De analoge watercomputer MONIAC, een zeldzaam macro-economisch demonstratiemodel uit 1949, helpt nog altijd om uit te leggen hoe een hele economie functioneert. Dat zegt Philip Hans Franses, hoogleraar toegepaste econometrie aan Erasmus School of Economics, in een artikel dat het populair‑wetenschappelijke tijdschrift Quest recent publiceerde.
Volgens Franses is de MONIAC (Monetary National Income Analogue Computer) in feite ‘een driedimensionale weergave van een macro‑economisch model’, waarbij water staat voor geld en de machine laat zien wat er gebeurt als je ergens in het systeem ingrijpt. Het model dat in 1949 werd ontwikkeld door de Nieuw-Zeelandse econoom Bill Phillips, visualiseert zogenoemde differentiaalvergelijkingen: hoe één grootheid verandert wanneer je een andere aanpast, bijvoorbeeld wat er met de rente gebeurt als de overheid besluit meer geld te lenen.
Hij wijst erop dat dergelijke modellen overal in de economische beleidswereld worden gebruikt, van het Centraal Planbureau tot de Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank. De MONIAC laat maar een beperkt aantal vergelijkingen zien; moderne computermodellen bevatten er duizenden. Juist doordat het toestel zo eenvoudig en fysiek is, maakt het volgens Franses de complexe samenhang in de economie inzichtelijk voor studenten en beleidsmakers.
Franses vergelijkt de economie met een waterbed: wie op één plek druk wegneemt of toevoegt, veroorzaakt elders beweging. De MONIAC laat dat direct zien doordat waterstromen verschuiven wanneer “beleidsknoppen” (schuiven en kraantjes) worden versteld. Daarmee maakt de machine duidelijk dat je de economie kunt beschrijven én sturen met behulp van principes uit de natuurkunde, stelt hij.
Wel is Franses uitgesproken over de beperkingen: de uitkomsten zijn ‘absoluut niet nauwkeurig’ en de machine is een sterk gestileerde weergave van de werkelijkheid. De kracht van de MONIAC zit volgens hem niet in exacte voorspellingen, maar in het laten zien hoe onderdelen van de economie met elkaar verbonden zijn en welke effecten beleidskeuzes in grote lijnen kunnen hebben.
Van de 14 machines die Bill Phillips heeft gebouwd, is er één terechtgekomen bij de Nederlandse Economische Hogeschool, de voorloper van Erasmus School of Economics en Erasmus Universiteit Rotterdam. Het is een absoluut pronkstuk in de erfgoedcollectie van de universiteit en staat in de hal van het Theilgebouw, ter hoogte van collegezaal CB-01. De gemeente Rotterdam schonk deze machine in 1953, ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Nederlandse Economische Hogeschool, voor educatieve doeleinden.
- Professor
- Meer informatie
Lees hier het bewuste artikel op de website van Quest. Voor vragen neemt u contact op met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer aan Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 641 846.
