Kleine verschillen in groepsrangorde kunnen het schooladvies beïnvloeden

Stel je voor: twee kinderen met identieke scores op de Cito-toets op de basisschool. De één krijgt het hoogste schooladvies, de ander niet. Dat verschil kan deels worden verklaard door hun positie binnen de klas. Nieuw onderzoek van Max Coveney, universitair docent aan Erasmus School of Economics, laat zien dat zelfs een kleine stijging in rang in de groep de kans op een vwo-advies vergroot, ongeacht gemeten onderwijsprestaties. 

In Nederland krijgen leerlingen rond hun twaalfde een schooladvies dat grotendeels bepaalt welk niveau zij op de middelbare school kunnen volgen. Coveney benadrukt dat deze keuzes langdurige gevolgen hebben, omdat ze toekomstige kansen beïnvloeden. De studie, "Teacher's Pet: The Effect of Student Rank on Teacher Ability Beliefs", binnenkort in de Journal of Human Resources, onderzoekt hoe de rangorde binnen de groep het advies van leraren beïnvloedt, zelfs wanneer leerlingen dezelfde toetsresultaten hebben.  

Invloed van rangorde 

Een stijging van 10 percentiel in rangorde – ongeveer drie plaatsen omhoog – verhoogt de kans op vwo-advies met circa 2,5 procentpunt. Dit effect staat los van de daadwerkelijke capaciteiten van het kind, gemeten via de Cito-score. 

Coveney schetst een gedachte-experiment met twee identieke leerlingen: 'Hoewel ze dezelfde capaciteiten hebben, zit de één in een klas waar hij relatief de beste is. In de andere klas zitten meer getalenteerde kinderen, waardoor hij niet bovenaan staat.' Ondanks gelijke prestaties krijgen zij waarschijnlijk verschillende adviezen door een willekeurige eigenschap van hun klas. 

Net zoals een hogere rangorde de kans op een vwo-advies vergroot, geldt het omgekeerde: een lagere rangorde verhoogt de kans op een vmbo-advies. 

De invloed van de rangorde reikt verder dan het eerste schooladvies. Leerlingen die hoger in de rangorde staan, belanden vaker in meer theoretische onderwijsrichtingen. Deze vroege plaatsing werkt langdurig door, tot in hun kansen om uiteindelijk naar de universiteit door te stromen. 

Minderheden 

Het effect van de rangorde treft niet alle leerlingen even sterk. Leraren blijken gevoeliger voor de rangorde van leerlingen uit lagere sociaal-economische milieus en etnische minderheden wanneer zij inschatten welke kinderen minder academisch vermogen hebben. Een leerling uit een van deze groepen die laag in de klasrangorde staat, krijgt vaker een lager schooladvies dan een leerling met dezelfde toetsresultaten uit een hoger sociaal-economisch milieu. 

Mogelijke verklaringen 

De studie houdt nauwkeurig rekening met cognitieve vaardigheden en gedetailleerde prestatiematen. Ook is onderzocht of niet-cognitieve factoren, zoals werkhouding, zelfvertrouwen of gedrag, de resultaten verklaren. De bevindingen blijven vrijwel onveranderd. 

Een mogelijke verklaring is dat leraren klasrangorde gebruiken als mentale snelkoppeling bij het beoordelen van leerlingen. Het inschatten van absolute capaciteiten is lastig; vergelijken binnen de klas is eenvoudiger. Daardoor kunnen leraren zich laten leiden door relatieve informatie – wie bovenaan of onderaan staat – ook wanneer het weinig zegt over daadwerkelijke capaciteiten. Zoals Coveney stelt: leraren proberen 'absolute capaciteiten' te beoordelen, maar worden beïnvloed door 'relatieve informatie' die uiteindelijk onbelangrijk kan zijn.  

Je zou kunnen denken dat juist minder ervaren leraren sterker leunen op de rangorde in een klas. De studie laat echter iets heel anders zien: zeer ervaren leraren laten zich juist sterker beïnvloeden door rangorde bij het inschatten welke leerlingen minder academisch vermogen hebben. 

Hoe is het onderzoek uitgevoerd? 

Coveney analyseerde CBS-data van circa 460.000 leerlingen uit 200.000 families en meer dan 5.200 basisscholen tussen 2006 en 2021. De dataset bevatte Cito-scores, schooladviezen, achtergrondkenmerken en latere onderwijsresultaten, zoals het gevolgde middelbareschoolniveau en universitaire instroom. 

Daarnaast gebruikte hij een tweede dataset, de PRIMA- enquête, met gegevens van 48.000 leerlingen tussen 1994 en 2005, inclusief gedetailleerde klasinformatie. De bevindingen waren consistent, wat de betrouwbaarheid van het rangorde-effect versterkt. 

Implicaties voor onderwijsbeleid 

De resultaten suggereren dat schooladviezen deels kunnen worden beïnvloed door de kenmerken van de klas waarin een leerling toevallig zit en niet alleen de leervaardigheden van een individu. 

Coveney benadrukt dat meer bewustwording of betere hulpmiddelen voor leraren om absolute prestaties te beoordelen, de invloed van rangorde kan verkleinen. 'Er is bewijs dat wanneer je leraren informeert over hun vooroordelen, sommige effecten kunnen worden teruggedraaid.'

Universitair Docent
Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics, rdegroot@ese.eur.nl, mobiel: 06 53 641 846.

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen