Dementie raakt bijna iedereen: wie kent er niet iemand in zijn of haar omgeving die de ziekte heeft (gehad)? Prof.dr. Arfan Ikram, geboren en getogen Rotterdammer, epidemioloog en wereldwijd toonaangevend dementie-onderzoeker bij het Erasmus MC, sprak hierover de 22e Rotterdamlezing uit op maandag 11 mei. Hij nam het publiek mee in ruim 35 jaar baanbrekend onderzoek, de rol van leefstijl bij dementie én zijn droom voor de toekomst van zijn vakgebied.
Van Rotterdam-Ommoord naar wereldwijde inzichten
De kern van Arfan Ikram’s werk is de ERGO-studie. Dit langlopende bevolkingsonderzoek in de Rotterdamse wijk Ommoord startte in 1990 en is wereldwijd een toonaangevende studie op het gebied van dementie. Inmiddels deden er al bijna 20.000 Rotterdammers van 40 jaar en ouder aan mee.
Vóór ERGO wisten wetenschappers nauwelijks hoe vaak dementie in Nederland voorkwam. Het onderzoek veranderde dat. De studie leverde tal van inzichten op: zo bleek de conditie van de bloedvaten nauw samen te hangen met de ziekte. Ook weten we nu meer over de rol van genen, Ikram maakt daarbij onderscheid in:
- Genetische mutaties die leiden tot dementie, dit zorgt voor 3 tot 4% van alle gevallen. Vaak krijgen dragers dementie al op jongere leeftijd.
- Gevoeligheidsgenen die ervoor zorgen dat het risico op dementie hoger of lager wordt. Dit speelt een rol bij de meeste gevallen.
Er worden steeds meer stukjes van de puzzel die tot dementie leidt, bekend.
Dementie niet langer onvermijdelijk gevolg van ouderdom
Een van de meest hoopvolle conclusies uit decennia onderzoek: dementie is geen onoverkoombaar gevolg van ouder worden. Het relatieve risico op de ziekte nam de afgelopen jaren zelfs af. Vergeleken met tien jaar geleden komt dementie nu zo'n 15 procent minder vaak voor. Wel wordt dit effect gecompenseerd door de vergrijzing en zal het absolute aantal mensen met dementie daardoor toch toenemen.
“We hebben dus iets goed gedaan, maar wat?” vroeg Arfan Ikram. “Onze genen zijn niet veranderd en er is geen wondermedicijn uitgevonden. Het enige wat overblijft is dat we beter zijn geworden in preventie. Al onze preventie op het gebied van hart- en vaatziekten, heeft ook invloed gehad op de preventie van dementie. Wat goed is voor het hart, is goed voor de hersenen. Dat is de enige plausibele verklaring.” Denk hierbij dan aan: niet roken, matig tot weinig alcoholgebruik, gezonde voeding en voldoende beweging.

“Onze genen zijn niet veranderd en er is geen wondermedicijn uitgevonden. Het enige wat overblijft is dat we beter zijn geworden in preventie."
Geen wondermiddel, wel vooruitgang
Toch temperde Ikram ook de verwachtingen. Een wondermiddel tegen dementie zal er niet komen, zo legde hij uit. Dementie is een multifactoriële ziekte, wat betekent dat er waarschijnlijk nooit één geneesmiddel zal zijn dat alles oplost. “Omdat de meeste mensen met dementie een combinatie van schade in de hersenen hebben, is een medicijn dat één soort schade aanpakt niet effectief”, zo legt hij uit.
Realistischer is dat de komende jaren meerdere kleine stappen worden gezet om de verschillende oorzaken van de ziekte aan te pakken. De behandeling van de toekomst zal dan ook bestaan uit een combinatie van leefstijladviezen en medicijnen.
De meeste winst is volgens hem te behalen bij die kleine groep patiënten met genmutaties. “Ik verwacht dat medicatie die op dat specifieke gen zal aangrijpen, een dramatisch effect zal hebben.”
Individu als onderdeel van het geheel
Net als bij veel andere ziekten, zal toekomstig onderzoek naar preventie meer focus hebben op het individu als onderdeel van het geheel. “We moeten ook de leefomgeving en psychosociale omgeving meenemen, want we lopen tegen de grens aan van wat het individu zelf kan.” Denk hierbij aan externe factoren als luchtvervuiling of voldoende groen in de buurt. Maar er speelt meer: “We komen er steeds meer achter dat bijvoorbeeld gezond eten voor een groot deel door beleid wordt bepaald.”
De droom: onderzoek op Rotterdam-Zuid
Ikram sloot zijn lezing af met een blik op de toekomst. Om dementie beter te begrijpen en preventie op maat te ontwikkelen, is meer diversiteit in de onderzoekspopulatie nodig. Arfan Ikram wil daarom zijn onderzoek uitbreiden naar Rotterdam-Zuid, in co-creatie met de wijken daar. Want als je bijvoorbeeld iets wil onderzoeken over voeding en dementie in deze nieuwe populatie, moet je ook rekening houden met diëten en eetgewoontes die wellicht anders zijn dan in de huidige populatie.
“Hoe mooi zou het zijn als we nog beter aansluiten bij de diversiteit die Rotterdam rijk is? Als we alle kennis die we hebben, kunnen verrijken voor de gehele bevolking van Rotterdam? Graag wil ik uitbreiden naar Rotterdam-Zuid. Ik woon zelf in Hillesluis dus dat zou een goede gegadigde zijn. Het zou echt een verrijking zijn van het bestaande onderzoek", aldus Ikram.
Een cadeau aan de stad
De Rotterdamlezing is een jaarlijks cadeau van Erasmus Universiteit Rotterdam aan de stad, mede mogelijke gemaakt door het Erasmus Trustfonds. “Een van de redenen dat we deze lezing organiseren is om te laten zien wat we doen aan onderzoek in de stad. Veel Rotterdammers weten natuurlijk wel dat er een universiteit is, maar niet wat we doen”, aldus rector magnificus Jantine Schuit in haar openingswoord. “Het is heel bijzonder en ik ben trots dat we al zo lang hier in Rotterdam mensen volgen in dit onderzoek en kunnen zien hoe bepaalde ziekte zich ontwikkelen.” Met de 22e editie bewees de lezing opnieuw haar waarde: een podium voor wetenschap die er werkelijk toe doet, dichtbij de mensen om wie het gaat.
Het onderzoek van Arfan Ikram in een korte video uitgelegd
- Professor
- Meer informatie
Meer weten over het onderzoek van prof.dr. Arfan Ikram naar dementie? Luister de eerste aflevering van de nieuwe podcast "Oh Ja Joh?!"
- Gerelateerde content
