Overheden willen anders werken, maar zitten zichzelf daarbij vaak in de weg

Overheden zoeken naar nieuwe manieren om hardnekkige problemen als woningnood en de opvangcrisis aan te pakken. Ontwerpers kunnen helpen door problemen mensgerichter en experimenteler te benaderen. Maar juist de manier waarop publieke organisaties werken, zit zo’n aanpak vaak in de weg. Geert Brinkman (Erasmus School of Social and Behavioural Sciences) laat in zijn proefschrift zien wat nodig is om de kracht van ontwerp beter te benutten.

Ontwerpers pakken problemen anders aan dan veel overheden gewend zijn. Ze beginnen bijvoorbeeld bij de ervaringen en behoeften van mensen, brengen verschillende perspectieven bij elkaar en testen mogelijke oplossingen al vroeg in de praktijk uit. Op basis van wat ze daarvan leren, passen ze hun aanpak weer aan. Juist bij maatschappelijke problemen waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat, kan zo’n werkwijze waardevol zijn. Brinkman verdedigt zijn proefschrift Advancing Public Sector Design op 15 oktober aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De belangstelling voor deze manier van werken groeit. Zo werd het programma De Publieke Ontwerppraktijk (PONT)  opgezet om de ontwerpkracht van de creatieve sector beter te benutten voor maatschappelijke vraagstukken. Ook binnen de overheid is steeds meer aandacht voor deze manier van werken.

Het werk rondom het ontwerpen

Toch blijkt het lastig om zulke ontwerppraktijken binnen publieke organisaties tot hun recht te laten komen. Organisaties zijn er vaak niet op ingericht. Professionals moeten daarom tijdens een project veel extra werk verrichten om ruimte te maken voor hun aanpak. “Er zijn allerlei aanvullende inspanningen nodig om ontwerppraktijken uit de creatieve sector in de publieke sector tot hun recht te laten komen”, zegt Brinkman. 

Vaak gebeurt dat pas wanneer professionals tegen een belemmering aanlopen. Bovendien wordt dit volgens hem meestal niet gezien als onderdeel van het ontwerpen. “Deze aanvullende inspanningen worden doorgaans niet als het ‘echte werk’ gezien, maar juist als afleiding daarvan.” Brinkman onderzocht aan de hand van verschillende casestudies en focusgroepen wat er nodig is om ontwerpdenken wel te laten werken. Zijn belangrijkste conclusie: ook het creëren van de juiste omstandigheden is onderdeel van het ontwerpproces.

Betrokkenen moeten dus niet alleen werken aan een oplossing voor bijvoorbeeld het woningtekort of de opvangcrisis. Ze moeten ook mogelijke organisatorische belemmeringen herkennen en proberen die te voorkomen, weg te nemen of te omzeilen. Volgens Brinkman kan zo worden voorkomen dat een vernieuwende aanpak bij een eenmalig experiment blijft.

Minisymposium over de kracht van ontwerp

Aansluitend op zijn promotie vindt op 15 oktober het minisymposium Maatschappelijke vraagstukken en de transformatieve kracht van ontwerp plaats. Wetenschappers en professionals bespreken daar hoe ontwerp kan bijdragen aan het aanpakken van complexe maatschappelijke vraagstukken en aan verandering binnen de publieke sector. De promotie begint om 10.30 uur. Het minisymposium vindt van 13.30 tot 17.00 uur plaats op Campus Woudestein. Dit minisymposium is het resultaat van samenwerking tussen de faculteiten ESSB (EUR) en Industrieel Ontwerpen (TUDelft), de Erasmus Social Design Hub en GovLab010

 

Promovendus
Meer informatie

Marjolein Kooistra, communicatie ESSB, kooistra@essb.eur.nl | 0683676038

Gerelateerde content
Het versterken van publieke ontwerppraktijken: de ontwerpkracht van de creatieve sector beter benutten in het adresseren van complexe maatschappelijke vraagstuk
ESSB logo

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen