegaan van een organisatieadvies bureau gespecialiseerd op de lagere overheden.” Na een aantal functies te hebben bekleed in de publieke sector (zie hiervoor) is Stuiveling maar liefst zestien jaar President van de Algemene Rekenkamer geweest. Wat is haar geheim? “In de functie die ik als laatste had is elke dag anders. Het is denk ik het beste te vergelijken met hoofdredacteur van een krant, iedere dag is er iets nieuws en daar moet je wat mee. Ik heb het in deze functie goed naar mijn zin gehad. De context verandert snel, we zijn hard bezig daar op in te springen en dat begint zich aardig te ontwikkelen. Ik blijf van mening dat er in de publieke sector veel te leren valt van de private sector. Ik heb altijd gezegd dat de samenleving, als “aandeelhouder” van de publieke zaak een minstens zo goede behandeling verdienen als aandeelhouders van een private organisatie.”

    Opgestroopte mouwen

    Stuiveling ziet de EUR als de “universiteit van de opgestroopte mouwen. Je leert er met de praktijk om te gaan.” Aan studenten geeft Stuiveling mee “dat je altijd hard moet werken, kom daarbij ook achter je bureau vandaan. Voel je vooral niet beter dan mensen die werken met de handen. Je kunt alleen maar het werk doen dat je doet bij de gratie dat andere mensen met hun handen werken. Zoek tot slot altijd een mooie balans tussen theorie en praktijk. Die combinatie maakt je waardevol.” ESL-alumna Saskia J. Stuiveling is op donderdag 20 april 2017 overleden. Zij was 71 jaar oud.

    Publicatiedatum: 8 juli 2014
    Aangepast: 14 december 2015

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the Spotlight | Mr. Jeroen Terstegge

    Mr. Jeroen Terstegge - Advocaat Fusies en overnames Ploum Lodder Princen

    Het is belangrijk dat je voldoende voldoening uit het werk zelf haalt.
    Logo Erasmus School of Law
    Het is belangrijk dat je voldoende voldoening uit het werk zelf haalt.

    Jeroen Terstegge (1978) studeerde in 2007 af in de richting privaatrecht aan Erasmus School of Law. Eerder voltooide hij zijn studie Bedrijfskunde aan de Rotterdam School of Management (RSM). Hij is als advocaatmedewerker werkzaam op de sectie Ondernemingsrecht bij Ploum Lodder Princen, daarnaast is hij als buitenpromovendus nog altijd verbonden aan Erasmus School of Law.

    Conservatorium

    Jeroen behoort niet tot de categorie mensen die al op hun zesde een te groot zwart overhemd van hun vader aantrok en met een wit slabbetje tegenover zijn moeder stond te bepleiten waarom er die avond toch echt beter pannenkoeken in plaats van aardappels en groenten op het menu konden staan. Hij had juist het plan om als altviolist zijn boterham in de muziek te gaan verdienen. Nadat hij was aangenomen op het conservatorium en daar een jaar studeerde bleek echter dat, zoals hij het zelf zegt, “het talent niet matchte met de ambitie”. Hij besloot dan ook zijn blik alsnog te verleggen. Via een studie Bedrijfskunde aan RSM kwam hij uiteindelijk op de studie Rechten aan Erasmus School of Law terecht. Van zijn studie aan Erasmus School of Law herinnert Jeroen zich vooral de ‘geweldige’ colleges van prof. Winkel en prof. Lindenbergh. Ook de master is hem goed bevallen: de kleinschaligheid, het directe contact met docenten en de combinatie met de praktijk. Hij vond het een fijne faculteit om aan te studeren.

    Advocatuur

    Het duurde even voor Jeroen wist wat hij na zijn studie wilde doen. Uiteindelijk bracht een bijbaan op een advocatenkantoor in Den Haag hem op het juiste spoor. Bij Ploum Lodder Princen in Rotterdam houdt hij zich nu vooral bezig met de advisering van ondernemers en bedrijven op het gebied van ondernemingsrecht en met het begeleiden van fusies en overnames. Hoewel hij advocaat is, komt hij dus niet vaak in de rechtszaal. Dat is gelijk zijn advies aan Erasmus School of Law studenten: “advocaat is een overkoepelende term. Er zitten grote verschillen tussen wat verschillende advocaten qua werk doen. Verdiep je daar goed in voordat je gaat solliciteren.”

    Veel mr. in de rechten op de markt

    De juridische basis die Jeroen meekreeg van Erasmus School of Law was goed. “Verder leer je het werken met het recht in de praktijk. Tijdens de studie krijg je vaardigheden mee zodat je je in sneltreinvaart dingen eigen kunt maken. In die zin is de studie vormend.”. Hij ziet de juridische studie dan ook als een goede startkwalificatie. Rechten mag dan een goede startkwalificatie zijn, er komen wel veel mr. in de rechten op de markt. Een gemiddelde van een zes of een zeven tijdens je studie beperkt dan je keuze op de arbeidsmarkt. “Je moet onderscheidend vermogen hebben door iets extra’s naast je studie te doen, zeker voor de advocatuur. Dus niet alleen een focus op de studie, ook een bredere blik.” Hij beseft dat dit tegenwoordig lastig is, omdat studenten in een hoog tempo moeten studeren en vaak uit noodzaak ook een bijbaan hebben.

    Oriënteer je en kijk wat bij je past

    Jeroen wil aan studenten meegeven dat het goed is om een studentstage te lopen, als je de advocatuur in wil. “Het beste is om dat bij verschillende soorten kantoren te doen, zodat je ontdekt wat je leuk vindt en vooral wat bij je past. Probeer op die manier een goed beeld te krijgen. Het is belangrijk dat je je werk leuk en interessant vindt en dat je voldoening uit je werk haalt. Uiteindelijk is dat toch hetgene waar je het grootste gedeelte van de week mee bezig bent.”

    Publicatiedatum: 17 februari 2014

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the Spotlight | Mr. drs. Paul Tjiam

    Mr. drs. Paul Tjiam - Advocaat De Brauw Blackstone Westbroek

    De typisch Rotterdamse 'no-nonsense' mentaliteit wordt in de praktijk zeer gewaardeerd.
    Logo Erasmus School of Law
    De typisch Rotterdamse 'no-nonsense' mentaliteit wordt in de praktijk zeer gewaardeerd.

    Paul Tjiam (1981) is sinds zijn afstuderen in 2009 advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam, waar ESL alumnus Martijn Snoep managing partner is. Hij heeft zich gespecialiseerd in intellectueel eigendom en media recht. Tjiam studeerde in twee opleidingen aan Erasmus School of Law (ESL) af: rechtsgeleerdheid (master ondernemingsrecht) en criminologie. Samen met Karin de Jong en Edwin de Wit richtte hij de studievereniging Criminologie In Actie (CIA) op. Daarnaast was hij twee jaar studentbestuurslid aan de faculteit, een functie die Steven Hijink en Martijn Roos ook hebben bekleed. In rechtsgeleerdheid studeerde hij cum laude af. Alsof dat nog niet genoeg was volgde hij ook de studie algemene cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit. Ook deze studie rondde hij cum laude af.

    AMFI

    Paul Tjiam was niet altijd een cum laude student. Sterker, toen hij zijn gymnasium afrondde aan het Stanislas College in Delft had hij één zeven op zijn lijst en dat was meteen zijn hoogste cijfer. Na zijn afstuderen wilde Tjiam dan ook niet per se aan de universiteit studeren. “Doordat ik uit Delft kom associeerde ik studeren vooral met TU-studenten. Destijds was dat niet direct mijn ideaalbeeld. Daardoor had ik – ten onrechte blijkt achteraf – weinig op met de universiteit.” Tjiam probeerde het leger in te komen, maar kwam niet door de tests heen. Vervolgens koos hij om aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) te studeren, omdat hij al van jongs af aan geïnteresseerd is in mode en kleding. Tjiam was niet helemaal op zijn plek aan het AMFI.

    “Ik merkte al snel dat ik theoretisch beter ben dan met mijn handen. Ik heb altijd de drang gehad om de beste te zijn, dat lukte daar niet. Daarbij zei een docent al na één maand tegen mij dat ik naar de universiteit moest.” Toch behaalde Tjiam eerst zijn propedeuse alvorens hij de studie vaarwel zei. Vervolgens ging Tjiam acht maanden in een weeshuis in Indonesië in de buurt van zijn familie werken om “wat tijd voor reflectie” te hebben. “Dat was vrij heftig. Je moest je wassen vanuit een emmer, ik leerde Indonesisch spreken en drie keer per dag rijst te eten. Het was wel een mooie en bijzondere tijd.”

    Indonesië 

    Tijdens zijn tijd in het weeshuis had Tjiam al besloten dat hij bij terugkomst in Nederland naar de universiteit wilde, maar wist nog niet welke studie. Zijn moeder stuurde hem geregeld studiekeuzegidsen toe. In één van die gidsen stond de studie criminologie aan de Erasmus Universiteit. “Het eerste jaar van die studie kon je kiezen voor een jaar sociologie. Ik was toen een veel grotere wereldverbeteraar dan nu en was daarom geïnteresseerd in de maatschappij. Waarom werken bepaalde aanpakken in bepaalde wijken wel en in andere niet? Vandaar dat ik via een jaar sociologie voor criminologie koos.” Eerder had Tjiam al een jaar in Amsterdam gestudeerd, waarom koos hij er dan voor om criminologie in Rotterdam te studeren? “Criminologie was een vrij nieuwe studie en werd in de folder als ‘uniek’ omschreven. Ik had daarom het idee dat je die studie alleen in Rotterdam kon doen. Tijdens de Eurekaweek leerde ik Rotterdam kennen en dat vond ik in eerste instantie niks. Ik kraakte de stad dan ook alleen maar af. Toen kreeg ik van een van mijn nieuwe medestudenten de vraag waarom ik de studie dan niet in Amsterdam ging doen. Op dat moment kwam ik erachter dat die mogelijkheid er blijkbaar was. Doordat ik me al ingeschreven had in Rotterdam en daar ook een kamer had, besloot ik te blijven. Daar heb ik achteraf geen moment spijt van gehad.”

    Pragmatisch en ambitieus

    Via criminologie kwam Tjiam in aanraking met rechtsgeleerdheid. “Materieel strafrecht was daarin het keerpunt, dat vond ik echt leuk. Ik dacht in die tijd –ook omdat ik al wat ouder was misschien– al wat pragmatischer. Ik wilde naast mijn studies criminologie en algemene cultuurwetenschappen mijn baankansen vergroten en daarom koos ik voor rechtsgeleerdheid. Dat bleek een schot in de roos. Professoren als Loth (inleiding tot de rechtswetenschap), Winkel (rechtsgeschiedenis), Nuytinck (privaatrecht) en Van Mierlo (burgerlijk procesrecht) raakten mij echt. Hun colleges waren eigenlijk anderhalf uur durend gratis entertainment.” Het was Van Mierlo (tevens advocaat en partner bij NautaDutilh) die Tjiam het duwtje naar de advocatuur gaf. “Ik deed in die tijd veel business courses en kwam toen ineens in aanraking met studenten die net zo ambitieus zijn als ik ben. Ook was ik onder de indruk van de uitstraling van de Zuidas. Ik besloot toen advocaat te willen worden bij een groot kantoor vanwege de kwaliteit en het hoge ambitieniveau. Ook hier kwam weer die drang om de beste te zijn dus boven.” Uiteindelijk solliciteerde Tjiam bij De Brauw, waar hij werd aangenomen. Dat bevalt heel goed. “Dit is een fantastische werkplek. De mensen hier zijn enorm slim en ambitieus. Wat ons bindt is een enorme liefde voor het recht. Daarnaast werken er bij het kantoor veel hoogleraren en advocaten die de absolute autoriteit zijn op hun vakgebied. Zij schrijven de handboeken voor studenten en de praktijk en zijn  vaste redacteur van Tekst & Commentaar. Dat zijn dus de mensen die het recht écht kneden. Het is voor iedere jurist genieten om met die mensen te mogen werken.”

    No-nonsense

    Aan studenten wil Tjiam meegeven dat je echt heel veel profijt kunt hebben van het doen van meerdere studies. “Het maakt je bewuster en er vindt kruisbestuiving tussen de studies plaats. Je blik wordt verbreed. Niet alleen academisch, maar je leert ook beter wat je wilt in het leven. Het komt dus je persoonlijkheid en je kennis ten goede. Je ontwikkelt een visie op de wereld en je groeit als mens. Daarnaast bevordert het natuurlijk ook je kansen op de arbeidsmarkt.” Tot slot wil Tjiam graag nog opmerken dat hij “erg positief” is over de faculteit en over de Rotterdamse studenten die via kantoorbezoeken langskomen bij De Brauw. “Rotterdamse studenten staan er ook goed op in de praktijk. Ik heb nog nooit iemand zich negatief horen uitlaten over studenten van Erasmus School of Law. Sterker, de typisch Rotterdamse ‘no-nonsense’ mentaliteit die de studenten uit Rotterdam meekrijgen wordt zeer gewaardeerd.”

    Publicatiedatum: 20 juni 2014

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the Spotlight | Prof. mr. Mop van Tiggele-van der Velde

    Prof. mr. Mop van Tiggele-van der Velde - Hoogleraar verzekeringsrecht Erasmus School of Law

    Het mooiste is als studenten in zichzelf blijven geloven.
    Mop Van Tiggele
    Het mooiste is als studenten in zichzelf blijven geloven.

    Professor Mop van Tiggele (1967) werkte na haar afstuderen aan Erasmus School of Law negen jaar als senior-gerechtssecretaris bij de Rechtbank Rotterdam en daarna twee jaar als juridisch adviseur bij Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. Vanaf 2002 was zij als universitair docent verbonden aan het Verzekeringsinstituut aan de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar zij vanaf 2004 aan een proefschrift over ‘bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht’ heeft gewerkt. Op 20 juni 2008 is zij op dit onderwerp gepromoveerd. Dertien dagen na haar promotie voerde zij haar benoemingsgesprek met de Rector Magnificus en werd zij hoogleraar verzekeringsrecht in Nijmegen, een functie die zij combineerde met haar werk voor het Verzekeringsinstituut. Sinds 2012 is ze ook in Rotterdam hoogleraar verzekeringsrecht, als opvolger van professor Han Wansink.

    Gepaste Rotterdamtrots

    Professor van Tiggele is een echte Rotterdamse en koos heel bewust voor Rotterdam. Anders dan veel studenten nu wilde zij graag thuis blijven wonen. “Erasmus betekent echt wat voor me, mijn vader werkte tijdens mijn studie toevallig als sloper (renovatiesloop) in het Tinbergen Building. Ik heb sowieso een gevoel van ‘gepaste Rotterdamtrots.’ Ik kom uit het Oude Noorden en werkte 3,5 dag per week op Dansacademie de Klerk, een begrip in Rotterdam.” Van Tiggele was de eerste die ging studeren uit haar familie. Na haar vwo heeft zij eerst een jaar de secretaresseopleiding gedaan. “Mijn vriendje moest eerst een jaar in dienst en op deze manier konden we tegelijk gaan studeren. Hij koos voor economie, ik voor rechten.”

    Hoewel Van Tiggele zelf toegeeft dat dit wel heel ‘zoet’ klinkt, bleek het wachten het wel waard, want haar vriendje van toen is haar man van nu. Maar waarom koos Van Tiggele na een jaar wachten dan voor rechten in plaats van economie? “De studie paste goed bij mijn taalgevoel. Wat me verder aansprak, was dat ik zou leren hoe het zit, wat je wel en niet mag. Daar ben ik wel van teruggekomen, aangezien iedere jurist weet dat ‘hoe het zit’ afhangt van de omstandigheden van het geval.”

    Geen verzekeringsrecht

    Van Tiggele heeft de studie als een “leuke, prima studie” ervaren. Ze vond het vooral leuk dat je de ruimte had veel keuzevakken te doen, iets wat nu minder is. Veel van die keuzevakken koos ze met het oog op een carrière bij de rechtbank, een carrière die ze later ook gehad heeft. Ze schreef haar scriptie bij Jolande Uit Beijerse, die later haar achternicht bleek te zijn. Wat vooral opvalt aan haar studietijd is dat zij “heel wel overwogen” niet het vak verzekeringsrecht heeft gevolgd tijdens haar studie, terwijl dat nu haar leerstoel is. Tijdens haar werk voor Allianz heeft ze dit vak ingehaald. Door toeval kwam ze bij Allianz terecht. “Ik reageerde op een vacature, maar de mevrouw met wie ik sprak dacht dat ik beter ergens anders paste. Ik werd doorverbonden, mocht langskomen en de volgende dag werkte ik bij Allianz.” Op dezelfde toevallige manier kwam ze terug bij de faculteit. “Met toestemming van Allianz volgde ik het eerder niet gevolgde vak verzekeringsrecht. Daar bleken ze een vacature voor docent te hebben en bij het inleveren van mijn tentamen werd ik daarvoor gevraagd.” Daar zei Van Tiggele volmondig ‘ja’ op: “ik heb al mijn hele leven docent willen zijn. Op de dansschool vroeger gaf ik al vanaf mijn 15e les. Ik kan me goed inleven in het niveau van mijn studenten en probeer ze structuur te bieden. Vervolgens daag ik ze uit het toe te passen op een (moeilijke) casus. Ik vind onderwijs écht leuk.”

    Rotterdamse gereedschap

    Via een toevallige omweg de wetenschap in en dan ook nog als eerste uit de familie die ging studeren na haar promoveren gelijk hoogleraar, je zou er jaloers van kunnen worden. Toch gun je het Van Tiggele van harte, door haar vriendelijke uitstraling en de manier waarop ze (zoals ze het zelf zegt) in haar eigen ‘gekkigheid’ is blijven geloven. Zelf zegt ze: “wat ik mooi vind is dat ik met mijn eigen Rotterdamse gereedschap eigenlijk alles kan. Als je maar met structuur werkt en problemen kunt analyseren kun je van een leeg scherm een boek maken. Het is niet altijd makkelijk, het is ook hard werken. Wat ik dan nodig heb is dat ik het even kan laten rusten, dan lukt het uiteindelijk allemaal.” Op de vraag wat Van Tiggele aan studenten wil meegeven moet ze even nadenken. Dan zegt ze: “het mooiste is als studenten in zichzelf blijven geloven. Blijf in je kracht geloven en wijk niet teveel van jezelf af omdat je denkt dat het zo moet. Dat heb ik ook niet gedaan.” Daarnaast geeft Van Tiggele aan dat ze het fijn vindt om studenten persoonlijk te leren kennen en dat ze het ook mooi vindt aan de master Aansprakelijkheid & Verzekering dat die mogelijkheid daar is. Tot slot wil ze nog aangeven dat “het een fijne universiteit is hier, met een mooi combinatie tussen theorie en praktijk.”

    Publicatiedatum: 9 april 2014

    Mop Van Tiggele
  • Alumni in the Spotlight | Prof. mr. Han Wansink

    Prof. mr. Han Wansink - Emeritus hoogleraar Verzekeringsrecht

    De wijze waarop de stof tegenwoordig behandeld wordt is veel leuker dan in mijn tijd.
    Logo Erasmus School of Law
    De wijze waarop de stof tegenwoordig behandeld wordt is veel leuker dan in mijn tijd.

    Professor Han Wansink (1946) is emeritus hoogleraar Verzekeringsrecht. Op een uitstapje van een paar jaar bij een verzekeringsmaatschappij in Amsterdam en een half jaar bij een verzekeringsmaatschappij en een advocatenkantoor in New York na is professor Wansink zijn hele werkzame carrière in dienst van Erasmus School of Law geweest. Ook zijn studie heeft hij in Rotterdam genoten. Daarnaast werd hij in 2003 voor één dag in de week hoogleraar Verzekeringsrecht aan de Universiteit Leiden naast zijn aanstelling bij Erasmus School of Law. Die functies heeft hij tot aan zijn emeritaat in 2011 gecombineerd. Hij werd opgevolgd door professor Mop van Tiggele.

    Geen modelstudent

    Professor Wansink is één van de eerste studenten aan Erasmus School of Law. De faculteit werd in 1963 opgericht, Wansink begon in 1964 met studeren. Hij koos voor Rotterdam omdat zijn vader voor de oorlog hier ook gestudeerd had. “Daarnaast stond de rechtenstudie in die tijd bekend om de praktische inslag en de combinatie met economie die daar gemaakt werd. Ik heb veel andere dingen gedaan dan studeren, nauwelijks college gevolgd, maar een prachtige tijd gehad. In die zin was ik misschien niet de modelstudent van nu.” Naast zijn studie is Wansink ook een jaar lid van de Senaat van het Rotterdams Studenten Corps geweest. Toen Wansink van dat jaar terug kwam was Wansink de universiteit letterlijk en figuurlijk ‘kwijt.’ “Tijdens mijn senaatsjaar verhuisde de universiteit van de Pieter de Hoochweg naar zijn huidige locatie op campus Woudestein. Dat is min of meer langs mij heen gegaan.” Vervolgens deed Wansink (weliswaar zonder begeleiding) een jaar over zijn scriptie om vervolgens af te studeren. “En dan wordt academisch schrijven later je beroep!”

    Verzekeringsmaatschappij 

    Na zijn afstuderen ging Wansink in dienst en werd officier juridische zaken bij de luchtmacht in Duitsland . Toen de dienstplicht erop zat ging Wansink werken als rechterhand van de directiesecretaris bij een verzekeringsmaatschappij in Amsterdam. “Ik had het idee dat ik wel meester in de rechten was, maar dat ik nooit meer iets met het vak zou doen. In die functie was ik echter nog best juridisch bezig en dat bleek ik erg leuk te vinden.” Om die reden solliciteerde Wansink op een vacature voor wetenschappelijk medewerker op het gebied van het verzekeringsrecht aan Erasmus School of Law, waar net de bijzondere leerstoel Verzekeringsrecht was gevestigd en daar werd hij aangenomen. “Toen ik daar was aangenomen ging het werkelijk als een tierelier. Op een gegeven moment werd mij echter gezegd dat als ik hoogleraar wilde worden, ik wel moest promoveren.” Wansink had het idee om een proefschrift te schrijven over consumentenbescherming in Amerika. Om die reden ging hij een half jaar op uitwisseling naar New York. “Daar schreef ik een mooi artikel over consumentenbescherming, maar ik zag het uiteindelijk niet zitten om daarop te promoveren. Ik heb daar eigenlijk niks meer mee gedaan.”

    Cum laude

    Wansink promoveerde een aantal jaren later in 1987 op de juridische aspecten van  de aansprakelijkheidsverzekering bij Prof. Clausing met Prof. Slagter als co-promoter. Dat deed hij cum laude. “Dat verbaasde mijn vrienden wel, want ik was een zesjes en zeventjes student en had tot dan  toe alleen een 8 voor vervoersrecht gehaald bij Prof. Schadee, een buitengewoon inspirerende man. Mijn boek wordt nog altijd veel gelezen en gebruikt in de rechtspraktijk en “gaat richting een vierde druk.” Twee jaar na zijn promotie werd Wansink in 1989 bijzonder hoogleraar Verzekeringsrecht  en dat is hij gebleven tot aan zijn emeritaat. Hij heeft verder veel nevenfuncties (gehad), waaronder raadsheer plaatsvervanger bij het Hof Den Haag en lid van de Tuchtraad Assurantiën. Wansink heeft het idee “dat de wijze waarop de stof tegenwoordig behandeld wordt veel leuker is dan in mijn tijd. Veel interactie, veel zelf aan de slag. Vroeger was het in de juristerij belangrijk veel te weten en veel kennis hebben. Tegenwoordig staat dat allemaal in makkelijk toegankelijke  databanken en moet je dus vooral creatief zijn om je te onderscheiden. Analytisch denken, verbanden leggen, dat is nu belangrijk. Bij de master Aansprakelijkheid en Verzekering hebben we daar veel aandacht voor en ik vind dat het onderwijs daar ook wel op ingericht moet zijn.”

    Publicatiedatum: 9 april 2014

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the Spotlight | Mr. Bert Westendorp

    Mr. Bert Westendorp - Belastingadviseur Loyens & Loeff

    Dit is de tijd waarin je het je kunt veroorloven om ook andere dingen te doen.
    Logo Erasmus School of Law
    Dit is de tijd waarin je het je kunt veroorloven om ook andere dingen te doen.

    Bert Westendorp (1952) is belastingadviseur bij Loyens & Loeff. Tevens is hij oud managing partner bij datzelfde bedrijf en oud voorzitter van de vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam. Bert Westendorp is geboren en getogen in Enschede. Zijn roep om ‘daar te zijn waar het gebeurt’ bracht hem naar Rotterdam. Het economisch profiel van Rotterdam maakte de rechtenstudie in Rotterdam ideaal, Westendorp is dan ook bedrijfsjuridisch afgestudeerd. Na afronden van zijn studie heeft Westendorp nog fiscale economie in Tilburg gestudeerd.

    Christiaanse

    Professor Christiaanse (naamgever van de fiscale studievereniging Christiaanse-Taxateur) wekte bij Westendorp de interesse voor het belastingrecht op. Vandaar dat hij na zijn studie aan de slag ging bij wat toen Loyens & Volkmaars heette. Westendorp is zijn hele carrière bij hetzelfde kantoor gebleven en heeft ook veel in het buitenland doorgebracht. Zo heeft hij in New York, Curaçao, Hong Kong en Jakarta gewoond en gewerkt. Westendorp was de eerste managing partner van het na een fusie ontstane Loyens & Loeff. Na zijn aftreden in 2003 is hij terug de praktijk als belastingadviseur ingegaan, die praktijk is hij nu langzaam aan het afbouwen. Daarnaast is hij voorzitter van de vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam geweest. Dat is in de ogen van Westendorp een nuttig instituut dat ervoor zorgt dat jonge talentvolle wetenschappers al snel bijzonder hoogleraar kunnen worden. Daarnaast geeft het Trustfonds subsidie waarmee vooral de start van projecten mogelijk gemaakt wordt.

    Optimaal genoten

    Westendorp heeft zoals hij het zelf zegt “optimaal genoten” van de studententijd. Hij woonde in een studentenhuis aan Haringvliet en had daar een leuke tijd. Hij studeerde nominaal en was penningmeester van het Rotterdamsch Studenten Corps. Daarnaast was Westendorp actief in sport, hij hockeyde bij Leonidas. Zijn studententijd heeft Westendorp veel gebracht. Door rechten is hij in het vak van belastingadviseur beland. Daarnaast heeft hij veel vrienden, latere collega’s en zelfs zijn vrouw via zijn studie leren kennen. Westendorp is over de studie in Rotterdam erg tevreden, vooral de combinatie van rechten en economie heeft hij veel baat van.

    Probeer dingen uit

    Wat Westendorp aan studenten wil meegeven is dat het belangrijk is om zowel nu als later van je studie en je werk je hobby te maken. Het is namelijk uiteindelijk toch hetgene dat je iedere dag moet doen. De rechtenstudie biedt je veel mogelijkheden. Je kunt er vele kanten mee op, zo kun je (naast de klassieke togaberoepen) terecht bij de overheid, in het bedrijfsleven, maar ook een internationale carrière behoort tot de mogelijkheden. Wat Westendorp zelf nog bijzonder vindt is dat iets kleins dat tijdens zijn studie niet enorm belangrijk leek, zoals de hoorcolleges van professor Christiaanse, hem voor de rest van zijn leven in belangrijke mate beïnvloed hebben. Als niet Christiaanse, maar iemand anders hem zo geraakt hadden, dan had Westendorp bij wijze van spreken een hele andere carrière kunnen hebben. Tot slot is het vanzelfsprekend van belang om te genieten van je studententijd. Kijk ook goed om je heen. Dit is de tijd waarin je het je kunt veroorloven om ook andere dingen te doen, dingen uit te proberen, schroom vooral ook niet om dat te doen.

    Publicatiedatum: 6 maart 2014

    Logo Erasmus School of Law

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen