Testimonials

Testimonials

191 resultaten

  • Alumni in the spotlight | Mr. Takvor Avedissian

    Mr. Takvor Avedissian - President rechtbank Overijssel

    U komt net van de middelbare school en denkt heel wat te weten, maar u weet nog helemaal niks. Vergeet dus alles en begin opnieuw
    Logo Erasmus School of Law
    U komt net van de middelbare school en denkt heel wat te weten, maar u weet nog helemaal niks. Vergeet dus alles en begin opnieuw

    Mr. Takvor Avedissian is de eerste president van de nieuwe fusierechtbank Overijssel. Voordat hij president van de rechtbank werd, is hij wetgevingsjurist in Den Haag geweest en was hij als teamleider/jurist werkzaam bij het Bureau voor rechtshulp in Utrecht. Sinds het einde van de jaren negentig werkt hij als rechter, later als teamvoorzitter in Rotterdam, vervolgens als sectorvoorzitter/bestuurslid in Haarlem en nu als president in Overijssel (Zwolle en Almelo). 

    Trots

    Takvor Avedissian is een echte Rotterdammer, iets waar hij ook trots op is. Dat betekent niet dat hij blind voor de Erasmus Universiteit heeft gekozen, maar uiteindelijk gaf zijn gevoel voor Rotterdam wel de doorslag. Avedissian komt van een middelbare school waar een sterke debatcultuur heerste. Hij heeft daarnaast sterke interesse in de maatschappij, politiek en actualiteit. Avedissian rondde zijn middelbare school overigens cum laude af en omdat hij meerdere talenten had, onder andere voor econometrie, kon hij kiezen welke kant hij op zou gaan. Zijn motto is echter: 'Volg je hart, je passie en je gevoel!' en dat bracht hem bij de studie Rechtsgeleerdheid in Rotterdam.

    Avedissian omschrijft zijn studie in Rotterdam als een 'prachtige tijd.' Hij herinnert zich het eerste college van prof. mr. Ter Heide die toen zei: "U komt net van de middelbare school en denkt heel wat te weten, maar u weet nog helemaal niks. Vergeet dus alles en begin opnieuw." Ter Heide was een meester in het koppelen van recht aan de actualiteit en het recht in context brengen. 

     

    Mijn tip: “Volg je hart, dat geeft energie. Maar steek ook zelf energie in je studie, daar heb je later veel profijt van. Sommige dingen zijn namelijk niet alleen studie-, maar ook levenslessen.”

    .

    ZKK

    In de tijd dat Avedissian studeerde, gold in Rotterdam de zogenaamde ZKK-attitude: Zelfstandig, Kritisch, Kreatief. Voor Avedissian werkte dat geweldig: "De formule klopte helemaal. Je leerde je te ontwikkelen in zelfstandig en onafhankelijk denken. Je leerde kritisch naar dingen te kijken (in de woorden van Ter Heide: "It ain't necessarily so") en je leerde te zoeken naar het verleggen van grenzen, naar andere wegen om in Rome te komen.” 

    Avedissian deed ook veel naast zijn studie. Hij werkte bij de Rechtswinkel Schiedam (waar hij werd aangenomen door degene die hij nu zijn vrouw mag noemen) en leerde daar hoe het recht in de praktijk werkt. Hij was redacteur bij het juridische faculteitsblad en was student-assistent bij prof. Akkermans, de latere rector magnificus van de universiteit. Uiteindelijk rondde hij ook zijn rechtenstudie (zowel in de richting Staats- en Bestuursrecht als Strafrecht) cum laude af. 

    Rotterdamgevoel

    Avedissian vertelt aan het eind van het interview spontaan over zijn twee oudste zoons die ook in Rotterdam studeren, eentje zelfs aan Erasmus School of Law. Hij zit nu in dezelfde collegebanken als zijn vader en hij krijgt les van hoogleraren die in de studietijd van Avedissian nog universitair docent waren. Ook zijn zoons ervaren de aantrekkingskracht van Rotterdam. “Dat Rotterdamgevoel laat zich moeilijk in woorden vangen, maar daar horen toch zeker kernwaarden bij als ondernemerschap, lef, creativiteit, veerkracht, niet-lullen-maar-poetsen, doe-maar-gewoon en openheid.” 

    Wat Avedissian wil meegeven aan studenten is dat het belangrijk is je hart te volgen en er dan ook écht voor te gaan. Een levensles van zijn vader is: 'Haal alles eruit wat erin zit.' Dat maakt dat het niet vrijblijvend is. “Als je je hart volgt, geeft dat energie, maar je moet er ook energie in stoppen. Later heb je daar veel profijt van. Sommige dingen uit je studie zijn namelijk niet alleen studie-, maar ook levenslessen.” Zo voelt Avedissian zich nog altijd ZKK-jurist en heeft hij nog steeds gevoel bij de faculteit. Sterker, een stemmetje achter in zijn hoofd blijft roepen dat het nog niet afgerond is en de kans is dan ook groot dat we Takvor nog eens op de faculteit terugzien, voor zijn promotie. 

     

    Publicatiedatum: 17 februari 2014
    Aangepast: 12 april 2018

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Mr. Paul Arlman

    Mr. Paul Arlman - Oud-voorzitter Transparency International Nederland

    In Rotterdam creëren wij juristen die een gesprek met een econoom kunnen voeren zonder om te vallen
    Paul Arlman
    In Rotterdam creëren wij juristen die een gesprek met een econoom kunnen voeren zonder om te vallen

    Mr. Paul Arlman was één van de eerste rechtenstudenten in Rotterdam. Hij heeft in zijn carrière gewerkt bij het Ministerie van Financiën, de Wereldbank, de effectenbeurs, en als lobbyist in Brussel. Na zijn pensioen is hij voorzitter van Plan International geweest. Tevens was hij voorzitter van Transparency International (TI) Nederland. De basis legde hij aan Erasmus School of Law (ESL) en de Universiteit van Nice.

    Niet omvallen

    Wat Paul Arlman aansprak in Rotterdam was dat er relatief weinig rechtenstudenten waren. “Hierdoor kende iedere hoogleraar je bij naam. Ik kreeg een een-op-eengesprek van een uur met professor Sanders (bouwdecaan Erasmus School of Law, red.) vóór ik in Rotterdam ging studeren.” Daarnaast was het economisch profiel van Rotterdam belangrijk. “Sanders zei daarover: in Rotterdam creëren wij juristen die een gesprek met een econoom moeten kunnen voeren zonder om te vallen.”

    Arlman omschrijft zijn studie in Rotterdam als een goede basis. Hij werd lid van het Rotterdamsch Studenten Corps en was voorzitter van het landelijk juridisch studentencongres. Daar leerde hij hoe een evenement te organiseren, iets waar hij in zijn carrière baat bij heeft gehad. Twee studies ziet Arlman overigens als “onzin, tenzij het echt twee studies zijn en niet te doen wanneer er 90% overlap zit.” Ook lid worden van een studentenvereniging kan hij warm aanbevelen.

    Mijn tip: “Handel altijd integer en blijf verre van corruptie. In je studie en later in je werk.”

    .

    Cultureel begrip

    Arlman is een groot voorstander van studeren in het buitenland: “99 van de honderd studenten vinden het leuk om ergens anders te studeren en houden er goede herinneringen aan over. Behalve dat het leuk is, is het ongelooflijk nuttig voor je talenkennis. Niet alleen behoorlijk, maar goed Engels spreken is een voorwaarde voor een internationale carrière. Eigenlijk moet je daarnaast nóg een vreemde taal beheersen. Het belang daarvan wordt totaal onderschat. Je hebt een gigantisch voordeel in onderhandelingen als je iemand in zijn eigen taal kunt aanspreken. Cultureel begrip maakt een enorm verschil.” Zijn jaren in de board van de Wereldbank hebben dat nog eens onderstreept.

    Na zijn afstuderen ging Arlman aan de slag bij het Ministerie van Financiën. Hij heeft daar geleerd “dat het niet erg is om een fout te maken, maar wel om tweemaal dezelfde fout te maken.” In zijn internationale functies heeft Arlman ervaren dat het, als je optreedt namens Nederland belangrijk is om je doel voor ogen te houden. “Realiseer je daarbij dat wij vandaag in Europa op zijn best tot de middengroep behoren, weliswaar wel met een aantal belangrijke sectoren.”

    Goed fundament

    Na zijn pensioen in 2005 werd Arlman onbezoldigd voorzitter van Plan International. Deze op kinderen gerichte ontwikkelingsorganisatie beschikt niet alleen over een eigen interne auditfunctie, maar wordt ook gecontroleerd door financiële en programma audit comités en externe accountants. Voor kwaliteitsbewaking en reputatie (ook ten opzichte van donoren) zijn dat cruciale voorwaarden. Volgens Arlman is het voor studenten belangrijk later ook op onbezoldigde basis actief te worden. Hij heeft wel gemerkt in zijn loopbaan dat de fundamenten van het recht je echt goed worden bijgebracht in Rotterdam.

    Arlman was daarnaast voorzitter van Transparency International Nederland, de organisatie die strijdt tegen corruptie. Ook in Nederland is er sprake van achterstallig onderhoud op het gebied van integriteit zoals het NIS-rapport (National Integrity System, red.) van TI liet zien. De boetes die de Verenigde Staten opleggen zijn torenhoog en ze trekken zich niks aan van jurisdictie: “Elk Nederlands bedrijf handelt in of met Amerika, je ontkomt er niet aan.” Aan studenten wil Arlman meegeven verre te blijven van corruptie, om vijf redenen: “het mag niet, het is economisch slecht, het is politiek ongewenst, het is ethisch onjuist en als dat allemaal niet overtuigend genoeg is, het schaadt je eigenbelang.”

    Publicatiedatum: 24 maart 2014
    Aangepast: 12 april 2018

    Paul Arlman
  • Alumni in the spotlight | Prof. mr. Lodewijk Rogier

    Prof. mr. Lodewijk Rogier - Emeritus-hoogleraar Inleiding Staats- en Bestuursrecht

    Creëer je eigen uitdagingen
    Logo Erasmus School of Law
    Creëer je eigen uitdagingen

    Prof. mr. Lodewijk Rogier was van 2005 tot zijn afscheid in 2014 hoogleraar Inleiding Staats- en Bestuursrecht aan Erasmus School of Law. Daarvoor was hij bijzonder hoogleraar in het Bestuursstrafrecht. De focus van Rogier ligt op bestuursrecht. Dat is best bijzonder aangezien Rogier ooit strafrechtelijk is afgestudeerd. Rogier was tevens hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA).

    Nederlands Economische Hogeschool

    Prof. mr. Rogier studeerde aan wat toen nog de Nederlands Economische Hogeschool (voorganger van de Erasmus Universiteit Rotterdam) was. Hij rondde zijn studie Nederlands Recht in vier jaar af. Na zijn militaire dienst kwam hij bij de gemeente Rotterdam als medewerker bij het bureau wijkaangelegenheden. Ondanks een carrière met opgaande lijn (waarbij Rogier uiteindelijk hoofd van het bureau politiezaken werd) besloot Rogier in 1986 vrij resoluut om weg te gaan. Zijn behoefte aan diepgang dreef hem terug naar de faculteit waar hij docent bij de sectie Staats- en bestuursrecht werd.

    Mijn tip: “Volg je nieuwsgierigheid en doe vooral dingen die je leuk vindt. Allen dán kun je er écht goed in worden.”

    .

    Grensgebied

    Gezien zijn voorgeschiedenis bij de gemeente en zijn achtergrond vanuit het strafrecht begaf Rogier zich al vrij snel op het grensgebied tussen het Strafrecht en Staats- en Bestuursrecht. Hij schreef dan ook een proefschrift over het una via-beginsel, het beginsel dat handhavers in principe altijd moeten kiezen voor hetzij strafrechtelijke, hetzij punitieve bestuursrechtelijke handhaving. Maar onderwijs geven was nieuw voor Rogier. Het was aanvankelijk lastig om de dingen die je weet gestructureerd over te brengen.

    Lodewijk Rogier heeft in een tijd gestudeerd waarin alles ter discussie leek te staan. Studenten waren activistischer en hielden zich meer met maatschappelijke vraagstukken bezig dan nu. Het was daarom ook bijvoorbeeld dat Rogier samen met een aantal medestudenten de rechtswinkel oprichtte. Studenten van nu kunnen beter presenteren dan studenten van vroeger. Het recht is jezelf kunnen presenteren, zowel mondeling als schriftelijk. Helaas zijn studenten in dat laatste tegenwoordig wel minder sterk.

    ‘Mijn’ faculteit

    Rogier heeft een bijzondere band met de Nederlandse Antillen. Tussen 1996 en 1999 werd hij door de Erasmus Universiteit Rotterdam uitgeleend en is hij woonachtig en werkzaam geweest op Curaçao. Zijn doel was daarbij vooral om zijn horizon te verbreden. Volgens Rogier moet je uiteraard goed zijn in je vak wil je hoogleraar kunnen worden. Hij vindt het echter ook belangrijk dat een hoogleraar bijdraagt in het management van de faculteit. Hij is zelf tweemaal lid van het bestuur. voorzitter van de examencommissie en sectievoorzitter geweest. Rogier was altijd zeer betrokken bij de faculteit: “ik ben Rotterdammer, ik heb hier gestudeerd en ik werk hier. Dit is toch echt wel mijn faculteit.”

    Lodewijk Rogier had geen moeite met zijn afscheid. Hij kijkt tevreden terug op wat allemaal bereikt is. Het was gewoon tijd om het stokje aan anderen over te geven, Rogier wilde de nieuwe generatie niet in de weg lopen. Wel geeft hij studenten nog een advies mee: “Doe vooral dingen die je leuk vindt en volg je eigen nieuwsgierigheid. Creëer daarin je eigen uitdagingen. Je kunt pas echt goed worden als je iets doet dat je leuk vindt.”

    Publicatiedatum: 11 december 2013
    Aangepast: 12 april 2018

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | mr. Anton Westerlaken

    Mr. Anton Westerlaken - Oud-bestuursvoorzitter Maasstad Ziekenhuis

    Het algemeen belang gaat altijd voor het belang van het individu
    Logo Erasmus School of Law
    Het algemeen belang gaat altijd voor het belang van het individu

    Anton Westerlaken (1955) was tussen 2012 en 2016 bestuursvoorzitter van het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Daarvoor was Westerlaken onder andere werkzaam als lid van de raad van bestuur van het Erasmus MC. 

    De meeste (landelijke) bekendheid kreeg hij waarschijnlijk als voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakbond (CNV). Na de uitbraak van de zogenaamde Klebsiella-bacterie in 2012 werd aan Westerlaken gevraagd om leiding te geven aan het Maasstad ziekenhuis. Hij heeft het voor elkaar gekregen om het Maasstad weer in rustiger vaarwater te krijgen.

    Door te focussen op kwaliteit en samenwerking is het ziekenhuis in de rankings omhoog gegaan, kunnen er zwarte cijfers gepresenteerd worden en is er meer samenwerking in de regio tot stand gekomen.

    Verandering

    De rode draad in het werkzame leven van Westerlaken is zijn ervaring met verandermanagement. Het bevreemdt Westerlaken dat mensen vaak moeite hebben met verandering, aangezien ze in het dagelijks leven veelvuldig met verandering te maken krijgen. Zo verandert bijvoorbeeld het programma-aanbod op televisie, of de indeling in de schappen van de supermarkt. Als mensen zelf moeten veranderen ontstaat er echter stress en verzet. Westerlaken kijkt daar nuchter naar: “het algemeen belang gaat altijd voor het belang van het individu.” Voordat Westerlaken een nieuwe functie accepteert kijkt hij altijd kritisch naar zichzelf: “kan en wil ik iets betekenen in wat er van mij verwacht wordt en ga ik daar ook nog een beetje plezier aan beleven?” Daarnaast kijkt Westerlaken ook altijd wat hij voor de mensen kan betekenen.

    Een bijdrage aan de maatschappij leveren is voor Westerlaken een kernpunt. Vanuit zijn opvoeding kreeg hij al mee dat “je niet voor jezelf, maar voor anderen” op de wereld bent. Wat Westerlaken in zijn werkzame leven geleerd heeft is dat de basisprocessen in ieder bedrijf in feite hetzelfde zijn. “Als je daarop attent bent dan kom je er wel”. Wat Westerlaken anderen probeert te leren is dat je elkaar op tijd moet aanspreken op de kerntaken die bij een bedrijf horen. Pak daarin zelf je verantwoordelijkheid. Kijk niet alleen naar anderen, maar stel jezelf altijd de vraag: “wat kan ik er zelf aan veranderen?” Westerlaken studeerde Rechtsgeleerdheid in deeltijd en deed dat vooral uit nieuwsgierigheid. Zijn binding met de studie was doordat hij in deeltijd studeerde enigszins beperkt. Wel heeft hij veel plezier in zijn werkzame leven van de studie rechten, ook al is hij niet in de juridische sector gaan werken. Hij heeft er geleerd hoe hij analytisch moet denken en hoe je een situatie vanuit verschillende perspectieven kunt bekijken.

    Maatschappij

    Studenten van nu wil hij meegeven dat wanneer je al van jongs af aan weet wat je wilt, je zo snel mogelijk moet beginnen met je te specialiseren. Als je dat echter niet weet, dan is het zaak je zo breed mogelijk te oriënteren, ook in de keuze voor de master. Westerlaken waarschuwt voor teveel specialisatie: “we breken onze nek in dit mooie landje over doorgeschoten specialisme.” Volgens Westerlaken heeft de samenleving ook behoefte aan generalisten, mensen die kijken naar het grotere geheel en tussen de verschillende specialisaties verbindingen kunnen leggen. “Misschien is dat wel de échte specialisatie.”

    In het hele gesprek met Westerlaken klinkt zijn bewonderingswaardige overtuiging door dat je als individu moet kijken hoe je zoveel mogelijk aan de maatschappij kunt teruggeven. Hij roept studenten dan ook op om tijdens de studie daar al mee te beginnen: “benut je studententijd maximaal, maar begin zo snel mogelijk met het ontplooien van maatschappelijke activiteiten.”

    ESL-alumnus Anton Westerlaken is op vrijdag 31 maart 2017 overleden. Hij is 62 jaar geworden.

    Publicatiedatum: 7 november 2013
    Aangepast: 3 april 201

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Mr. dr. Joke de Wit

    Mr. dr. Joke de Wit - Universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht

    Besef dat je als student tot een selecte groep mensen behoort!
    Joke de Wit
    Besef dat je als student tot een selecte groep mensen behoort!

    Mr. dr. Joke de Wit is sinds 1999 werkzaam bij Erasmus School of Law. Zij begon haar carrière aan Erasmus School of Law als medewerker onderwijslogistiek, oftewel roostermaker. Daarvóór had De Wit al een veelzijdige en indrukwekkende (studie)carrière achter de rug; begonnen als docente lichamelijke opvoeding, rondde zij ook een opleiding Duits en fysiotherapie succesvol af. De Wit liet tijdens haar werkzaamheden bij Erasmus School of Law zien over vele talenten te beschikken en werd gevraagd om studieadviseur te worden.

    Cum laude

    Om studieadviseur te kunnen zijn, diende De Wit echter wel eerst de propedeuse van de studie Rechtsgeleerdheid af te ronden. Met alle studie-ervaring en de gezonde werkmentaliteit die De Wit bezit, greep ze deze nieuwe kans met beide handen aan; ze startte met de deeltijdstudie Rechtsgeleerdheid in de avonduren. Nadat ze het eerste jaar had behaald, besloot De Wit naast haar baan als studieadviseur de studie Rechtsgeleerdheid in de avonduren voort te zetten. En met bijzonder veel succes: ze sloot de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid (2005) én de master Staats-en bestuursrecht (2007) beide cum laude af. Hierna ging ze aan de slag als universitair (hoofd)docent Staats- en Bestuursrecht.

    Hier kwam het traject nog niet tot stilstand voor De Wit: zij startte in 2008 aan haar proefschrift over de toenemende invloed van het internationale recht in de nationale rechtsorde. In haar proefschrift staat artikel 94 van de Grondwet centraal, waarin aan de rechter de bevoegdheid wordt toegekend om nationaal recht te toetsen aan internationaal recht. De Wit gaat dieper in op de betekenis en bedoeling van dit artikel, waarbij ze tevens onderzoekt hoe in de rechtspraak is omgegaan met de bevoegdheid om nationaal recht buiten toepassing te laten als dit in strijd is met internationaal recht.

    Mijn tip: “Studeren is topsport, maar biedt je de mogelijkheid om jezelf echt goed te leren kennen.”

    .

    Doorzettingsvermogen en winnaarsmentaliteit

    Met inmiddels 25 jaar studie- en werkervaring, wist De Wit een efficiënte combinatie te maken tussen het docentschap en haar proefschrift. Het onderzoek voor haar proefschrift bood de kans om echt diep in de juridische materie te duiken. Daarnaast kwamen haar doorzettingsvermogen en winnaarsmentaliteit haar goed van pas. Het wekt dan ook geen verbazing dat de veelgebruikte slogan “Studeren is topsport” voor Erasmus School of Law door De Wit is bedacht. Het de diepte ingaan en doorzetten is haar goed bevallen, hoewel het promotietraject niet alleen maar leuk was: “Soms is het ook eenzaam als je zit te ploeteren met slechts studieboeken als gezelschap.”

    Wanneer De Wit spreekt over het docentschap, licht haar gezicht op. Meermaals benadrukt zij heel erg te genieten wanneer ze een ingewikkeld onderwerp probeert uit te leggen aan eerstejaarsstudenten. Wanneer zij dan de zaal rondkijkt en ziet dat de studenten de studiestof langzaam maar zeker gaan begrijpen en ‘het kwartje valt’, geeft haar dat een goed gevoel.

    Publicatiedatum: 11 december 2013
    Aangepast: 12 april 2018

    Joke de Wit
  • Dr. Roel Pieterman

    Dr. Roel Pieterman - Universitair Hoofddocent Rechtssociologie

    Lui varken, kom van die bank af!
    Roel Pieterman
    Lui varken, kom van die bank af!

    ‘Ik heb weliswaar gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, maar ik deed géén rechten. Ik studeerde namelijk sociologie. In 1978 werd ik student-assistent bij de vakgroep Sociale Wetenschappen. In 1983 studeerde ik af en werd tijdelijk docent, waarna ik in 1986 aan mijn proefschrift begon. Ik ben in 1990 aan de Universiteit Utrecht gepromoveerd als rechtssocioloog met mijn dissertatie De plaats van de rechter 1813 – 1920. Tien jaar later werd ik UHD, een functie die ik tot op de dag van vandaag met veel plezier vervul.’

    ‘Naast onderwijs (vooral Rechtssociologie in B1) en onderzoek (onder andere naar de voorzorgcultuur) ben ik in vele commissies actief (geweest). Momenteel ben ik voorzitter van de personeelsvertegenwoordiging in het EUROPA, het EUR Overleg Personele Aangelegenheden.’

    Wetten in het dagelijks leven

    ‘Ik denk dat het externe perspectief van sociologen, economen en psychologen een enorme meerwaarde heeft voor het recht. Omdat wij het recht op een andere manier benaderen, kan dit leiden tot nieuwe inzichten bij juristen. De basisvragen die rechtssociologen stellen, gaan aan de ene kant over de productie van het recht: waar komt een wet vandaan, hoe komt het dat er opeens een bepaald type jurisprudentie ontwikkeld wordt? Er zijn bewegingen in de maatschappij die maken dat er wetten komen, die leiden tot het produceren van juridische producten als wetten, bestuursbesluiten of vonnissen.’

    ‘De andere kant van de cirkel is de sociale werking van het recht: als er een wet is, wat gaat de samenleving daarna anders doen? Of als er een vonnis is geveld na een dispuut tussen bepaalde partijen, in hoeverre gaan die partijen zich dan echt voegen naar dat vonnis? Wat zijn de effecten? Wat is de rol van het recht in het alledaagse leven? Wat doen mensen met wetten in het dagelijks leven? Heb je er iets aan? Hoe kan het recht nou helpen en meer doen dan alleen maar te zeggen: “het mag niet?’’

    Twee boosheden

    ‘In 2005 kopte het NRC magazine met het artikel ‘De Tijdbom’. Op deze cover was een foto geplaatst van een paar stevige voeten die op een weegschaal stonden, waarvan de wijzer zo rond de 130 kilo stond. In het bijbehorende artikel werd gesproken over een obesitas epidemie die “het karakter heeft van een sluipmoordenaar en het effect van een kernramp”. Ik zag daar de redenering terugkomen dat wanneer je beleidsaandacht wilt genereren, je een apocalyptisch scenario moet schetsen om op de agenda te komen en subsidies te krijgen. Ik vind dat geen goede zaak; je moet mensen niet de stuipen op het lijf jagen.’  

    ‘Dit is een van de aanleidingen geweest voor het schrijven van mijn boek Gewicht zit niet tussen je oren: Beleid en Wetenschap in Perspectief. Bij mijn onderzoek naar beleid rondom overgewicht ben ik om twee dingen boos geworden die ik in dit boek behandel. De eerste boosheid die ik aansnijd, is slecht onderbouwd beleid. De tweede is het feit dat de overheid niets doet aan de stigmatisering van mensen met overgewicht.’  

    Hoofdzonden

    ‘Het huidige overheidsbeleid sluit naadloos aan bij eeuwenoude vooroordelen over ‘dikke’ mensen. Twee van de hoofdzonden van de mens zijn luiheid en vraatzucht. We zeggen dit tegenwoordig natuurlijk wat beschaafder: ‘beweeg meer en eet minder’. Maar de onderliggende boodschap is: ‘lui varken, kom van die bank af! Je weet wat je moet doen om gezond te leven, waarom doe je het dan niet?’

    ‘Zowel de overheid als de medische wetenschap geven in hun communicatie de boodschap dat je onmaatschappelijk bent als je hun advies niet opvolgt – dat je de maatschappij op kosten jaagt met mogelijke gezondheidsproblemen die door overgewicht zouden ontstaan, en dat mensen met overgewicht er elke dag actief voor kiezen om dit probleem in stand te houden door niet minder te eten of meer te bewegen.’  

    Stigmatisering

    ‘In mijn boek concludeer ik dat het overgewichtbeleid een ondeugdelijke evidence base heeft. Er is nauwelijks bewijs om de basisstellingen van het overgewichtbeleid aan op te hangen. Alle claims die daar liggen, kun je ernstig relativeren. Bijna het hele beleid is epidemiologisch van aard; gebaseerd op statistiek. Dat laat zien dat A samenhangt met B, of omgekeerd. We weten dan nog steeds niet of feit A feit B veroorzaakt, of feit B feit A, of dat ze misschien beiden wel door iets heel anders veroorzaakt worden. De veel te simpele boodschap dat ‘dikke mensen’ lui en gulzig zijn, leidt tot stigmatisering en dat levert een enorme mate van stress op. Onderzoek wijst uit dat deze stigmatisering samenhangt met grotere kansen op ziek worden of overlijden. Dit extra gezondheidsrisico voor mensen met overgewicht komt dan dus niet zozeer door overgewicht als zodanig, maar door de stigmatisering en discriminatie die ‘dikke mensen’ ondervinden.’

    ‘Ik ben ervan overtuigd dat ‘nature’ van veel grotere invloed is dan ‘nurture’ wanneer het aankomt op het hebben van overgewicht. Het is niet mind over matter, maar matter over mind. Overgewicht is geen keuze; het overkomt je. Dat voelt tegennatuurlijk voor mensen, want op korte termijn lijken maatregelen als minder eten en meer bewegen om af te vallen ook te werken. Helaas zijn we van jongs af aan allemaal grootgebracht met de gedachte dat elk pondje door het mondje gaat. Deze strategie blijkt echter alleen voor bijna iedereen op langere termijn niet vol te houden.’

    ‘De belangrijkste boodschap waarvan ik graag zou zien dat lezers die meenemen na het lezen van mijn boek ligt in lijn met de twee boosheden die ik eerder benoemde. Allereerst zouden beleidsmakers moeten streven naar beter bewijs voordat er beleid gemaakt wordt. Ten tweede hoop ik dat stigmatisering van mensen met overgewicht afneemt. Dat we beseffen dat mensen geen overgewicht hebben omdat ze elke dag de keus maken om te veel te eten of te weinig bewegen, maar dat hun lichaam dat grotendeels zo regelt. Ten derde hoop ik dat mensen die overgewicht hebben een positiever zelfbeeld ontwikkelen, en zich niet meer schuldig voelen.’

    Geen strobreed

    ‘Waar ik het meest gelukkig mee ben bij Erasmus School of Law, is de vrijheid die ik heb mogen genieten tijdens het doen van mijn onderzoek. Ik heb mogen gaan waar mijn neus mij heeft geleid. Er is mij nooit een strobreed in de weg gelegd – ook niet bij het schrijven van dit toch vrij controversiële boek. Dat betekent dat zo’n boodschap er ook mag zijn. Die academische vrijheid die ik bijna 40 jaar heb mogen ervaren, is een fantastisch groot goed.’

    ‘ESL onderscheidde zich lange tijd door een omvangrijke staf van niet-juristen, vooral sociale wetenschappers en economen. Dat is onder druk van bezuinigingen de afgelopen decennia sterk geërodeerd. Gelukkig zijn er in die richting nu wel weer hoopvolle ontwikkelingen, zoals het onderzoeksprogramma BACT en de opleiding Criminologie binnen onze faculteit. Als geheel onderscheidt ESL zich wat mij betreft nog altijd wel door haar zakelijke en constructieve bestuurscultuur.’

    ‘Ik zou studenten die net als ik onderzoeker willen worden de boodschap willen meegeven die bij ESL tijdens de eerste decennia centraal stond. Dat was de zogenaamde ZKK-doelstelling: Zelfstandig denkende, Kritische en Kreatieve studenten. Inderdaad, met een typische jaren zeventig-K. Beschouw een rechtenstudie daarnaast niet alleen als een route naar een goede baan, maar ook als een opleiding die maatschappelijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt.’

    Personalia

    Naam: Roel Pieterman
    Functie: Universitair Hoofddocent Rechtssociologie
    Proefschrift: De plaats van de rechter in Nederland 1813-1920; politiek-juridische ideeënstrijd over de scheiding van machten in de staat.
    Expertise: Rechtssociologie
    Huidig onderzoek: Monitoring Safety & Security

    Roel Pieterman
  • Spotlight Interview | Prof. mr. dr. Maarten de Wilde

    Prof. mr. dr. Maarten de Wilde - Docent / Opleidingsdirecteur Bachelor Fiscaal recht

    Het is echt een misvatting dat Belastingrecht saai zou zijn
    Maarten de Wilde
    Het is echt een misvatting dat Belastingrecht saai zou zijn

    ‘Van jongs af aan zat de passie voor het recht er bij mij in. Ik was altijd aan het vragen waarom dingen zo waren en ik wilde continu discussiëren. Mijn ouders zeiden dat ik misschien maar advocaat moest worden. In Utrecht ben ik Nederlands recht gaan studeren. Tijdens de studie werd ik gegrepen door een bijzonder economisch, sociaal, juridisch en wetenschappelijk fenomeen, namelijk de financiering van de overheidsuitgaven. Ik vond fiscaal recht uitdagend en het maatschappelijke aspect ervan sprak me erg aan, dus ben ik me daarin gaan specialiseren.’

    ‘Voor mijn promotie ben ik naar Erasmus School of Law gekomen. Binnen Erasmus School of Law ben ik tegenwoordig opleidingsdirecteur van de sectie Fiscaalrecht. Ook geef ik de vakken Internationaal Belastingrecht en Europees Belastingrecht, zowel voor de bachelor als de masteropleiding. Daarnaast werk ik twee dagen in de week bij Loyens & Loeff als professional support lawyer, ofwel belastingadviseur.’

    ‘Mijn onderzoek bij Erasmus School of Law richt zich voornamelijk tot internationale en Europees rechterlijke aspecten van winstbelasting voor multinationals. Ik houd mij bezig met de vraag: Hoe zou je multinationale ondernemingen moeten belasten in een globaliserende marktomgeving? Hoe kun je een neutraal, non-discriminatoir belastingsystematiek vormgeven? Daarover schrijf ik ook commentaren en kritieken op concrete ontwikkelingen voor Europese richtlijnen.’

    Redelijke belastingen

    ‘In de kranten lees je veel over belastingplanning, ontwijking en overheden die met elkaar concurreren door belastingvoordeel aan internationale bedrijven te geven. Sinds een paar jaar is er sowieso veel aandacht in de maatschappij en de politiek over wat multinationals redelijkerwijs aan belasting zouden moeten betalen. Binnen en buiten de Europese Unie zie je dat er verschillend wordt gedacht over de vraag hoe je de winst van de multinationale onderneming, de belastingtaart zeg maar, over verschillende landen moet verdelen. Wat voor systeem zou je moeten toepassen zodat je die winst over al die landen kunt verdelen? Hoe kun je belasting heffen op een manier die maatschappelijk als fair wordt gezien? De G20 en OESO hebben in 2015 plannen gemaakt om de belastingsystemen van de landen beter op elkaar aan te sluiten zodat er internationaal gezien minder gaten vallen waar multinationals dan weer hun voordeel mee doen.’

    Heel Creatief

    Het is echt een misvatting dat fiscaal recht saai zou zijn. Het is juist heel creatief, je kunt het vak op allerlei manieren in de praktijk toepassen. Er zitten veel facetten aan, zoals geopolitiek en de verhoudingen tussen landen onderling, maar ook economische kanten en gedragsaspecten. Een beetje zoals het stimuleren van gedragingen als het kopen van een eigen huis en dat met schulden financieren of voordelen geven aan expats om kennismigratie te stimuleren, maar dan bij bedrijven. Het is veel dynamischer dan het misschien op het eerste gezicht lijkt. Het gaat bijvoorbeeld ook over de maatschappelijke discussie wie betaalt en wie draagt bij aan de financiering van de samenleving? Fiscaal recht is veel meer dan een man in een grijs pak met een rekenmachine.’

    Inspirerend

    ‘Erasmus School of Law is een dynamische en open organisatie, er is veel ruimte om je te ontwikkelen. Ik vind het heel inspirerend om te zien wat we op onderzoeksgebied doen en produceren. Die hands-on mentaliteit en de diversiteit vind ik uniek. Ook de laagdrempelige, Rotterdamse mouwenopstroophouding vind ik onderscheidend voor Erasmus School of Law. Onderwijsgroepen en colleges waar mensen uit verschillende culturen en diverse achtergronden bij elkaar zitten, is voor mij heel positief. Natuurlijk brengt dat ook uitdagingen met zich, maar daardoor onderscheidt Erasmus School of Law zich wat mij betreft echt van andere universiteiten.’

    Niet op een eiland

    Transparantie in bevindingen vind ik belangrijk. Als wetenschapper moet je niet op een eiland zitten, maar je bevindingen juist met de samenleving delen. De universiteit wordt ook gefinancierd uit overheidsmiddelen, dus ik vind dat de samenleving ook mag weten wat er uit die onderzoeken komt.

    Erasmus School of Law heeft een goed maatschappelijk netwerk. Onze hoogleraren gaan er op uit en ik kom hen veel tegen in de media. Als fiscalist moet je overigens wel voorzichtig zijn in de media omdat het op TV en radio moeilijk is om het genuanceerde verhaal te vertellen. Daar is soms geen ruimte voor in de media.

    Spijt

    Als je écht wilt promoveren, moet je het doen, anders ga je spijt krijgen. Het proefschrift is een megaproject en je komt in een soort moeras terecht. Je wordt enorm teruggeworpen in je denken. Het is een heel confronterend traject, maar ook fantastisch: je bent vrij en het geeft een enorme verantwoordelijkheid omdat er geen kaders zijn. Als advies zou ik willen geven; schrijf eens een artikel en kijk of je het dan nog steeds leuk vindt. Kijk vervolgens of je jouw artikel gepubliceerd kan krijgen. Als het lukt, is dat een fantastisch en groots gevoel!’

    Personalia

    Naam: Maarten Floris de Wilde
    Functie: Hoogleraar / Opleidingsdirecteur Bachelor Fiscaal recht
    Proefschrift: Sharing the Pie; taxing multinationals in a global market (Cum Laude)
    Expertise: ondernemingswinstbelastingheffing in internationale omgeving
    Huidig onderzoek: Belastingheffing multinationals / Europese en internationale ontwikkelingen (BEPS)

    Maarten de Wilde
  • Spotlight Interview | Dr. Robby Roks

    Dr. Robby Roks - Universitair docent Criminologie

    Ook Nederland kent een gewelddadig straatleven
    Robby Roks
    Ook Nederland kent een gewelddadig straatleven

    ‘Voor mijn gevoel ben ik mijn hele leven al verbonden aan Erasmus School of Law. In 2001 ben ik hier een studie Nederlands recht begonnen. Al snel merkte ik dat ik een verkeerde keuze had gemaakt, want ik kon er mijn ei niet kwijt. Maar halverwege dat jaar begon ik met het keuzevak ‘Inleiding tot de Criminologie’ en toen gebeurde er iets met me. Dat was een lichamelijk iets, hoe gek dat ook klinkt. De lesstof kwam echt tot leven, dat was heel bijzonder om mee te maken. Ik heb er toen voor gezorgd dat ik in het eerste jaar mijn propedeuse haalde, waarna ik overstapte naar Criminologie. En daar viel alles op zijn plek.’

    ‘Criminaliteit is een fascinerend iets. Ik denk dat alle mensen het een interessant maatschappelijk fenomeen vinden. Of het nou om het volgen van het nieuws gaat, of om de films en series die we kijken: we zijn erdoor geboeid. Aan de ene kant stoot het ons af en vinden we het eng, maar tegelijkertijd willen we er graag meer over weten. We willen graag begrijpen waarom criminelen, zelfs de grootste psychopathische seriemoordenaars, doen wat ze doen.’

    ‘Het mooie van Criminologie is dat het een wetenschap is die inzichten vanuit allerlei disciplines gebruikt en vanuit die bredere disciplines naar concrete vraagstukken probeert te kijken. Als we kijken naar de methoden van onderzoek, dan had Criminologie ook onderdeel kunnen van FWS kunnen zijn. Aan de andere kant denk ik dat het ontzettend belangrijk is dat Criminologie binnen de rechtenfaculteit opereert. Elke criminele daad heeft immers juridische gevolgen. Maar als criminologen problematiseren we ook de sociale constructie ‘criminaliteit’. Criminologen proberen verder te kijken dan het gedrag dat strafbaar is gesteld is de wet.

    Straatleven

    ‘Voor mijn proefschrift ben ik een paar jaar opgetrokken met de Haagse Rollin’ 200 Crips, een gang die geënt is op de gelijknamige groepen uit Amerika. Ik was altijd al geïnteresseerd in het straatleven, vooral dankzij mijn voorliefde voor hip-hopmuziek. Het lukte me om in contact te komen met iemand die diep in die criminele wereld zat en daar met mij over wilde praten. Dit gaf mij de kans om langere tijd aan ‘de andere kant van het spoor’ onderzoek te doen. Het veldwerk was niet zozeer gevaarlijk, maar soms wel spannend. Je hebt toch te maken met (jonge)mannen die een strafblad hebben en regelmatig met de politie in aanraking komen. Sommigen van hen zijn bovendien vuurwapengevaarlijk.’

    ‘De maatschappij heeft vaak het beeld dat de crimineel anders in elkaar zit dat wij. Dat het per definitie mensen zijn aan wie een steekje los zit. Die voorbeelden zijn er zeker, criminelen kunnen net zo goed een goede vader of een trouwe vriend zijn. Het zijn in wezen mensen die op bepaalde punten van hun leven ofwel ‘verkeerde’ keuzes hebben gemaakt, ofwel door omgang met anderen bepaalde kansen en mogelijkheden voor zichzelf hebben geblokkeerd. Tegelijkertijd moeten we deze bendes zeker serieus nemen. Het is wellicht een poldervariant van de Amerikaanse gangs, maar de leden zijn stuk voor stuk mannen die zich bezig houden met criminaliteit en hebben vastgezeten voor zware geweldsdelicten. Het zou dus verkeerd zijn om te denken dat in Nederland geen gewelddadig straatleven bestaat.’

    Objectief blijven

    ‘Binnen de wetenschappelijke wereld zag men dat mijn promotieonderzoek een mediageniek onderwerp is. Dat vindt men niet zozeer verdacht, maar ik vroeg me wel af of mijn onderzoek serieus genomen werd. Wellicht twijfelde men of je bij zo’n onderzoek wel in staat bent om voldoende afstand te bewaren en objectief kunt blijven. En dat is in potentie ook een problematisch punt. Je moet inderdaad oppassen met dit soort onderzoek en vermijden dat je een verlengstuk wordt van zo’n groep, dat je je laat meesleuren. In het Engels noemen ze dat heel mooi Going Native. Maar ik heb de afstand altijd weten te bewaren. Ik ben sowieso niet geschikt voor die manier van leven, daar ben ik gewoon veel te laf voor.’

    ‘Natuurlijk was ik me bewust van het feit dat zo’n promotieonderwerp op interesse vanuit de media kan rekenen. Je krijgt dus al snel aandacht, maar dat is niet per sé positief. Je probeert als wetenschapper natuurlijk een genuanceerd beeld neer te zetten, maar tijdens mijn contact met de media merk je dat journalisten toch vaak voor sensatie gaan. Het hoe en wat vonden ze interessant, maar aan mijn bevindingen werd relatief weinig aandacht besteed.

    De buitenwereld

    ‘Ik ben van mening dat we onze kennis meer met de buitenwereld moeten delen. Valorisatie is wat mij betreft ontzettend belangrijk. Het is niet altijd even gemakkelijk, maar het hoort er gewoon bij. We worden betaald van belastinggeld, dat schept bepaalde verplichtingen. Daarnaast vind ik dat wetenschap niet alleen op de wetenschappelijke wereld gericht moet zijn. Het moet je doel zijn om een iets breder publiek te trekken. Contact met de media is daar een onderdeel van. Begrijp me niet verkeerd: ik vind niet dat we altijd maar overal op moeten reageren. Een onderwerp moet binnen je eigen veld van expertise liggen, anders moet je het misschien gewoon laten gaan. Maar ik zie dus zeker meerwaarde in contact met de buitenwereld. En laten we niet vergeten dat deze contacten weer heel veel kunnen opleveren. Wanneer je bijvoorbeeld in de media verschijnt, zullen potentiële opdrachtgevers jou en jouw werk eerder weten te vinden. Den Haag en Brussel krijgen dan vanzelf meer oog voor ons werk, zogezegd. Dat moeten we niet vergeten.’

    Spannende plek

    ‘Erasmus School of Law is een ontzettend vooruitstrevende en innovatieve juridische faculteit. Dat merkte ik al toen ik mijn promotievoorstel indiende. Prof. Staring, mijn promotor, was heel erg enthousiast. Hetzelfde gold trouwens voor prof. Van Swaaningen. Ze vonden het prachtig dat ik dit ging doen en ze hebben me heel goed begeleid.’

    Het is ook ontzettend leuk om te werken bij een faculteit die in het hart van de samenleving staat. Ons werk is eigenlijk altijd actueel. Ik vind het dan ook echt een voorrecht om bij Erasmus School of Law te mogen werken. We zitten hier in Rotterdam op een heel spannende plek, waar van alles gebeurt. Erasmus School of Law is een ontzettend dynamische omgeving met een grote groep gemotiveerde groep wetenschappers. Ik heb bovendien het gevoel dat veel collega’s van Erasmus School of Law zich steeds actiever mengen in het publieke debat. Daar ben ik enorm trots op.

    Personalia
    Naam: dr. Robby Roks
    Functie: universitair docent Criminologie
    Proefschrift: 'In de h200d: een eigentijdse etnografie over de inbedding van criminaliteit en identiteit'
    Expertise: gangs, straatcultuur, etnografisch onderzoek
    Huidig onderzoek: Monitor Georganiseerde Criminaliteit in Nederland. Een doorlopend onderzoeksproject naar georganiseerde criminaliteit in Nederland op basis van opsporingsonderzoeken van politie en justitie.

    Robby Roks
  • Spotlight Interview | Prof. mr. dr. Xandra Kramer

    Prof. mr. dr. Xandra Kramer - Hoogleraar Internationaal Privaatrecht

    Procesrecht is de ruggengraat van de rechtstaat
    Xandra Kramer voor In the Spotlight
    Procesrecht is de ruggengraat van de rechtstaat

    ‘Tijdens mijn studietijd aan de Universiteit Leiden vond ik privaatrecht leuk – en dan vooral de internationale kant. Internationaal recht komt relatief laat aan bod in de studie, ook nu nog. Het is een betrekkelijk nieuw vakgebied en is nog steeds voor veel studenten een eyeopener. Jarenlang had ik vanuit het Nederlands recht gedacht en ineens kwam de realisatie dat het recht in andere landen totaal anders werkt. En dat je daar onderling afspraken over moet maken; dat het echt puzzels zijn die je moet oplossen. Neem een simpel voorbeeld als een Nederlander die met een Belgische trouwt, die vervolgens een kind krijgen en naar Argentinië verhuizen. Hoe ga je dan om met de verschillende rechtsrelaties?’

    ‘Ik heb een goede scriptie geschreven aan de Universiteit Leiden en ben toen gevraagd om te promoveren: leuk en ook wel spannend natuurlijk. Ik heb daar gemerkt dat onderzoek doen bij me past: het ontdekken en schrijven liggen me goed. Ik vind het fijn om de diepte in te gaan, vluchtigheid trekt mij minder. Toen ik een vacature zag aan de Erasmus Universiteit, greep ik mijn kans. Aangezien mijn vakgebied wat minder mainstream is, komen dit soort mogelijkheden niet met grote regelmaat voorbij. Het is daardoor wel nodig om je positie te bevechten, en ik heb dat gedaan door het aanvragen van grants. Dat is ook iets waar ik energie uit haal; niet in de zin dat je anderen moet aftroeven, maar wel het overtuigen van mensen dat je een goed en belangrijk idee hebt. En het is fantastisch en bijzonder wanneer een grant daadwerkelijk toegekend wordt. Mijn eerste grant, een EUR fellowship, was een goede start. Maar vooral de tweede, de Vidi grant, is speciaal voor mij omdat hij zo richtinggevend is geweest voor mijn carrièrepad. Ik ben natuurlijk ook ontzettend blij met de ERC Consolidator Grant die ik toegekend heb gekregen voor mijn onderzoek “Building EU civil justice: challenges of procedural innovations bridging access to justice”, een onderwerp dat me na aan het hart ligt.’

    Building EU Civil Justice

    ‘Het onderzoek dat dankzij de ERC Grant op 1 september jaar 2016 van start gaat, is erop gericht om bij te dragen aan een verbetering van de toegang tot het recht in Europa. Waar het bij toegang tot het recht om gaat, is hoe je rechten kunt afdwingen. Ik zie procesrecht daarom als de ruggengraat van de rechtsstaat; rechten en plichten hebben natuurlijk alleen maar zin als die ook kunnen worden afgedwongen en als dat op een eerlijke manier gebeurt, waarbij er gelijkheid tussen partijen is.’

    Omdat we allemaal belasting betalen voor onze rechtsorde, is het daarbij belangrijk om procedures efficiënt te laten verlopen. Aan de andere kant moet er goede rechtsbescherming zijn, wat geld kost. Die spanning tussen efficiency en kwaliteit van rechtspraak fascineert me. Vooral in een internationale context is dit een boeiend onderwerp: er zijn steeds meer Europese procedures en regels, maar civiele procedures zijn nog steeds vooral nationaal geregeld. In mijn onderzoek komen daarom vragen aan bod als wat de beste manieren zijn om toegang tot het recht in Europa te verbeteren, en welke nieuwe ontwikkelingen er plaatsvinden. Voor een deel kunnen die goed zijn, maar er is een kans dat sommige veranderingen een gevaar opleveren voor de kwaliteit van het recht en de rechtspraak.

    Zonder advocaat

    Een van de vier deelprojecten van het onderzoek gaat over het recht om te procederen zonder advocaat. Je ziet dat dit in veel landen – ook in Nederland – steeds meer wordt toegestaan. Het maakt het aangaan van procedures makkelijker en goedkoper: je hoeft immers de kosten van een advocaat niet te betalen. Maar uit grootschalig onderzoek in Amerika blijkt dat de kans om een procedure te winnen flink afneemt wanneer je geen advocaat in de arm neemt. Dat kan natuurlijk verschillende oorzaken hebben: een advocaat kan bijvoorbeeld cliënten bij minder kansrijke zaken afraden om een procedure aan te spannen, waardoor deze niet voor de rechter komen. Maar het kan ook zijn dat mensen zonder advocaat niet goed in staat zijn om hun rechten zelf te verdedigen: dat ze de verkeerde toon aanslaan of de rechtsregels niet goed kennen. Er ontstaat dan een spanning: aan de ene kant lijkt het procederen zonder advocaat efficiënter en goedkoper, maar aan de andere kant kan het ten koste gaan van de kwaliteit van de rechtspraak.

    Er is al aardig wat kwantitatief onderzoek op dit punt gedaan. Waar ik juist naar wil kijken is hoe dit soort procedures precies verlopen en hoe het de dynamiek tussen partijen verandert. Wat de ervaringen zijn van de verschillende betrokkenen, en hoe dit de rechtsspraak verandert. We gaan dus ook rechtszaken bijwonen, observeren wat er gebeurt en we interviewen de verschillende betrokkenen. Mocht uit het onderzoek blijken dat er inderdaad een flinke spanning ontstaat tussen efficiency en kwaliteit, dan kunnen we hier mogelijk verandering in brengen door aan bepaalde knoppen te draaien, of naar een andere vorm van rechtshulp te zoeken – zodat je zowel de winst in efficiency hebt als voldoende rechtsbescherming voor de betrokken partijen.’

    Belang Europa

    Veel mensen zijn zich waarschijnlijk niet zo bewust van welke rol de Europese Unie in ons dagelijks leven speelt; er is ook veel Eurocynisme. Ik denk dat Europa wel degelijk belangrijk voor ons is; neem alleen al kleine zaken als het doen van een online bestelling. Vaak zitten er buitenlandse bedrijven achter websites waar we aankopen doen, waardoor de rechtsregels die gelden heel anders kunnen zijn. In Nederland hebben we een redelijk goede consumentenbescherming, maar dat is niet in elk land zo. Mocht er iets mis gaan met je bestelling, dan is het fijn als je weet waar je terecht kan, en dat je je recht kan afdwingen.’

    ‘Als er iets is wat ik mensen uiteindelijk mee zou willen geven, is het: procedure matters! Een echte rechtsstaat heeft goede procesregels. Iedereen kan in potentie in een procedure betrokken raken – als eiser of als verweerder. Dat je dan een vangnet hebt, naar de rechter kunt stappen en daar eerlijk wordt behandeld - dat je het recht hebt gehoord te worden, recht hebt op wederhoor en het recht hebt om in hoger beroep te gaan - is de basis van je rechtsstaat.’

    Erasmus School of Law

    ‘Inmiddels werk ik 15 jaar aan Erasmus School of Law, eerst als universitair docent en hoofddocent en sinds 2011 als hoogleraar. Erasmus School of Law kenmerkt zich door haar oriëntatie op business: we zijn meer gericht op het bedrijfsleven en we kijken naar maatschappelijke problemen, het recht in de sociale context.

    Ik heb hier verder binnen het onderwijs en onderzoek altijd het gevoel dat ik met nieuwe ideeën kan komen; dat er open wordt gestaan voor andere denkrichtingen. De lijnen zijn hier vrij kort en het is niet zo hiërarchisch georganiseerd, dus als je hier iets wilt, kan dat vaak wel. Dat wat meer informelere en die doelgerichtheid bevallen me goed. Ik heb daardoor ruimte om me ook met andere zaken bezig te houden, zoals met diversiteit; iets wat ik heel belangrijk vind en weer te maken heeft met het idee van gelijkheid van kansen. Ik geloof daarbij echt dat er in een diverse organisatie meer creatieve processen ontstaan, dat we daardoor nieuwe perspectieven krijgen. Alleen samen komen we verder en kunnen we buiten de gebaande paden treden!

    Personalia

    Naam: Xandra Kramer
    Functie: Hoogleraar Internationaal Privaatrecht
    Proefschrift: 'The Dutch Kort Geding Procedure in an International Perspective: A Comparative View on Provisional Measures and Private International Law'
    Expertise: Internationaal Privaatrecht
    Huidig onderzoek: ‘Building EU civil justice: challenges of procedural innovations bridging access to justice’.

    Xandra Kramer voor In the Spotlight
  • Spotlight Interview | Dr. Alessandra Arcuri

    Dr. Alessandra Arcuri - Associate professor International and European Law

    Being a researcher requires determination
    Aleksandra Arcuri
    Being a researcher requires determination

    ‘I originally come from Italy and I studied law at La Sapienza University in Rome. I have to admit, I have not always known that Law was going to be my path. Looking back at the winding road of my career, I feel that I have slowly drifted and followed the gulfs of analytical currents; like a floating boat if you will. La Sapienza is a big university – I often felt like a small particle in an ocean of students. Although I was serious about my studies there, I felt something was lacking, as the teaching method was highly dogmatic. That was why I decided to do a LL.M. at Utrecht University, which turned out to be the cause of a big revolution in my life. Instead of learning things by heart, we were asked to critically think and analyze; it was a positive shock. That was the moment I really started to enjoy studying law. Today, I am convinced that law is one of the most exciting fields to study and I try to transmit this to my students. All in all I love this job.’

    ‘In 1999, I got the opportunity to do a PhD at Erasmus School of Law. My thesis was about the governance of catastrophic risks, created by human activity. Examples are the disastrous accident at Chernobyl Nuclear Power Plant or the 1984 factory explosion in Bhopal, India. My PhD was at the intersection of law and economics. At this crossroads, you try to think of the law as a system that gives incentives to people to behave in one way or another. If, for instance, you know that you are going to be liable if you are going to act in a certain way, then you will consider the external costs of these activities. If there is no liability, you might as well neglect those costs. That is how the law and economics perspective conceptualizes certain legal institutions; it can help to create tools to control and organize society in such a way that the costs of certain activities are taken into account by the actor, and steers action into another direction.’

    ‘The research I am conducting now has shifted towards the field of International Economic Law, which is extremely interesting, as it is key to understanding our ‘globalized’ society and it is at the forefront of the most important challenges of the 21st century. I study international agreements that are instrumental for the integration of markets at the global scale and at the same time have to deal with issues such as environmental and food regulation.  The more I engage with this field of law, the more I like it.’

    Chlorinated chicken

    ‘When talking about international economic law, we are a talking about organizations like the World Trade Organization (WTO), or treatises like the Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) and the Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) between Europe and Canada. Think for example of the debates on food safety that these partnerships inspired. A well-known and quite recent case, is that of chlorinated chicken. In America, chicken meat is bathed in chlorine in order to kill bacteria. An effect of this bath might be though, that it can cause people to fall ill.  People were afraid that American rules and regulations would substitute European rules and regulations, at the cost of our food safety. It is exactly in these types of cases my colleagues and I can help with our research. We can show the reasons behind the worries people have, and to what extend they are founded. It helps to pinpoint what is at stake and where the problems lie – it  adds a bit of precision to a debate that otherwise could go in any direction.’

    Globalization, Science and Democracy

    ‘What is important to realize is that for globalization to work, we need to recognize each other’s safety standards and regulations. Many international agreements have thus resorted to science to settle conflicts about different regulations. This leads to an important part of my research focusing on the intersection of law and science on a global level. In our societies there are technical bodies, rather unknown, that can be politically very important. For example, there was a debate about the world’s most used pesticide: glyphosite (commercialized as Round-up). An international body that consists of scientists and that is related to the World Health Organization (WHO), stated that this pesticide can cause cancer while other bodies, such as the European Food and Safety Authority, denied the claim. My research tries to look at these bodies, that are pretty obscure, but that do have an influence on the decision making. In this context, I look at issues like: what is the type of authority these bodies exercise? What they do is actually never binding, but in the end, lawyers tend to follow these scientific bodies. So these bodies have authority - but how are they accountable? Can they respond in a court? How are conflicts of interest regulated?’

    Accurate insights

    ‘A closely related issue is to know who has a voice and who does not. Who has the legal rights to challenge certain regulations and who has not. Who is marginalized and who is empowered in decision making processes where technical knowledge is necessary.  In the end, a lot is about how we think and make decisions, and indirectly also about what we want as a society – what do we think is important? Who gains and who loses? Of course, science cannot give you the answer whether you want to live in a certain type of society or in another – but science can help you to get an accurate insights on the problems we are facing. Legal institutions are important to design decision making processes that can be simultaneously science-based and inclusive, taking into the interests of different constituencies, particularly of the most vulnerable.’

    ‘By contributing – even in a small way – to the body of knowledge about such legal institutions, I feel I am doing something worthwhile. My research is nothing more than a grain of sand– but we know that all these grains of sand can grind a sophisticated machine to a halt - and establish change. Even the marginal changes in our field matter.  I think it is important to have a sense of contributing to a common project – what I am able to do, I can only do because there are so many brilliant minds around me, both here at the Erasmus School of Law and among my international colleagues. We should cherish this ethic of collective contribution to a body of knowledge that is not one-man made.’

    Responsibility and determination

    ‘This job comes with responsibilities and with privileges. It is a true privilege to be surrounded by great intellectuals and to be able to study for all your working life. If you are considering an academic career, you should be aware of this privilege.  However, being a researcher also requires determination – the academia is a competitive world. That is why it is important not only to try to do what you love, but never forget to love what you do. You need to do something you love, as being a researcher is not something that stops when you leave your office. And doing research is not always exciting, or a piece of cake. There are also those days when a blank page is staring at you. When you fail (e.g. because an article you wrote is not the way you like, because a subsidy you applied for has not been awarded, etc.), and you feel miserable. It is then you need to make an effort and love what you do. In the end, when you have found something that you love to do, it will turn out that it is absolutely worth fighting for.’

    ‘On this note, it is worth mentioning that your working environment can be extremely important in this trajectory. What I think is unique about Erasmus School of Law, is the openness to change and to new ideas. You are not limited when you have a good idea – it really is the perfect environment for innovative and creative people. The university reflects the spirit of Rotterdam itself: extremely dynamic and interesting - so much is happening here!’

    Personalia

    Name: Alessandra Arcuri
    Function: Associate professor International and European Law
    Doctoral thesis: Governing the risks of ultra-hazardous challenges for contemporary legal systems
    Expertise: Publiekrecht, Risk Regulation, International Economic Law, Law and Economics
    Current research: Mega-Regional Economic Integration & Human Rights  

    Aleksandra Arcuri

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen