Grootschalig media-onderzoek: berichtgeving over Gaza in Nederlandse media valt Israëlische kant op

Hoe berichten Nederlandse nieuwsmedia de afgelopen drie jaar over Israël, Gaza en de Palestijnen? Dat onderzochten Nel Ruigrok (mediawetenschapper en docent aan Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR)), Coen Ramaer (journalist) en een team van studenten van de master Media en Journalistiek aan de EUR. Zij analyseerden 17.000 artikelen van zeven grote nieuwsmedia en voerden gesprekken met 37 journalisten. Uit de resultaten, die onlangs gepubliceerd werden in Trouw en De Groene Amsterdammer, blijkt een asymmetrische verslaggeving in het voordeel van Israël.

Ruigrok en haar team analyseerden nieuwsartikelen NOS, NRC, de Volkskrant, De Telegraaf, Nu.nl, Trouw en Algemeen Dagblad (AD) tussen 7 oktober 2023 en februari 2026. Daarin kwam naar voren dat Israëlische bronnen anderhalf keer vaker aan het woord komen dan Palestijnse. Vooral het verschil tussen media zijn groot. Zo is Trouw de enige krant die Palestijnen vaker aan het woord liet. De Telegraaf citeerde juist Israëliërs twee keer zo vaak.

Data on sources from Israel and Gaza
Trouw

Taalgebruik

Ook onderzocht het team het taalgebruik waarmee journalisten verslag deden. Met hulp van een taalmodel (ChatGPT) selecteerden ze 2.000 willekeurige passages waarin een bron werd geciteerd of geparafraseerd. De onderzoekers controleerden die passages en codeerden wie als handelende partij werd genoemd, hoe stellig een uitspraak was en of er verzachtend taalgebruik werd gebruikt.

Woorden als ‘is’, ‘bewijst’ en ‘zeker’ kwam drie keer vaker voor bij Israëlische bronnen, terwijl Palestijnse bronnen gerepresenteerd werden met woorden als ‘zou’, ‘lijkt’ en ‘mogelijk’. In het geval van Palestijnse bronnen werd 2,5 keer vaker verzachtend over geweld gesproken dan bij Israëlische, zoals het gebruik van ‘geneutraliseerd’ in plaats van ‘vermoord’. Bijna alle hoofdredacties erkennen in schriftelijke reacties de asymmetrie in geraadpleegde bronnen. De ontoegankelijkheid van Gaza wordt door hen als een belangrijke oorzaak aangegeven.

Data on suffering in media about Israel and Gaza
Trouw

Leed

Met een taalmodel (Claude) keken de onderzoekers naar wiens leed in de koppen centraal staat: werd Israëlisch leed benadrukt, Palestijns leed, beide of geen van beide? De onderzoekers lieten het model die indeling pas maken nadat was vastgesteld dat het op vergelijkbare wijze codeerde als zijzelf. Die uitkomsten zijn vergeleken met het aantal doden, gebaseerd op cijfers van het Gazaanse ministerie van Volksgezondheid zoals gerapporteerd aan de VN, en voor Israël op cijfers van Reuters en het Israëlische leger. Wat opvalt, is dat de journalistieke aandacht voor het Palestijnse leed niet toenam naarmate het dodental opliep. Of er nu negenhonderd of negenduizend doden vielen in een maand: het aantal artikelen met een kop over Palestijns leed bleef nagenoeg constant.

Genocide

Het gebruik van het woord ‘genocide’ ligt duidelijk gevoelig en leidde tot een verhit debat. Vlak na 7 oktober 2023 werd de term amper gebruikt door journalisten, begin 2024 gebeurde dat in 15 procent van de artikelen. Pas toen de VN en Amnesty International de situatie als genocide bestempelden, veranderde de toon. In de hele periode stond het woord vrijwel nooit in een kop of intro.

Persoonlijke gesprekken

De onderzoeksgroep benaderde 78 journalisten en sprak er 37 uitgebreid over hoe zij terugkijken op de berichtgeving van hun medium. De respondenten die tevreden waren over de ‘balans’, ‘evenwichtigheid’ en ‘feitelijkheid’ van de verslaggeving, zijn vaak ouder en overwegend man. De collega’s die ontevreden zijn over de manier waarop hun medium, zeker in het begin, de verslaggeving aanpakte, zijn over het algemeen een stuk jonger, vaker vrouw en diverser qua achtergrond. Ten minste twaalf journalisten zijn inmiddels vertrokken bij het medium waarvoor zij werkten. Het gaat altijd om journalisten die vinden dat hun medium te weinig kritisch was op Israël. Andersom vond Ruigrok geen journalisten die bij een medium vertrokken omdat zij het Palestijnse geluid daarin te sterk vonden.

Zowel tevreden als ontevreden journalisten erkennen dat er een interne kloof is op redacties. De oudere generatie ziet de jongere vaak als te emotioneel of activistisch, terwijl de jongere generatie vindt dat de ouderen geen oog heeft voor de eigen vooroordelen en beperkt openstaan voor kritiek of zelfreflectie. Met als gevolg dat het Israëlische narratief veel makkelijker wordt geloofd dan het Palestijnse.

Data on genocide in media
Trouw

Een belangrijk verschil is hoe de verschillende groepen journalisten aankijken tegen hun benadering van journalistiek, er is duidelijk een verschil in taakopvatting. De groep journalisten die tevreden is over de berichtgeving, omschrijven hun opdracht als ‘afstand houden’, werken met een ‘koel hoofd’ en ‘voorzichtig zijn’. En zij vinden dat hun medium daarin is geslaagd.

Aan de andere kant zetten de ontevreden journalisten zich af tegen het idee van balans en vinden dat hun hoofdredacties de publieke opinie te veel volgen. Zij hadden hun krant het liefst in een voorhoedefunctie gezien en leggen de nadruk op het ter verantwoording roepen van de macht en het vertolken van stemmen die zichzelf moeilijk kunnen laten horen.

Propagandamachine

Volgens journalisten doet ook de propagandamachine van Israël zijn werk. Verslaggevers van de NOS beschrijven bijvoorbeeld hoe een tijd lang elk artikel leidde tot een reactie van het Cidi, Centrum Informatie en Documentatie Israël. Baldwin Van Gorp, hoogleraar journalistiek en communicatiemanagement aan de KU Leuven, en een van de experts die reageerden op het onderzoek, zegt: ‘Ik denk dat uit jullie data-onderzoek en interviews blijkt dat er een asymmetrie is in het voordeel van Israël. Israël is er dus wel in geslaagd om de berichtgeving wat naar zijn hand te zetten.’

Nel Ruigrok
Media scholar Nel Ruigrok

Na 7 oktober 2023 was de sympathie voor Israël op veel redacties groot. Maar bijna alle journalisten beschrijven dat die sympathie in de loop van het conflict naar de achtergrond verdween. Maar is die omslag groot genoeg gebleken? Dat is niet los te zien van ‘hoe je in het conflict staat’. ‘Er is geen objectieve maatstaf waar je de verslaggeving tegen af kunt zetten,’ volgens Frank Harbers, die als universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek doet naar de journalistiek, en ook een van de experts is die reageerden op het onderzoek. ‘Dus je moet je conclusies heel goed inbedden in een discussie over hoe lastig het is om waardenvrije journalistiek te bedrijven.’

Onderzoeker
Meer informatie

Dit artikel is gebaseerd op nieuws uit Trouw en de Groene Amsterdammer.

Heb je persgerelateerde vragen? Contact onze persvoorlichter Marit Haven: 06 24 57 89 59
Voor meer informatie, e-mail ons via communicatie@eshcc.eur.nl

Gerelateerde content
Nel Ruigrok in Trouw over haar onderzoek naar de impact van peilingen in de talkshows in verkiezingstijd.
Portrait picture of Nel Ruigrok
NRC onderzocht de politieke inhoud van tien talkshows met hulp van masterstudenten Media en Journalistiek, onder leiding van onderzoeker Nel Ruigrok van ESHCC.
Kranten

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen