Mensen klagen veel over belastingen, hun niveau en hun complexiteit. In vrijwel elke Nederlandse nationale verkiezingscampagne in de afgelopen 20 jaar is een vereenvoudiging van het belastingstelsel beloofd. Echter, eenmaal in de regering komen partijen deze belofte niet na. Ook in veel andere westerse landen zijn belastingstelsels zeer ingewikkeld geworden.
Complexiteit leidt gemakkelijk tot verwarring, wat kan resulteren in suboptimale beslissingen – suboptimaal voor de individuele belastingbetaler en mogelijk ook voor de samenleving als geheel. In een recente studie hebben wij onderzocht of mensen in Nederland in de war raken door het belastingstelsel. Samen met Job Harms vroegen wij mensen: ‘Hoeveel meer houd je over als je maandelijks 100 euro bruto extra verdient?’ We constateren dat veel mensen inderdaad sterke misvattingen hebben en dat dit verschilt tussen inkomensgroepen.
Mensen met een lager inkomen onderschatten hoeveel meer zij daadwerkelijk zullen verdienen als zij meer werken. Meer specifiek: als zij maandelijks 100 euro extra verdienen, houden zij 28 euro meer over na belastingen dan zij zelf inschatten. Mensen met een hoger inkomen overschatten juist hoeveel zij overhouden.
Bovendien constateren wij dat wanneer mensen een realistisch beeld krijgen van hoeveel meer zij kunnen verdienen door meer te werken, zij ook meer gaan werken. Deze misvattingen leiden dus tot suboptimaal lage arbeidsuren en een onnodig hoge inkomensongelijkheid.
‘Het informeren van mensen leidde ertoe dat degenen die aanvankelijk te pessimistisch waren over hoeveel extra ze zouden verdienen, hun arbeidsuren verhoogden’
Hoe mensen hun winst na belastingen inschatten
Om dit te onderzoeken hebben wij verschillende enquêtes uitgevoerd. Eerst vroegen wij een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking in de werkzame leeftijd om te schatten hoeveel hun maandelijkse inkomen na belastingen zou toenemen als zij maandelijks 100 euro bruto extra zouden verdienen. Wij instrueerden hen om zowel rekening te houden met de extra belastingen die zij mogelijk moeten betalen als met mogelijke veranderingen in hun heffingskortingen en toeslagen (zoals huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget).
Wij vergeleken hun inschatting met hoeveel zij daadwerkelijk zouden overhouden, wat wij berekenden op basis van uitgebreide achtergrondinformatie over hun inkomen, huishoudsamenstelling, woonsituatie enzovoort. Wij constateren dat de schattingen van ongeveer 40% van de Nederlanders ‘ongeveer juist’ zijn. Een derde overschat hoeveel zij netto overhouden, terwijl de overige 25% dit onderschat.
De laatste groep bestaat vooral uit mensen met een laag inkomen. Zij denken vaak dat een hoger bruto-inkomen hun netto-inkomen niet significant zal verhogen, terwijl dit in werkelijkheid vaak wel het geval is.
De effecten van het informeren van mensen
In de volgende stap voerden wij drie soorten informatie-interventies uit. In de eerste gaven wij algemene informatie over het Nederlandse belasting- en toeslagenstelsel en beschreven wij hoe dit uitpakt voor de meeste mensen in drie verschillende inkomensgroepen. De tweede interventie moedigde mensen aan om een gratis webtool te gebruiken die is ontwikkeld door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD), waar zij meer gedetailleerde en gepersonaliseerde informatie kunnen vinden na het invullen van hun persoonlijke situatie. Ten derde gaven wij een deel van de respondenten een combinatie van beide interventies.
Wij zorgden er ook voor dat er een controlegroep was die geen informatie kreeg. Daarnaast randomiseerden wij alle 2.500 respondenten over de controlegroep en de drie informatie-interventiegroepen, zodat wij betrouwbare schattingen konden maken van de effecten van de interventies.
Twee maanden na de eerste dataverzameling benaderden wij alle respondenten opnieuw en vroegen wij hen om te schatten hoeveel hun maandelijkse inkomen na belastingen zou toenemen als zij maandelijks 100 euro bruto extra zouden verdienen.
Wij concluderen dat de informatie-interventies effectief waren in het verbeteren van de nauwkeurigheid van de inschattingen van mensen. Daarnaast zagen wij dat het informeren van mensen ertoe leidde dat degenen die aanvankelijk te pessimistisch waren over hoeveel extra zij zouden verdienen, hun arbeidsuren verhoogden. Gemiddeld gingen zij 1,5 uur per week meer werken. Dit geldt vooral voor mensen met een lager inkomen.
Het wegnemen van verwarring over belastingen kan dus een manier zijn om inkomensongelijkheid te verminderen en tegelijkertijd het totale aantal gewerkte uren te verhogen. Dit is iets wat werkgevers in zowel de publieke als de private sector zullen waarderen, gezien de grote tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt.
Beleidsimplicaties
Het onderzoek kreeg ook politieke aandacht. Op basis van het onderzoek stuurde minister van Financiën Eelco Heijnen een brief aan de Tweede Kamer om hen over het onderzoek te informeren. Hij stelde dat er ofwel meer informatie nodig is, ofwel dat het belastingstelsel minder complex moet worden. Naar aanleiding hiervan stelde een lid van de Tweede Kamer voor het CDA vragen over wat er met de resultaten van het onderzoek gedaan moet worden. Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg reageerde dat het ‘absoluut briljant onderzoek’ was en dat hij het zou ‘oppakken’ in de agenda van het ministerie. Dit laat zien dat economisch onderzoek daadwerkelijk invloed kan hebben op beleidsvorming.
Over Roburt Dur
Robert Dur is hoogleraar economie bij de capaciteitsgroep Algemene Economie van Erasmus School of Economics.
Over Arjan Non
Arjan Non is universitair docent bij de capaciteitsgroep Toegepaste Economie van Erasmus School of Economics.
- Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij de Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, mobiel: 06 53 641 846.
