Op 16 juni kwamen meer dan vijftig academici, beleidsmakers, leiders uit het maatschappelijk middenveld en vertegenwoordigers van de overheid bijeen in de Haagse Humanity Hub om de balans op te maken van een turbulent jaar op het gebied van klimaatrecht en -bestuur. Het evenement, dat gezamenlijk werd georganiseerd door de Erasmus School of Law, het T.M.C. Asser Instituut en de Hague Humanity Hub, gebruikte een recente mijlpaal, de Santa Marta-conferentie over de transitie weg van fossiele brandstoffen (TAFF), als uitgangspunt voor een diepgaande vraag: wat is er juridisch nodig om op een rechtvaardige manier de overstap te maken van fossiele brandstoffen?
Wereldwijd zijn regeringen het er, althans in principe, steeds meer over eens dat fossiele brandstoffen geleidelijk moeten worden afgebouwd. Maar het rechtssysteem dat buitenlandse investeringen beschermt, is ontworpen voor een vroeger tijdperk en maakt het proces verbazingwekkend duur voor de staten die dit willen realiseren, waarbij de kosten onevenredig zwaar drukken op degenen die het minst verantwoordelijk zijn voor het probleem.
Wat gebeurde er in Santa Marta?
De bijeenkomst nam een recente internationale mijlpaal als uitgangspunt. In april 2026 organiseerden Colombia en Nederland gezamenlijk de conferentie van Santa Marta. De conferentie is expliciet gericht op het opbouwen van internationale samenwerking om af te stappen van fossiele brandstoffen. De conferentie nam bewust afstand van de landen die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en de lobbyisten die van oudsher de internationale klimaatonderhandelingen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) hebben gedomineerd, en creëerde in plaats daarvan bewust ruimte voor vakbonden, inheemse gemeenschappen, subnationale overheden en maatschappelijke organisaties om hun standpunten in te brengen.
Siobhán Airey, universitair docent innovatie in het publiekrecht aan Erasmus School of Law, beschreef dit als een welkome en al lang verwachte verschuiving. ''Het klimaatbeleid gaat een nieuwe fase in”, zegt ze, waarbij ze verwijst naar recente uitspraken van internationale rechtbanken die duidelijkheid hebben verschaft over wat staten wettelijk verplicht zijn te doen met betrekking tot klimaatverandering. Initiatieven zoals Santa Marta, voegt ze eraan toe, ''versterken het sectoroverschrijdende momentum“ dat zich opbouwt in de aanloop naar de volgende COP, de jaarlijkse klimaatconferentie van de VN, die later dit jaar in Antalya, Turkije, zal plaatsvinden. De verschuiving, merkte ze op, ''zou wel eens van invloed kunnen zijn op bestuursprocessen op EU- en nationaal niveau, bijvoorbeeld wat betreft het afbouwen van subsidies voor fossiele brandstoffen.“
De juridische hindernis waar de meeste mensen geen weet van hebben
De meeste mensen gaan ervan uit dat als een regering besluit fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen, zij dat gewoon kan doen. In de praktijk kan dit echter buitengewoon kostbaar zijn, niet vanwege de transitie zelf, maar vanwege een juridisch mechanisme waar de meeste mensen nog nooit van hebben gehoord: Investor-State Dispute Settlement, oftewel ISDS.
ISDS stelt buitenlandse bedrijven in staat om regeringen rechtstreeks voor internationale arbitragecommissies te dagen wanneer een nieuwe wet of een nieuw beleid hun investeringen zou schaden, waarbij nationale rechtbanken volledig worden omzeild. Deze zaken worden doorgaans aanhangig gemaakt op grond van bilaterale investeringsverdragen, juridische overeenkomsten tussen twee landen die oorspronkelijk bedoeld waren om buitenlandse investeringen te stimuleren en te beschermen.
Er staat financieel enorm veel op het spel. Uit onderzoek blijkt dat klimaatgerelateerde maatregelen die gevolgen hebben voor olie- en gasprojecten, staten wereldwijd kunnen blootstellen aan ISDS-claims die oplopen tot honderden miljarden dollars. Investeerders in fossiele brandstoffen hebben via deze mechanismen al meer dan 80 miljard dollar toegewezen gekregen. Voor veel regeringen, met name in het Zuiden, kan alleen al de dreiging van een ISDS-claim voldoende zijn om klimaatwetgeving uit te stellen of af te zwakken.
Nederland – koploper op het gebied van transitiediplomatie, maar ondermijnt het dit in ISDS?
Nederland is een treffend voorbeeld van deze spanning. ''Nederland stond in Santa Marta model voor een nieuw soort klimaatdiplomatie”, zegt Alessandra Arcuri, hoogleraar internationaal en EU-recht aan de Erasmus School of Law en lid van de academische groep die regeringen in Santa Marta adviseerde. ''Tegelijkertijd is het land zelf het doelwit van meerdere ISDS-claims die door fossiele-brandstofbedrijven zijn ingediend en waarin het eigen klimaat- en energiebeleid wordt aangevochten.”
Nederland heeft maatregelen genomen om dit aan te pakken, waaronder de aankondiging van zijn terugtrekking uit het Energiehandvestverdrag, een multilaterale overeenkomst die al lang wordt bekritiseerd als een belemmering voor decarbonisatie. Maar het uitgebreide netwerk van bilaterale investeringsverdragen blijft grotendeels intact, wat betekent dat het onderliggende juridische risico niet is verdwenen.
Arcuri wijst ook op een diepere onevenwichtigheid in de huidige werking van het systeem. Investeerders kunnen schadevergoeding eisen van staten, maar er bestaat geen vergelijkbare juridische weg voor de gemeenschappen die schade ondervinden van de winning van fossiele brandstoffen. Regeringen kunnen op grond van ISDS gedwongen worden om aanzienlijke bedragen aan belastinggeld te betalen aan fossiele energiebedrijven en kunnen daardoor aarzelen om nieuwe klimaatwetgeving in te voeren. Daar lijkt nu verandering in te komen: in mei heeft de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aangenomen waarin een baanbrekend advies van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag over de verplichtingen van staten om het klimaat te beschermen, wordt erkend. ''We hopen dat met de aanneming van deze resolutie het arbitragetribunaal dat geschillen tussen investeerders en staten beslecht, meer gewicht zal toekennen aan de plicht van staten om klimaatwetgeving aan te nemen en fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen”, aldus Arcuri.
De rol van "Just Transition"
Dit is precies de leemte die het concept van ‘Just Transition’ moet opvullen: het idee dat bij de afbouw van fossiele brandstoffen ook op een rechtvaardige manier rekening moet worden gehouden met de vraag wie de kosten draagt en wie hiervan profiteert. Airey doet onderzoek naar het zich ontwikkelende juridische en bestuurlijke kader rond ‘Just Transition’. Dit concept komt al voor in Nederlandse gemeentelijke klimaatinitiatieven, in het ‘Just Transition Mechanism’ van de EU en in een groeiend aantal nationale klimaatwetten. Maar in tegenstelling tot de bescherming van investeerders onder ISDS, staan de juridische aspecten ervan nog in de kinderschoenen en wordt het concept nog niet ondersteund door ook maar enigszins vergelijkbaar afdwingbaar juridisch gewicht.
Voor Airey lag het belang van de bijeenkomst in Den Haag niet alleen in het reflecteren op deze juridische ontwikkelingen, maar ook in het laten zien hoe dit momentum in daden wordt omgezet. Het evenement bracht meer dan vijftig deelnemers uit de academische wereld, de overheid, ngo’s en de politiek bijeen en creëerde, in haar woorden, ''een zeldzame ruimte om na te denken over deze baanbrekende juridische ontwikkelingen, ermee in dialoog te gaan en ze strategisch te koppelen aan de praktische realiteit van politiek handelen”. Een bijdrage van VN-speciaal rapporteur Elisa Morgera versterkte het gedeelde gevoel dat de weg naar een werkelijk rechtvaardige, fossielvrije transitie steeds duidelijker wordt en dat de coalities die nodig zijn om deze vooruit te helpen, steeds sterker worden.
Nu COP31 in november in Antalya op het programma staat, zal de vraag die in Den Haag aan de orde is gesteld alleen maar urgenter worden: kan het internationaal recht zich snel genoeg ontwikkelen om de energietransitie niet alleen snel, maar ook daadwerkelijk rechtvaardig te laten verlopen?
- Professor
- Universitair Docent
- Meer informatie
Verzet tegen omstreden miljardenclaims van fossiele bedrijven neemt toe. ‘Ze staan klimaatbeleid in de weg’ (Trouw, 30 juni 2026)
Het evenement: From TAFF (Santa Marta, 2026) to Just Transition (COP 31) and beyond
Transitioning away from Fossil Fuels. Colombia - The Netherlands
