Waarom het jeugdstrafrecht juist kwetsbare jongeren niet altijd goed begrijpt

Het jeugdstrafrecht is bedoeld om jongeren te straffen en weer op weg te helpen. Maar jongeren zelf ervaren het soms als een machtsstrijd waarin ieder woord en iedere reactie tegen hen kan werken. Politiek filosoof Jaap van der Spek (Erasmus School of Social and Behavioural Sciences) laat in zijn proefschrift zien hoe die twee werkelijkheden botsen. Juist de kwetsbaarste kinderen dreigen daardoor het slechtst uit de verf te komen.

Tijdens zijn rechtszaak zit een jongen zwijgend voor zich uit te kijken. Het liefst zou hij verdwijnen in zijn capuchon. Voor de rechter en andere aanwezigen in de rechtszaal komt hij bokkig over. Hij werkt niet mee en lijkt niet gemotiveerd om te veranderen. Jaap van der Spek spreekt hem later. Dan blijkt er iets anders achter zijn gedrag te zitten. "Ik weet niet wat ik moet doen daar. Ik ben bang dat ze me dom vinden", vertelt de jongen.

Hij heeft een lange geschiedenis van uithuisplaatsingen en gesloten jeugdzorg. Als hij zich bedreigd voelt, doet hij wat hij zichzelf heeft aangeleerd: terugtrekken en boos worden. "Dan doen ze je weg en dan kan ik mezelf beschermen tegen mensen van wie ik niet weet of ze me kwaad zullen doen."

Voor Van der Spek laat het voorbeeld zien waar zijn proefschrift De staat en het delinquente kind over gaat. Hij onderzocht het jeugdstrafrecht als machtspraktijk. Rechters, officieren en gedragsdeskundigen willen jongeren helpen, maar jongeren beleven datzelfde systeem soms heel anders. "Als je er niet aan blootstaat, vergeet je dat element van macht snel. Maar de jongeren voelen dat als eerste."

Geen dure broek aan en bananenschillen gooien

Van der Spek, werkzaam bij stichting Halt, werkte jarenlang met jongeren in jeugddetentie en sprak voor zijn onderzoek met voormalig gestrafte jongeren en jeugdstrafrechtprofessionals die werken in het jeugdstrafrecht. Een jongen die van drugshandel werd verdacht, gaf hem bijvoorbeeld een praktisch advies voor als hij ooit voor de rechter zou verschijnen: trek geen dure broek aan. "Dan denkt ze: die gozer verdient er heel veel mee, die zal het wel hebben gedaan." Een rechter noemde zo'n strategie manipulatief. Van der Spek ziet vooral een jongen die beseft dat hij voortdurend wordt beoordeeld.

Dat blijkt nog sterker uit het verhaal van een jongere met een PIJ-maatregel, in de volksmond jeugd-tbs genoemd. Hij vertelde dat je in het begin beter problemen kunt veroorzaken en dat je je gedrag daarna moet verbeteren. Zelf veroorzaakte hij aanvankelijk bewust meer incidenten, bijvoorbeeld door een grote mond te hebben. Toen  dat later minder werd, kon hij  vooruitgang laten zien. Dat kan gunstig uitpakken wanneer wordt beoordeeld of de maatregel moet worden verlengd. "Die is daar zijn vege lijf aan het redden", zegt Van der Spek.

Een andere jongere had gehoord dat het gunstiger kon zijn om tijdens een observatie in een jeugdgevangenis wat kinderlijk over te komen. Alleen: hoe doe je dat? Hij besloot bananenschillen te gooien en een beetje te klieren.

Van kind naar risico

Van der Spek onderzocht ook hoe in de ruim honderd jaar wetgevingsgeschiedenis politici over jeugdcriminaliteit spraken. Rond 1900 ontstond het jeugdstrafrecht vanuit het idee dat delinquente kinderen extra bescherming verdienen. Justitieminister Cort van der Linden sprak zelfs over misstappen die met de "mantel der liefde" moesten worden bedekt. Vooral rond 1990 ziet Van der Spek een kantelpunt. Het delinquente kind wordt steeds meer als mondige, bijna volwassen persoon voorgesteld. "Je kunt je afvragen of het jeugdstrafrecht sindsdien is vergeten dat het voor jeugdigen was bedoeld."

Dat wringt met de praktijk. Onder jongeren in het jeugdstrafrecht zijn bijvoorbeeld relatief veel jongeren met een licht verstandelijke beperking. Tegelijkertijd verwacht het systeem dat een jongere kan uitleggen wie hij is en wat hij nodig heeft. Wie goed kan praten en toekomstplannen heeft, geeft professionals iets om mee te werken. Wie dichtklapt of nauwelijks perspectief heeft, kan vooral als risico in beeld komen.

De verkeerde leraar

Ook rapporten kunnen grote gevolgen hebben. Een jongen vertelde Van der Spek dat adviseurs van de rechter volgens hem de verkeerde persoon hadden gebeld. Ze spraken met zijn mentor, met wie hij geen goede relatie had. Hadden ze zijn tekenleraar gebeld, dan hadden ze volgens hem een positiever verhaal gehoord. Van der Spek hoorde die frustratie vaker. "Ze herkennen zich niet in het beeld wat er van ze wordt geschetst, in een taal die ze niet beheersen.”

Een kind mag een raadsel zijn

Een uitspraak van een officier van justitie bleef Van der Spek bij. Die vertelde over een minderjarige tegen wie een sanctie uit het volwassenenstrafrecht werd geëist . "Dat kind bleef ons een raadsel. We wisten niet meer wat we ermee aan moesten." Van der Spek draait die redenering om. Misschien is het juist hoopvol dat een kind nog een raadsel is. "Ieder kind is een verrassing." 

 

Photograph of a man in a pink shirt gazing off camera against blurred green foliage.

Zijn proefschrift eindigt met grote woorden: hoop en liefde. Voormalig veroordeelde jongeren vertelden hem dat ze hoop nodig hadden dat het goed met hen zou komen en mensen die hen bleven zien als meer dan hun delict. Waarom wordt wel een professional geraadpleegd, vraagt Van der Spek zich af, maar niet vanzelfsprekend een beste vriend of die tekenleraar? Geef zulke mensen een gelijkwaardiger stem. "Een kind kennen betekent nog niet dat je het begrijpt. Begrijpen betekent ook oog houden voor wat iemand nog niet is, maar wel zou kunnen worden. Wie kan dat beter dan iemand die in je gelooft?"

Meer informatie

Marjolein Kooistra, communicatie ESSB, kooistra@essb.eur.nl | 0683676038

Gerelateerde content
De staat en het delinquente kind: een politiek-filosofische analyse van de wetgevingsgeschiedenis van en straftoemeting in het jeugdstrafrecht
ESSB logo

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen