Het onderzoeksthema van 'Whose best interest?' is het spanningsveld van streng terugkeerbeleid en het welzijn van ongedocumenteerde kinderen die wonen in de gezinslocaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Het interdisciplinaire onderzoeksteam onder leiding van universiteit docent Laura Cleton (ESSB) won met dit project de ORS Award in de categorie Societal Engagement. Hoe levert dit onderzoek een positieve bijdrage aan dit sterk gepolitiseerde sociale vraagstuk?
'Whose best interest?' is een interdisciplinaire samenwerking tussen politiek socioloog Laura Cleton, socioloog Elina Jonitz (ESSB), jurist Elias Tissandier-Nasom (Universiteit Leiden) en socioloog Nour Samira Hjeij (Universiteit van Amsterdam & ESSB). Het Leiden-Delft-Erasmus Centre for the Governance of Migration and Diversity (LDE GMD) financierde het onderzoeksproject 'Whose best interest?'. Hoofdonderzoeker Laura Cleton en promovenda Elina Jonitz vertellen over het hoe en waarom van dit onderzoek en delen hun ervaringen en bevindingen.
'Best interest of the child'
Laura Cleton licht toe dat de onderzoekstitel 'Whose best interest?' verwijst naar het VN-Kinderrechtenverdrag. "Artikel 3 van dat verdrag stelt dat het belang van het kind - in het Engels 'Best interest of the child' - als primaire overweging meegenomen zou moeten worden in alle beslissingen die kinderen aangaan. We wilden onderzoeken welke betekenis dit juridische concept krijgt in de context van terugkeer."
Elina Jonitz zet uiteen waarom dit onderwerp zo belangrijk is. "Door ons onderzoek wilden we beter inzicht krijgen in hoe het restrictieve terugkeerbeleid in Nederland het leven van ongedocumenteerde kinderen en gezinnen beïnvloedt. Wat gebeurt er eigenlijk in de praktijk? En hoe voelt het om vast te zitten tussen vrees en hoop? Dat wilden we zichtbaar maken."
Terugkeer niet 1,2,3 geregeld
Dat terugkeer van deze groep vaak niet eenvoudig te realiseren is, bevestigt ook dit onderzoek. Anders dan de term 'uitgeprocedeerde asielzoekers' doet vermoeden, zijn er volgens Cleton allerlei situaties waardoor mensen vaak wel in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning. "Er kan na verloop van tijd van alles veranderen. In de situatie in het land van herkomst maar ook in het leven van de mensen. En hoe ingewikkelder het juridisch gezien is, hoe langer het wachten vaak duurt", licht ze toe. "Daarnaast is er de vaak moeizame samenwerking met het land van herkomst."
Jonitz noemt nog een andere complicerende factor: ouders willen vaak niet terugkeren, omdat ze bang zijn dat hun kinderen in het land van herkomst geen toekomst hebben. "Restrictieve maatregelen leiden er niet toe dat de ouders zeggen: 'Oké, dan vertrekken we wel'." Cleton beaamt dit. "De logica van 'we maken het maar zo onprettig mogelijk, dan gaan mensen vanzelf wel weg' klopt dus niet. Daar is ook al veel onderzoek over."
"Kinderjaren zijn erg vormend, dus stel je voor dat je in die periode tien jaar on hold staat."
dr Laura Cleton
Assistant Professor Public Administration & Sociology
De gezinslocaties van het COA bieden opvang aan gezinnen met minderjarige kinderen die Nederland zouden moeten verlaten, maar dit (nog) niet kunnen. Cleton: "Er zijn gezinnen die meer dan tien jaar in Nederland verblijven, zonder dat hun terugkeer gerealiseerd kan worden. Maar ook zonder dat zij uitzicht op verblijf hebben. Kinderjaren zijn erg vormend, dus stel je voor dat je in die periode tien jaar on hold staat."
Het vele verhuizen, ook tijdens de asielprocedure(s), en de angst en onzekerheid over de toekomst laten hun sporen achter. Cleton noemt processen van parentificatie, dat wil zeggen dat kinderen de ouderrol overnemen, en problemen met binding in vriendschappen. "Er zat ook heel veel somberheid in de kinderen, gelinkt aan onzekerheid over de toekomst", voegt ze toe. Tot hun achttiende moeten ook kinderen in de gezinslocaties naar school, maar daarna stopt de leerplicht. "Stel je voor dat je vijftien bent en later rechter wilt worden", geeft Cleton als voorbeeld. "Zonder status kun je geen vervolgopleiding doen. Dus waarom zou je dan nog je best blijven doen op school? Dat zijn dingen die we vaak terugkregen."
Voorbeeld van maatschappelijke betrokkenheid
De jury van de ORS Awards omschreef het onderzoeksproject als een 'voorbeeld van maatschappelijke betrokkenheid'. Jonitz geeft aan dat die betrokkenheid vooral naar voren komt in de manier waarop het onderzoek is opgezet. "Voor het onderzoek bezochten we vier gezinslocaties en interviewden bijna veertig bewoners en voormalige bewoners en daarnaast casemanagers, ambtenaren, advocaten en medewerkers van hulpverleningsorganisaties. Vanaf dag 1 heeft het team geïnvesteerd in netwerken en samenwerken met allerlei organisaties." Jonitz benadrukt dat transparantie en heldere communicatie daarbij heel belangrijk zijn.
Co-creatieve workshop
Direct na de dataverzameling organiseerde het onderzoeksteam een co-creatieve workshop. Daarin deelden ze de eerste resultaten met medewerkers van de gezinslocaties, het ministerie van Asiel en Migratie (AenM), advocaten en maatschappelijke organisaties. Cleton: "Een van de bevindingen is dat kinderen veel door het land gesleept worden, van locatie naar locatie."
Volgens Cleton is de impact hiervan groot, vooral bij een gedwongen terugkeer die niet doorgaat. In dat geval gaan gezinnen vanuit het detentiecentrum in Zeist standaard naar een andere gezinslocatie dan waar ze voorheen woonden. Cleton: "Hierover ontstond tijdens de workshop een interessante discussie, en Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) nam dit punt mee om verder te bespreken." Het team deelde de eerste resultaten ook in een (Engelstalige) LinkedIn-post.
Buiten de gebaande paden van academisch publiceren
Jonitz vertelt dat er bewust voor is gekozen om via verschillende kanalen aandacht te vragen voor deze vaak vergeten groep. Cleton en haar collega Nour gaven bijvoorbeeld een gastles over het onderwerp aan 10-, 11-jarigen op een internationale school in Den Haag. Dit deden ze in samenwerking met het Europese onderzoeksproject FAiR (onder leiding van ESSB). Een video over deze gastles is in de maak. Verder deelde het team de bevindingen door middel van een (Engelstalige) blogpost op het Leiden Law Blog en een opiniestuk op het platform Sociale Vraagstukken.
Impact door bewustzijn creëren
Jonitz: "De impact van ons onderzoek zit ‘m vooral in bewustzijn creëren voor de situatie van deze kinderen. We kunnen met ons onderzoek geen invloed uitoefenen op individuele procedures, maar met het prijzengeld van de ORS willen we wel iets concreets doen voor de gezinnen die we spraken." Cleton en Jonitz vertellen enthousiast over de kunst- en knutselmiddagen die het team gaat organiseren voor de kinderen op de gezinslocaties. Cleton: "Het is de bedoeling om de kunstwerken van de kinderen vervolgens tentoon te stellen in de gemeenten van de gezinslocaties, ook weer voor een stukje bewustwording."
- Onderzoeker
- Onderzoeker
- Onderzoeker
- Onderzoeker
- Meer informatie
Laura Cleton, universitair docent ESSB, cleton@essb.eur.nl.
- Gerelateerde content
- Gerelateerde links
- Ontdek meer over het onderzoeksproject Migratie en diversiteitsbeleid
