Met trots maken wij bekend dat het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam prof.dr. Tâm T. T. Ngô heeft benoemd tot bijzonder hoogleraar Historische Antropologie van Oorlogserfenissen aan de Erasmus School of History, Culture and Communication van september 2026 tot september 2031. Professor Ngô is senior onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, een internationaal expertisecentrum van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). In dit interview stelt professor Ngô zich voor aan de EUR-community.
Waar gaat je bijzondere leerstoel over?
Oorlog houdt niet op wanneer het vechten stopt. De gevolgen ervan drukken generaties lang hun stempel op levens, landschappen en samenlevingen. De nieuwe leerstoel richt zich op de manier waarop samenlevingen omgaan met de langdurige nasleep van oorlog. Een onderscheidend kenmerk van de leerstoel is de aandacht voor zowel de menselijke als de ecologische gevolgen ervan. Naast de blijvende ecologische schade die door conflicten wordt veroorzaakt, besteed ik aandacht aan het opsporen en identificeren van vermiste soldaten en burgers. Vragen over verantwoordelijkheid, herstel en herdenking hebben daarom niet alleen betrekking op mensen, maar ook op beschadigde ecosystemen. Oorlog laat sporen na die veel verder reiken dan het slagveld.
Kun je iets vertellen over je vakgebied? Waarin onderscheidt je onderzoek zich?
Mijn onderzoek is altijd een rijke combinatie geweest van antropologie, geschiedenis, herinneringsstudies en milieugeesteswetenschappen. In mijn werk onderzoek ik hoe verschillende manieren van het verwerken van oorlogsverliezen vorm geven aan naoorlogse samenlevingen, zowel op menselijk, ecologisch als cultureel vlak. Een groot deel van mijn onderzoek richt zich op Azië, met name Vietnam, waarbij ik deze ervaringen in een breder vergelijkend en mondiaal perspectief plaats.
Een ander belangrijk aandachtspunt is de rol van de media en populaire cultuur. Films, literatuur, digitale media, musea, gedenktekens en oorlogstoerisme beïnvloeden allemaal hoe samenlevingen zich geweld herinneren en mogelijkheden voor verzoening voorstellen. Herinnering ontstaat niet alleen in archieven en officiële herdenkingen. Ze wordt ook gecreëerd via films, foto's, sociale media, musea en alledaagse herdenkingshandelingen. Deze culturele vormen bepalen hoe nieuwe generaties omgaan met moeilijke geschiedenis.
Hoe ben je in dit vakgebied terechtgekomen?
Ik kom uit Vietnam en ben geboren in het uiterste noorden, vlak bij de grens met China. Door op te groeien in deze etnisch en cultureel rijke regio raakte ik nieuwsgierig naar de manier waarop historische gebeurtenissen de hedendaagse politiek en het lokale leven daar nog steeds beïnvloeden. Deze nieuwsgierigheid heeft een directe invloed gehad op het soort onderzoek dat ik doe en heb gedaan.
Mijn eerste promotieonderzoek naar culturele veranderingen bij de Hmong (een etnische groep in Vietnam) bracht me oog in oog met de erfenis van politiek geweld in de regio. Hierdoor ben ik de politieke erfenis en het collectieve geheugen van de Chinees-Vietnamese grensoorlog van 1979 gaan bestuderen. Sindsdien gaat mijn onderzoek over herinnering en herdenking van oorlog in een cultuur. Dit bracht me ook bij het onderwerp van de Vietnamoorlog, die de kern vormt van de herdenkingspolitiek in het hedendaagse Vietnam. Dit alles leidde ertoe dat ik de omgang met menselijke resten ging bestuderen, als een manier om oorlog en de gevolgen ervan voor mensen te begrijpen.
Welke maatschappelijke betekenis heeft dit?
De leerstoel heeft een directe internationale relevantie. Ik adviseer de Vereniging van Families van Martelaren in Vietnam en de Vereniging van Vietnamveteranen, maak deel uit van het deskundigenpanel van de Internationale Commissie voor Vermiste Personen (ICMP) en heb deelgenomen aan een grensoverschrijdend project over oorlogsherdenking en vredesopbouw, waarin gevallen in Oost-Azië en de Balkan met elkaar werden vergeleken, gesponsord door het Japanse Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Welke specifieke bijdrage lever je met deze leerstoel aan ESHCC?
Mijn leerstoel versterkt de interdisciplinaire expertise van de Erasmus Universiteit op het gebied van erfgoed, herinnering, media en mondiale geschiedenis. Daarnaast bouwt deze leerstoel de langdurige samenwerking tussen ESHCC en het NIOD verder uit. Door middel van onderzoek, onderwijs en maatschappelijke betrokkenheid wil de leerstoel een bijdrage leveren aan internationale debatten over oorlog, herinnering, milieurechtvaardigheid en verzoening na conflicten.
Bij ESHCC ga ik onderwijs ontwikkelen over oorlogserfenissen, herinneringspolitiek, erfgoed, milieugeesteswetenschappen en mediarepresentaties van conflicten. Daarnaast ga ik nieuwe internationale onderzoekssamenwerkingen opzetten en samenwerken met maatschappelijke partners, waaronder erfgoedinstellingen, musea en organisaties die zich bezighouden met vermiste personen en herstel na conflicten.
Het bestuderen van oorlogserfenissen draait uiteindelijk om het begrijpen hoe samenlevingen verlies omzetten in zorg, herinnering in verantwoordelijkheid en moeilijke geschiedenissen in mogelijkheden voor een rechtvaardigere toekomst.
