Langetermijngevolgen van toegang tot anticonceptie

‘Op bevel van Trump-functionarissen is voor 10 miljoen dollar aan anticonceptiemiddelen vernietigd’, meldden verschillende nieuwszenders afgelopen zomer. Deze anticonceptiemiddelen waren bedoeld voor vrouwen in lage-inkomenslanden. Anticonceptie is voor veel vrouwen een primaire levensbehoefte, maar de toegang ertoe is niet altijd gegarandeerd. Onderzoek van Olivier Marie en Esmée Zwiers suggereert dat religieuze overtuigingen zowel het gebruik van als de toegang tot de anticonceptiepil kunnen beïnvloeden. ‘Dit is vooral relevant in een tijd waarin reproductieve rechten opnieuw ter discussie staan of in sommige landen worden beperkt’, aldus Marie.   

Olivier Marie, hoogleraar aan Erasmus School of Economics, en Esmée Zwiers (Universiteit van Amsterdam) hebben een nieuw onderzoek uitgebracht getiteld “Religious Barriers to Birth Control Access”. Dit onderzoek laat zien hoe religieuze normen bepaalden wie er profiteerde van de liberalisering van de pil in Nederland in 1970 en hoe dit het leven van vrouwen beïnvloedde. ‘Onze studie levert sterk bewijs dat toegang tot de pil op jonge leeftijd blijvende positieve effecten had op de onderwijs- en economische resultaten van vrouwen’, aldus Marie. Ze ontdekten dat vrouwen die toegang hadden tot de pil minder vaak op jonge leeftijd trouwden en kinderen kregen, een grotere kans hadden om een lange hogere opleiding af te ronden en vaker in het bovenste kwartiel van de vermogensverdeling van huishoudens terechtkwamen.  

Deze resultaten toonden aan dat de levensveranderende effecten van de beschikbaarheid van de pil niet voor alle vrouwen gelijk waren. ‘We benadrukken ook dat zelfs als iets legaal is, de toegang nog steeds kan afhangen van poortwachters zoals huisartsen of apothekers’, voegde Marie toe.  

Historische achtergrond van de Nederlandse pil  

De Nederlandse Zedelijkheidswet van 1911 was bedoeld om seksuele activiteit te beperken tot binnen het huwelijk. Deze wet verbood het openbaar aanbieden of promoten van middelen die zwangerschap konden voorkomen of verstoren. Overtredingen konden leiden tot een gevangenisstraf of een boete.  

In het begin van de jaren zestig kwam de Nederlandse anticonceptiepil Lyndiol op de markt als gynaecologisch geneesmiddel om de menstruatiecyclus te reguleren, met tijdelijke onvruchtbaarheid als bijwerking. De pil werd alleen voorgeschreven aan vrouwen in zeer vruchtbare huwelijken. Uiteindelijk werd in 1969 de Zedelijkheidswet gewijzigd, waardoor het legaal werd om informatie over voorbehoedsmiddelen te verstrekken. Dit werd in 1970 gevolgd door een liberalisering van de toegang tot de anticonceptiepil voor minderjarigen (16-20 jaar).  

De toegang tot en het gebruik van de pil  

De auteurs vergeleken de levensloop van vrouwen uit gebieden met vergelijkbare opvattingen over de pil. Hiervoor richtten ze zich op vrouwen die vlak voor of na hun eenentwintigste verjaardag legale toegang kregen.  

De auteurs gebruikten informatie over de mate waarin gemeenten de pil accepteerden om de religieuze voorkeuren van de vrouwen die de pil mochten gebruiken in kaart te brengen. Ze maten dit door te kijken naar het aantal stemmen voor politieke partijen die voor liberalisering van de pil waren bij de verkiezingen vlak voor de legalisering ervan.  

Wat betreft de religieuze voorkeuren van pillenleveranciers, onderzochten de auteurs het aandeel religieuze gezondheidswerkers in elke gemeente. Deze maatstaf weerspiegelt dus de gemiddelde bereidheid van gezondheidswerkers (huisartsen en apothekers) in het gebied om vrouwen orale anticonceptie voor te schrijven. Vervolgens keken ze naar de verschillen tussen het gebruik van de pil en het aantal religieuze gezondheidswerkers.  

Impact op levensloop  

Uit het onderzoek blijkt dat de toegang tot de pil tijdens de liberalisering van voorbehoedsmiddelen grote gevolgen had voor de levensloop van vrouwen.  

In meer liberale gebieden hadden vrouwen die als minderjarigen aan de hervorming waren blootgesteld, minder kans om vóór hun 21e moeder te worden (ongeveer 12 procent) en minder kans om vroeg te trouwen (ongeveer 6 procent). Bovendien hadden ze een grotere kans om een langdurige hogere opleiding af te ronden (28 procent), zoals rechten of geneeskunde, en hadden ze een grotere kans om later in hun leven tot het bovenste kwartiel van de vermogensverdeling van het huishouden te behoren, zelfs als ze zelf niet werkten.  

Het gebruik van de pil werd echter beïnvloed door religieuze voorkeuren; vrouwen die op orthodox-protestantse partijen stemden, begonnen na de wetgeving ongeveer twee keer minder vaak met het gebruik van voorbehoedsmiddelen dan vrouwen die op een andere politieke partij stemden.  

Bovendien werden de voordelen voor vrouwen kleiner of verdwenen ze zelfs wanneer lokale poortwachters op basis van hun eigen religieuze overtuigingen eerder geneigd waren zich te verzetten tegen het voorschrijven ervan. De auteurs documenteren een ‘mismatch’ tussen de religieuze opvattingen van de zorgverleners en de steun van de lokale bevolking voor de pil. Deze bevinding suggereert dat de discretionaire bevoegdheid van zorgverleners de praktische toegang zou kunnen beperken, zelfs nadat de wet was gewijzigd.  

Implicaties voor beleid  

De rol van religieuze overtuigingen van zorgverleners bij de toegang tot anticonceptie blijft in veel landen een veelbesproken onderwerp. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zouden het huidige en toekomstige anticonceptiebeleid effectiever kunnen zijn als ze de belangrijke adviserende rol van medische professionals behouden en tegelijkertijd ervoor zorgen dat de toegang zo neutraal en onbelemmerd mogelijk blijft. ‘Beleidsmakers moeten hiermee rekening houden bij het opstellen van wetten, om in de praktijk gelijke toegang te garanderen’, benadrukt Marie. Dit zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat er duidelijke doorverwijzingsverplichtingen worden gegarandeerd, dat er alternatieve aanbieders komen of dat het aantal toegangspunten wordt uitgebreid, zoals te zien is in recente Nederlandse hervormingen die de toegang tot reproductieve gezondheidszorg via huisartsen verbreden. 

Professor
Olivier Marie, hoogleraar aan Erasmus School of Economics
Meer informatie

U kunt het volledige onderzoek "Religious Barriers to Birth Control Access hier lezen. 

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen