Rotterdam wil in 2050 de beste stad van Nederland zijn om in op te groeien. Wat moet je daarvoor doen? Volgens dr. Joyce Weeland, onderzoeker bij de afdeling Jeugd & Gezin van Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB), begint het antwoord niet alleen bij speeltuinen, groen en veilige straten. Hoe mensen met elkaar omgaan en samenleven in een wijk is minstens zo belangrijk.
Een schone wijk, voldoende speelplekken en ruimte om buiten te spelen: het zijn belangrijke voorwaarden voor kinderen om gezond en veerkrachtig op te groeien. Dat blijkt uit eerder wetenschappelijk onderzoek.
De Rotterdamse coalitie schreef afgelopen juni in hun akkoord dat zij 'alles op alles' wil zetten om ieder Rotterdams kind de kans te geven om goed op te groeien en zichzelf te ontwikkelen. Hoe staat het er nu eigenlijk voor in Rotterdam?
Niet alles wat er is, wordt ook gebruikt
Hoe Rotterdam er als stad voor staat, verschilt volgens Weeland sterk per wijk. In sommige wijken komen wonen, winkels, horeca, zorg en groen bijvoorbeeld al mooi samen. Dat zorgt ervoor dat bewoners elkaar vaker tegenkomen: "Wanneer je buurtbewoners steeds overal tegenkomt, helpt dat bij het creëren van een gemeenschapsgevoel."
Tegelijkertijd worden helaas lang niet alle voorzieningen goed gebruikt. Dat ziet Weeland bijvoorbeeld bij speeltuinen. In haar eigen wijk in Rotterdam-West zijn bijvoorbeeld twee speelplekken, waaronder een nieuwe speeltuin op het Dakpark met een kabelbaan die weinig gebruikt worden. "Een hartstikke leuke speelplek, maar die is nu vaak dicht. Door een tekort aan vrijwilligers zijn speeltuinen regelmatig gesloten", vertelt ze.
Dat is volgens Weeland een gemiste kans. Speelplekken kunnen een centrale rol spelen in de wijk. In andere steden worden speeltuinen bijvoorbeeld ook gebruikt als plekken waar de GGD of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) aanwezig is. Zo kunnen ouders met opvoedvragen ergens laagdrempelig binnenlopen zonder daarvoor naar een specifieke, mogelijk gestigmatiseerde locatie te hoeven: "Op papier kun je denken: dit is iets kleins dat we makkelijk kunnen wegbezuinigen om iets groters op te zetten. Maar juist op zo’n plek komen verschillende dingen samen", vertelt de onderzoeker.
Het vertrouwen tussen bewoners is de basis
Juist de onderlinge verbinding tussen buurtbewoners blijkt een belangrijker aangrijpingspunt voor verbetering. Dat blijkt uit het Rotterdamse CORNER-project, waar Joyce Weeland projectleider is. In dit project onderzoeken bewoners, kinderen, welzijnsorganisaties, de gemeente en onderzoekers wat kinderen nodig hebben om veerkrachtig op te groeien. In de drie deelnemende wijken, Bospolder-Tussendijken, Rubroek/Oud-Crooswijk en Reyeroord, kozen bewoners en wijkprofessionals ieder een eigen speerpunt.
In de ene wijk staat vertrouwen tussen bewoners centraal. In een andere wijk werken ouders en professionals aan een gedeelde missie en taal over opgroeiende kinderen: hoe praat je met elkaar over en met kinderen? En hoe zorg je dat je hetzelfde doel voor ogen hebt? In de derde wijk draait het om het sociale netwerk van kinderen. Hoe zorg je ervoor dat er altijd iemand is om op terug te vallen, mocht dit nodig zijn?
Dat laatste is niet vanzelfsprekend. Wantrouwen tussen bewoners kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat kinderen minder vrijheid krijgen om zich zelfstandig door de wijk te bewegen en mensen te ontmoeten. Weeland hoort ouders bijvoorbeeld zeggen dat hun kind niet bij anderen thuis komt.
De uitkomst verraste haar als wetenschapper. "Ik zou deze speerpunten als wetenschapper zelf nooit kiezen, omdat ik denk: het is eigenlijk niet concreet genoeg en te complex als punt voor innovatie. Het is heel moeilijk om daarop in te grijpen. Toch zijn het juist bewoners en professionals die zien wat nodig is. Het sociale aspect zien zij echt als de basis van alles. Zij geven aan dat als het vertrouwen tussen bewoners niet goed zit, je wel op allerlei dingen kunt inzetten, maar dat er dan toch niks gaat veranderen."
Van speelplek naar sociale plek
Dat betekent niet dat fysieke ruimte onbelangrijk is; integendeel. Een veilige straat, een fijn plein of een bankje bij een speeltuin kan ervoor zorgen dat bewoners elkaar ontmoeten. Ook de ambitie uit het Rotterdamse coalitieakkoord om meer ruimte te maken voor voetgangers en fietsers kan daaraan bijdragen, stelt Weeland.
Wie loopt of fietst, komt immers vaker buren en andere wijkbewoners tegen. "Veilig en goed kunnen fietsen en wandelen is een voorwaarde om elkaar te ontmoeten en te zien." Daarom bestaat er volgens Weeland geen standaardrecept voor de ideale kindvriendelijke wijk. Wat werkt, verschilt per buurt. "Je moet de wijk in en met bewoners praten. En specifiek ook met kinderen."
Luister echt naar kinderen
Rotterdam heeft zich inmiddels verbonden aan het Child Friendly Cities-initiatief van UNICEF. Kinderparticipatie is daarin een belangrijk onderdeel. Volgens Weeland ligt daar een grote kans voor de stad, maar alleen als kinderen daadwerkelijk serieus worden genomen.
"Kinderen merken het meteen als mensen alleen voor de vorm langskomen of eigenlijk niet geïnteresseerd zijn. Daar is geen shortcut voor. Je moet daarin investeren." Ze adviseert de gemeente en andere professionals daarom om altijd vooraf duidelijk maken waar kinderen invloed op hebben en om achteraf te vertellen wat er met hun ideeën is gedaan. Ook wanneer iets niet kan, moet worden uitgelegd waarom.
De komende maanden gaan ze daar in het CORNER-project zelf mee verder. In alle drie de wijken werken bewoners, kinderen en professionals samen aan een kleine innovatie rond het gekozen speerpunt. Rond april worden de resultaten in de wijken gepresenteerd en volgt een gezamenlijke afsluiting, waarbij onder meer eerder door kinderen gemaakte foto’s en de nieuwe innovaties worden getoond.
Want de beste stad om in op te groeien ontstaat volgens Weeland niet alleen vanuit het stadhuis. "Ik denk dat we onszelf als Rotterdammers best wat belangrijker mogen maken. We onderschatten vaak hoe belangrijk onze eigen rol is."
Van een buur gedag zeggen, tot lokale initiatieven ondersteunen. Of een onveilige oversteek bij de gemeente aankaarten. Het lijken kleine dingen. Maar juist die dagelijkse contacten kunnen volgens Weeland bijdragen aan het sociale fundament van een wijk.
"Als iedere Rotterdammer denkt: ik ben hier belangrijk in en ik kan iets doen, ook al voelt het misschien klein en onbenullig, dan zit daar volgens mij een hele mooie potentie voor de stad."
- Universitair Hoofddocent
- Meer informatie
Persvragen? Neem contact op met Marjolein Kooistra via tel. 06 83 67 60 38 of mail: kooistra@essb.eur.nl.
Meer wetenschapsverhalen? Kijk op ons online magazine Erasmus Extra.
- Gerelateerde content
