Het Resilient Delta initiative wordt per 1 april 2026 geleid door twee hoogleraren: professor Jurian Edelenbos (Erasmus Universiteit Rotterdam) en professor Bregje van Eekelen (TU Delft & Erasmus Universiteit Rotterdam). We spraken hen over hun nieuwe rol en de toekomst van Resilient Delta – en over hoe je op een andere manier wetenschap kunt bedrijven. “Wat hier ontstaat, willen we uiteindelijk ook integreren in de universiteiten.”
Van Eekelen en Edelenbos komen van verschillende academische achtergronden: zij is opgeleid als historica en antropoloog, hij als bestuurskundige. Maar beide hoogleraren werken al vanaf het begin van hun carrière over de grenzen van disciplines, vakgroepen en campussen heen.
“Transdisciplinair werken betekent dat je vraagstukken niet eerst opknipt, maar ze vanaf het begin samen benadert,” zegt Edelenbos. “Dat is niet iets wat vanzelf gaat,” voegt Van Eekelen toe. “Het is iets waar we allebei steeds naar hebben gezocht in ons werk. Dat verbindt ons.”
Vanaf april 2026 staan ze samen aan het roer van het Resilient Delta initiative, waar onderzoekers van TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Erasmus MC samenwerken met overheden, bedrijven en bewoners aan complexe maatschappelijke vraagstukken rondom klimaatadaptatie, waterbeheer en veerkrachtige steden.
Jullie zijn gevraagd om als wetenschappelijk directeuren samen leiding te geven aan Resilient Delta. Waarom zeiden jullie ja?
Van Eekelen: “Ik werkte al langer samen met het methodologieteam van Resilient Delta, en leerde zo ook de andere academic leads kennen en de bredere beweging die onder hun werk ligt. Resilient Delta is een voorloper op het gebied van transdisciplinaire samenwerking. Tegelijkertijd weet ik dat zo’n voorhoederol niet altijd makkelijk is. Deze rol geeft mij de kans om daar verantwoordelijkheid in te nemen, bijvoorbeeld door de kennis die opgedaan wordt over transdisciplinaire samenwerkingsprocessen te verbinden met theoretisch onderzoek daarover.”
Edelenbos: “Voor mij geldt iets vergelijkbaars. Vanuit de bestuurskunde ben ik altijd bezig geweest met de relatie tussen overheid en samenleving, en met het verbinden van verschillende perspectieven. Die manier van werken vormt de kern van Resilient Delta. Dat spreekt me erg aan. En ik denk ook dat Bregje en ik daar samen echt iets aan kunnen bijdragen.”
De thema’s waar Resilient Delta aan werkt zijn groot en complex. Wat betekent dat voor de manier van onderzoek doen?
Edelenbos: “Het belangrijkste is misschien wel dat je accepteert dat je het niet kunt versmallen. De reflex in de wetenschap is vaak om een probleem hanteerbaar te maken door het binnen één discipline te trekken. Maar bij dit soort vraagstukken werkt dat niet.”
Van Eekelen: “Die neiging is begrijpelijk, maar je verliest daarmee precies wat het ingewikkeld maakt. Vraagstukken rond water, gezondheid of ongelijkheid spelen zich juist af tussen disciplines, niet binnen één discipline.”
Edelenbos: “Dat betekent ook dat je vanaf het begin anders moet werken. Niet eerst analyseren vanuit het ene perspectief en daarna aanvullen met kennis uit het andere, maar meteen vanuit meerdere invalshoeken. En, ook heel belangrijk: samen met partijen buiten de universiteit.
Zo leer je ook anders naar die vraagstukken kijken. Je brengt verschillende manieren van denken en werken samen. Dat maakt het mogelijk om kennis te ontwikkelen die ook in verschillende contexten bruikbaar is.”
Hoe komt die manier van wetenschap bedrijven terug in jullie eigen onderzoek?
Edelenbos: “Ik ben in mijn onderzoek veel bezig met wat we ‘boundary spanners’ noemen: mensen die verschillende werelden met elkaar verbinden. Bijvoorbeeld overheid, samenleving en wetenschap. Dat vraagt dat je verschillende logica’s begrijpt en daartussen kunt bewegen.
In zekere zin is dat ook wat we bij Resilient Delta zullen doen. We brengen mensen en perspectieven bij elkaar en proberen die verbinding ook werkend te maken.”
Van Eekelen: “Bij mij zit het meer aan de kant van de kennis zelf. Ik kijk naar hoe ideeën en concepten zich tussen verschillende werelden bewegen, wat je ook wel ‘boundary objects’ noemt. Wat gebeurt er als je kennis zo vormgeeft dat die bruikbaar wordt in verschillende contexten? Dat is hier heel relevant, omdat we verschillende disciplines, wetenschap en praktijk steeds proberen te overbruggen.”
Boundary spanners hebben het in de academische wereld niet altijd even makkelijk. Waar ligt dat aan?
Edelenbos: “We vragen eigenlijk iets anders van mensen dan waar het systeem op is ingericht. Dat onderzoekers relaties opbouwen met maatschappelijke partijen en zich bewegen buiten hun eigen discipline.”
Van Eekelen: “En dat kost tijd. Het is werk dat niet altijd zichtbaar is, terwijl het essentieel is.”
Edelenbos: “Daar zit een spanning. Impact en engagement worden steeds belangrijker gevonden, maar het is nog niet altijd onderdeel van hoe het werk is georganiseerd. Universiteiten zijn daar wel naar op zoek.”
Van Eekelen: “Ja, soms moet je een plek creëren om te experimenteren en pionieren, om het daarna terug te kunnen brengen in de grote bestaande structuren. Convergence is zo’n plek waar dat kan. We ontwikkelen hier kennis over hoe je disciplines integreert en hoe je samenwerkt met maatschappelijke partijen – door het te doen én de processen te onderzoeken.
De volgende uitdaging is zorgen dat die kennis niet alleen binnen deze context blijft groeien. Wat hier ontstaat, zowel qua kennis als ecosysteem, willen we uiteindelijk ook integreren in onze universiteiten.”
Wat is daarvoor nodig?
Van Eekelen: “Pioniers. Verbinding met en tussen de fantastische onderzoekers van onze universiteiten die al aan dit soort vraagstukken werken. En steun voor een duurzame toekomst. Zodat we niet steeds opnieuw hoeven te beginnen, maar kunnen voortbouwen op een infrastructuur die al gebouwd is.”
Edelenbos: “Dat is eigenlijk wat we hier doen, die infrastructuur bouwen. Transdisciplinariteit is geen onderdeel van losse projecten, maar wordt hier structureel opgebouwd als een nieuwe manier van wetenschap bedrijven. En daarvoor heb je ook bestuurlijke backing nodig: mensen die begrijpen wat hier gebeurt en dat verder helpen binnen de universiteiten.”
Jullie nemen het stokje over van Machiel van Dorst, die betrokken blijft als voorzitter van de stuurgroep. Hoe kan de stuurgroep jullie ondersteunen?
Van Eekelen: “Naast onze verbindingen met wetenschappers is de stuurgroep heel belangrijk voor de bestuurlijke backing die Jurian net benoemde. Er wordt hier veel opgebouwd, maar dat moet wel op de juiste plekken landen. Dan is het belangrijk dat er bestuurders en decanen zijn die niet op afstand meekijken, maar echt betrokken zijn.”
Edelenbos: “Zonder die steun wordt pionieren heel lastig. Dan kun je wel op pad worden gestuurd, maar ontbreekt het gevoel dat wat je doet ook echt gedragen wordt. De decanen en bestuurders in de stuurgroep geven rugdekking aan de onderzoekers die op nieuwe, innovatieve manieren samenwerken aan complexe maatschappelijke vraagstukken. Dat is van grote waarde voor het werk dat wij hier met z’n allen doen.”
- Professor
- Professor
- Meer informatie
Marjolein Kooistra, kooistra@essb.eur.nl

