Het naleven van regels kost de Nederlandse economie €16,8 miljard per jaar. Dat is de kop van een nieuw rapport van PwC, en het voedt een bekend verhaal: Nederland bezwijkt onder steeds meer regels, die de economie afremmen. Economen Dyaran Bansraj en Arjan Non zijn het daar niet mee oneens, maar zeggen dat het werkelijke beeld ingewikkelder is.
Regels doen meer dan alleen zaken vertragen
Niet elke regel moet uitsluitend worden beoordeeld op de invloed ervan op de productiviteit, betoogt Dyaran Bansraj. Regels beschermen ook de gezondheid en veiligheid en zorgen voor financiële stabiliteit. Volgens hem kunnen landen verschillende gewichten geven aan doelen als economische groei, stabiliteit, veiligheid en bescherming en daardoor bereid zijn bepaalde economische kosten te accepteren. In Europa, betoogt hij, ligt meer nadruk op stabiliteit, veiligheid en bescherming dan in bijvoorbeeld de VS, ook als dat economische kosten en langzamere groei met zich meebrengt.
Bij die doelen hoort een eigen maatstaf: een voedselveiligheidsregel moet niet alleen worden beoordeeld op wat die producenten kost, maar ook op het aantal gevallen van voedselvergiftiging dat ermee wordt voorkomen. De conclusie van Bansraj: 'beoordeel een regel daarom op het doel dat die probeert te bereiken, en niet alleen op het effect op productiviteit.'
Universitair hoofddocent Arjan Non noemt een bredere reden waarom de kosten van naleving überhaupt kunnen oplopen: de samenleving zelf is complexer geworden. 'In een digitale samenleving is privacy simpelweg een groter probleem dan twintig jaar geleden', zegt hij. Het is volgens hem zelfs mogelijk dat Nederland al dicht bij een ideale hoeveelheid regelgeving zit, en dat een toenemende complexiteit simpelweg iets meer regels nodig heeft om dat evenwicht te behouden.
De kosten van verwarring
Volgens Non is er een kostenpost die de methode van PwC helemaal niet kan vangen: verwarring. 'Hoe complexer een regeling is, hoe groter de kans dat mensen er niet van op de hoogte zijn, of er verkeerde keuzes door maken', zegt hij, waarbij hij wijst op de recente verwarring onder studenten over de rente op hun studieleningen.
Idealiter zouden we volgens hem niet alleen kijken naar het aantal uren dat aan het naleven van regels wordt besteed, maar ook naar de manier waarop complexiteit zelf de keuzes van mensen beïnvloedt, ook al is dat bijna onmogelijk in een getal uit te drukken. 'Complexiteit heeft een prijs', ook als die prijs onzichtbaar blijft.
De cijfers laten arbeidskosten zien, geen economische schade
Volgens Bansraj is de €16,8 miljard van PwC geen maatstaf voor economische schade. Het is een schatting van de loonkosten van de uren die werknemers in zowel de private als publieke sector besteden aan taken die met het naleven van regels te maken hebben, en dat is een belangrijk onderscheid. 'Arbeidsinzet is niet hetzelfde als wat regelgeving Nederland onder de streep kost.'
Non voegt daaraan toe dat het bedrag kan stijgen zonder dat er daadwerkelijk iets verandert aan de regels. Als meer internationale bedrijven zich vestigen op de Amsterdamse Zuidas, leidt dat tot meer hoogbetaalde medewerkers die zich bezighouden met compliance, 'maar dat betekent niet dat er daadwerkelijk meer regels zijn gemaakt.'
Als je de groei in regeldruk afzet tegen het bbp, volgens Bansraj een eerlijkere vergelijking, krijg je bovendien een ander verhaal. Omdat de schatting is gebaseerd op lonen en werkgelegenheid, groeit deze vanzelf mee met de economie. 'De geschatte compliancekosten zijn nauwelijks gestegen als percentage van het bbp,' zegt hij: van 1,45 procent in 2013 naar slechts 1,49 procent in 2024. Bovendien blijkt uit de eigen cijfers van PwC dat Nederland een van de laagste compliancekosten van de EU heeft. Dat nuanceert het beeld van een stijging van 28 procent.
Regels moeten goed worden beoordeeld
Geen van beide economen pleit ervoor om het terugdringen van regeldruk te stoppen. Bansraj onderschrijft de bredere aanbevelingen van PwC: schrap dubbele rapportageverplichtingen, vereenvoudig procedures en voorkom onnodige Nederlandse afwijkingen van EU-regels. Non is het daar ook mee eens, met een kanttekening: 'iedereen wil natuurlijk zinloze regels schrappen, maar de werkelijkheid is weerbarstig.'
Hun werkelijke bezwaar is dat het rapport, hoe omvangrijk ook, niet laat zien welke regels meer kosten dan ze opleveren, of hoeveel van die €16,8 miljard daadwerkelijk kan worden bespaard. Het nuttigere gesprek gaat volgens beide economen dan ook niet over één opvallend bedrag, maar over afzonderlijke regels: wat is het doel van de regel, wordt dat doel zo eenvoudig mogelijk bereikt en welke nadelen accepteren we om dat doel te bereiken?
- Onderzoeker
- Universitair Docent
- Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics, rdegroot@ese.eur.nl, mobiel: 06 53 641 846.
- Gerelateerde content
