Strategische autonomie vraagt om maatwerk per regio en sector

Nederland en Europa moeten hun beleid voor strategische autonomie veel sterker afstemmen op de specifieke kenmerken van regio’s en bedrijfstakken. Dat concludeert Frank van Oort, hoogleraar stedelijke en regionale economie aan Erasmus School of Economics, als co-auteur van de beleidsnota Tussen globalisering en autonomie, die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft gepubliceerd.

De aanleiding voor de studie van auteurs Frank van Oort en Mark Thissen (PBL) zijn de recente geopolitieke ontwikkelingen, zoals verstoringen van internationale handelsroutes en de tekorten tijdens de coronapandemie. Die gebeurtenissen maakten duidelijk hoe afhankelijk de Nederlandse economie is van leveranciers buiten de Europese Unie.

Volgens van Oort en Thissen vraagt de overgang naar strategische autonomie om een fundamentele koerswijziging in het economische beleid. Waar de nadruk jarenlang lag op globalisering en vrijhandel, verschuift de aandacht nu naar industriebeleid dat de Europese en Nederlandse productiecapaciteit versterkt. Daarbij spelen nieuwe Europese initiatieven, zoals de Industrial Accelerator Act, een belangrijke rol.

Grote regionale verschillen

Frank van Oort en Mark Thissen benadrukken dat de impact van strategische autonomie sterk verschilt per regio. Provincies als Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant zijn relatief afhankelijk van internationale toeleveringsketens en buitenlandse afzetmarkten. Daardoor worden zij harder geraakt door veranderingen in handelsstromen dan andere delen van Nederland. Uit een doorrekening van een scenario waarin Europa zijn afhankelijkheid van niet-Europese producten met 25 procent vermindert, blijkt dat de economische effecten uiteenlopen. Gelderland en Overijssel laten in dat scenario een lichte groei zien, terwijl Groningen, Flevoland en Zuid-Holland te maken krijgen met een economische krimp van 3 tot 4 procent. Ook binnen provincies kunnen de verschillen aanzienlijk zijn. Zo zou in Gelderland de chemische industrie met meer dan 40 procent kunnen krimpen, terwijl de elektronica- en machine-industrie juist een vergelijkbare groei doormaakt.

Investeren in innovatie en alternatieve ketens

Volgens de auteurs moeten beleidsmakers niet alleen kijken naar nationale doelstellingen, maar ook naar regionale economische structuren en alternatieve Europese handelsrelaties. Investeringen in nieuwe productietechnologieën en het diversifiëren van leveranciers zijn daarbij essentieel. 

Het huidige industriebeleid bevat al voorbeelden van een regionale aanpak, zoals de ondersteuning van de halfgeleiderindustrie rond Eindhoven en de biotechnologiesector in de Randstad. Van Oort en Thissen pleiten ervoor om concurrentiekrachtbeleid en strategische autonomie te combineren in één geïntegreerde investerings- en innovatiestrategie, afgestemd op zowel nationaal als Europees niveau.

Oproep tot flankerend beleid

Hoewel de totale economische gevolgen van strategische autonomie op nationaal niveau beperkt kunnen blijven, waarschuwen Frank van Oort en Mark Thissen voor aanzienlijke regionale en sectorale verschillen. In sommige lokale bedrijfstakken kunnen veel banen verdwijnen, het regionale ecosysteem moet flexibel genoeg zijn voor innovatie en alternatieve leveranciers, en in de nieuwe autonome werkelijkheid kunnen regio’s door verdelingseffecten in de economie inleveren op brede welvaart. De onderzoekers pleiten daarom voor flankerend beleid om regio’s en sectoren die negatieve gevolgen ondervinden te ondersteunen. Zonder duidelijke doelstellingen en concrete beleidsinstrumenten blijft het volgens hen onduidelijk waar de grootste effecten zullen optreden en hoe deze kunnen worden opgevangen.

De discussie over de toekomst van het Europese industriebeleid staat de komende weken hoog op de agenda. Op 18 en 19 juni spreken Europese regeringsleiders over het versterken van de Europese industrie, gevolgd door een commissiedebat over innovatie- en industriebeleid in de Tweede Kamer op 25 juni. Volgens het PBL bieden deze bijeenkomsten een belangrijke kans om strategische autonomie concreet vorm te geven.

Onderzoeker
Meer informatie

Voor vragen neemt u contact op met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer aan Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 641 846.

Gerelateerde links
Frank van Oort - Tussen Globalisering and Autonomie

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen