Voor Rotterdam is de extreme hitte van deze zomer nieuw. Voor veel bewoners niet

Picknick uitzicht Euromast vanuit Het Park

Code rood, grote economische schade en duizenden hittedoden: de zomer van 2026 liet zien hoe kwetsbaar Europese steden zijn voor extreme hitte. Tegelijkertijd is er in een stad als Rotterdam veel kennis over hitte aanwezig. Veel bewoners hebben roots in landen waar al generaties lang met hoge temperaturen wordt geleefd. Toch worden deze migranten zelden betrokken bij onderzoek en beleid rond hittestress. Het onderzoeksproject HARARA, Arabisch voor hitte, wil daar verandering in brengen. We liepen een dag mee met de onderzoekers in de Tarwewijk op Rotterdam-Zuid.

Toen de eerste hittegolf van het jaar over ons land trok, ging hittecoördinator Eline Coolen van de Amsterdamse GGD viral met een oproep om gordijnen aan de buitenzijde van gebouwen te hangen. Gevelgordijnen, die je in warme landen veel ziet, helpen om de warmte buiten te houden.

De oproep kreeg duizenden likes en honderden reacties. Niet vreemd, want vooral in grote, stenige steden wordt het door klimaatverandering steeds vaker ondraaglijk warm. Gemeenten namen deze zomer maatregelen tijdens hittegolven, burgers zochten naar alledaagse 'hittehacks' om hun huis en zichzelf koel te houden.

Standbeeld Moments Contained op het Stationsplein vlakbij Rotterdam Centraal.
Iris van den Broek

Blinde vlek

Volgens socioloog Lore Van Praag zijn buitengordijnen lang niet de enige vorm van klimaatadaptatie die we kunnen afkijken van warmere landen. "We zijn hier gewend ons te wapenen tegen kou, maar niet tegen hitte", zegt ze. "In warmere delen van de wereld is dat heel anders. Daar gaan mensen al generaties lang om met hittestress. Zij groeien op met allerlei manieren om hun huis te verkoelen, bijvoorbeeld, of om hittestress te verminderen door de juiste kleding te dragen of bepaalde gerechten op tafel te zetten."

In Nederlands onderzoek en beleid is pas sinds kort veel aandacht voor hitte, ziet Van Praag. In steden als Rotterdam en Amsterdam ontstaan steeds meer hittenetwerken, maar er is nog weinig diepgaande kennis over hoe verschillende groepen bewoners hitte ervaren. "We weten eigenlijk heel weinig over hoe migrantengemeenschappen in onze steden hitte ervaren en hoe ze met hittestress omgaan. Dat is opvallend, omdat in de wijken die tijdens een hitteperiode het sterkst opwarmen relatief veel migranten wonen."

Buurthuis ‘Cultuurwerkplaats Tarwewijk’, voorzien van een geel A-bord en struiken.

Tarwewijk

We spreken Van Praag in de tuin van CultuurWerkplaats Tarwewijk, een van de partners in het consortium. Hier komen wetenschappers en buurtbewoners die aan het onderzoek meewerken regelmatig samen.

De CultuurWerkplaats staat midden in de wijk. De tuin wordt omringd door bakstenen portiekwoningen met platte daken. De Tarwewijk is sterk versteend, zegt Van Praag: een oude stadswijk waar huizen dicht op elkaar staan en weinig ruimte is voor groen. 

Toch is het volgens haar een bij uitstek geschikte plek voor onderzoek naar hitte en klimaatadaptatie. "Veel bewoners hebben een migratieachtergrond. Ze hebben vaak zelf in warme landen gewoond, of kennen van hun ouders en grootouders allerlei manieren om met hitte om te gaan."

Bewoners als medeonderzoekers

Bewoners met een migratieachtergrond werken als klimaatambassadeur mee aan het onderzoek. Ze gaan langs bij buurtgenoten, plaatsen sensoren in woningen, lezen de metingen uit en nemen enquêtes af. Met wat ze daar ophalen gaan ze vervolgens verder aan de slag, samen met onderzoekers en andere betrokkenen.

De gesprekken leveren informatie op die sensoren niet kunnen meten. "We kunnen de temperatuur en luchtvochtigheid in woningen meten, of vragen hoe vaak en wanneer mensen hun huis luchten", zegt Van Praag. "Maar je komt daarmee niet te weten hoe mensen hitte ervaren en hoe ze ermee omgaan, en vooral hoe ze er in de toekomst graag mee zouden willen omgaan. Het staat vast dat we meer gebruik moeten maken van hun inzichten, omdat er meer van zulke warme zomers gaan komen."

Een vijver waarin groene en oranje bomen weerspiegeld worden, met mensen die op de met gras begroeide oever liggen te luieren.

Een bewoner kan bijvoorbeeld weten dat het tijdens een hittegolf helpt om ’s avonds te luchten, maar het raam toch dichthouden vanwege straatlawaai of omdat slapen met een open raam onveilig voelt. Zulke informatie kan van belang zijn bij het maken van hitteplannen en het kiezen van maatregelen.

Meer dan technische opgave

Veel hitteonderzoek richt zich op de fysieke stad: hoe warm worden woningen, welke gevel- en dakmaterialen houden warmte vast, hoeveel verkoeling levert groen op? "Dat is belangrijk, maar uiteindelijk is hitte veel meer dan een technische opgave."

Hitte gaat over mensen, zegt Van Praag. Over hun gezondheid, hun dagelijks leven en de mogelijkheden die ze hebben om zich aan hoge temperaturen aan te passen. Soms speelt zelfs de vraag of ze nog wel in hun woning of buurt willen blijven wonen. Binnen HARARA werken daarom sociale wetenschappers, engineers en stedenbouwkundigen samen met bewoners en maatschappelijke organisaties.

Inclusieve hitteaanpak

Om die verschillende vormen van kennis samen te brengen, werkt Gluon-onderzoeker Chetana Pai van het Resilient Delta initiative mee aan HARARA. Zij verbindt wetenschap en kennis uit de wijk.

Pai kijkt ook naar de manier waarop de samenwerking is georganiseerd. Hoeveel ruimte krijgen bewoners om mee te denken en mee te beslissen? En op welke momenten kan hun kennis invloed hebben op het onderzoek? "Uiteindelijk willen we met HARARA tot een inclusieve aanpak van extreme hitte komen", zegt ze. "En we vinden het belangrijk dat die aanpak ook op een rechtvaardige en gelijkwaardige manier tot stand komt."

Over HARARA

HARARA is een 3-jarig hitteonderzoek in Rotterdam en Antwerpen, dat wordt gefinancierd vanuit het Horizon Europe-programma van de Europese Unie. Het project wordt geleid door socioloog Lore Van Praag, universitair hoofddocent aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB).HARARA staat voor Heat Adaptation for Resilient and Responsive Areas en betekent 'hitte' in het Arabisch. De ervaringen met hitte van migranten staan centraal in het onderzoek.

Het consortium bestaat uit Erasmus Universiteit Rotterdam, Universiteit Antwerpen, TU Delft, EMPACT vzw en CultuurWerkplaats Tarwewijk.

HARARA bouwt voort op ROCLIMI, een Kick-Starter-project dat Lore Van Praag uitvoerde binnen het Resilient Delta initiative. Onderzoekers van Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus MC en TU Delft onderzochten daarin hoe Rotterdammers met een migratieachtergrond klimaatverandering ervaren en hoe dit samenhangt met hun betrokkenheid bij hun leefomgeving en beleid.

Two people having a conversation.

Hitteonderzoek met migranten uit de wijk | SCIENCE & THE CITY

Universitair Hoofddocent
dr. L (Lore) Van Praag
Onderzoeker
Meer informatie

Persvragen? Neem contact op met Laura van Gelder via laura.vangelder@eur.nl of via tel. 06 253 307 44. 

Gerelateerde content
Onderzoekers Pfaff, Dap en prof. Been merken op dat zwangere vrouwen, onterecht, niet genoemd worden als kwetsbare groepen bij warm weer.
Vrouw in het publiek kijkt naar achter en lacht.
Klimaatverandering raakt ook ongeboren kinderen. Onderzoek van kinderarts Jasper Been laat zien dat hitte de kans op vroeggeboorte vergroot.
Baby in couveuse
Onderzoekers pleiten voor een betere integratie van klimaatbeleid in stedelijke planning om de leefbaarheid van steden en het welzijn van bewoners te waarborgen
Uitzicht vanaf het dak van Depot Boijmans van Beuningen op de skyline van Rotterdam
Zomers worden steeds heter – vooral in steden, die veel warmte vasthouden. Om Rotterdam weerbaar te maken tegen extreme hitte is het HitteLab opgericht.
Twee kinderen springen in het water bij Rijnhaven met museum Fenix op de achtergrond.
Gerelateerde links
Meer over het Onderzoeksproject HARARA
Ontdek meer over Onderzoeksproject ROCLIMI

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen