De FIFA heeft de ticketprijzen voor de finale van het komende wereldkampioenschap voetbal flink verhoogd. Volgens sporteconoom Thomas Peeters van Erasmus School of Economics gedraagt de FIFA zich als een monopolist die maximale inkomsten nastreeft. ‘Het bijwonen van een WK-finale wordt zo iets voor de elite,’ stelt hij in een interview op BNR Nieuwsradio.
Het WK wordt dit keer georganiseerd in de Verenigde Staten, Canada en Mexico en telt met 48 deelnemende landen meer teams en wedstrijden dan ooit. Hoewel het toernooi daardoor op papier toegankelijker lijkt, stijgen de prijzen voor zowel groepswedstrijden als knock-outduels aanzienlijk. De duurste kaarten kosten bijna 10.000 dollar, een enorme stijging ten opzichte van de 1.600 dollar die fans betaalden voor de finale in Qatar in 2022.
De prijsstijging komt mede door het gebruik van ‘dynamic pricing’. Daarbij worden tickets in verschillende fases verkocht, waarbij de prijs stijgt als de vraag hoog is. Daarnaast verdient de FIFA extra via haar officiële doorverkoopsysteem, waar zij 5 tot 10 procent commissie ontvangt. Ondanks de hoge prijzen benadrukt Peeters dat de FIFA een non-profitorganisatie blijft. De opbrengsten van het WK worden volgens hem geïnvesteerd in de ontwikkeling van voetbal wereldwijd, zoals in trainingsfaciliteiten in minder ontwikkelde voetballanden.
- Meer informatie
Beluister hier het interview van Thomas Peeters op BNR Nieuwsradio. Voor meer informatie neemt u contact op met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 641 846.
