Onderzoek toont aan dat promotiebeslissingen in de vroege loopbaanfase langdurige gevolgen hebben voor de academische carrières van vrouwen en de doorstroom van toekomstige vrouwelijke academici aanzienlijk versterken.
Volgens onderzoek van promovendus Milan Makany van Erasmus School of Economics en zijn mede-auteurs Manuel Bagues (University of Warwick, CEPR, IZA@LISER en J-PAL), Giulia Vattuone (SOFI, Stockholm University) en Natalia Zinovyeva (University of Warwick en IZA@LISER) is het verkrijgen van een vaste academische aanstelling vroeg in de loopbaan bijzonder belangrijk voor vrouwen.
De studie Female Promotions and the Academic Pipeline: Evidence from a Natural Experiment analyseert gegevens van 4.000 universitaire vakgroepen in Spanje en laat zien dat promotiebeslissingen niet alleen individuele loopbanen kunnen beïnvloeden, maar ook de toekomstige samenstelling van de academische wereld.
Makany en zijn mede-auteurs ontdekten dat vrouwen die net geen tenure (vaste aanstelling) verkrijgen, op de lange termijn aanzienlijk grotere carrièregevolgen ondervinden dan mannen. Vijftien jaar later hebben vrouwen die geen tenure kregen 83 procentpunt minder kans om een vaste academische positie te bekleden dan vrouwen die de drempel net wel haalden. Bij mannen bedraagt dit verschil slechts 38 procentpunt. ‘Onze bevindingen suggereren dat de tenurefase een cruciale flessenhals vormt voor vrouwen in de academische wereld,’ aldus Makany. ‘Wanneer getalenteerde vrouwen op dit punt uit de academische pijplijn verdwijnen, reiken de verliezen veel verder dan hun individuele carrières.’
De studie levert ook sterk bewijs voor een zogenoemd trickle-down-effect wanneer vrouwen wel een vaste academische positie verkrijgen. Afdelingen die een vrouw bevorderen tot universitair hoofddocent (Associate Professor) krijgen gemiddeld 1,5 extra vrouwelijke stafleden binnen vijftien jaar en leveren in het daaropvolgende decennium zes extra vrouwelijke promovendi af. Bovendien hebben vrouwelijke afgestudeerden van deze afdelingen een grotere kans om in de academische wereld actief te blijven en zelf door te groeien naar vaste academische functies.
Een keten van effecten in gang zetten
Hoewel de precieze mechanismen nog niet volledig duidelijk zijn, zijn de bevindingen in overeenstemming met verschillende mogelijke verklaringen, waaronder rolmodel-effecten, mentoring en een inclusiever werkklimaat. Belangrijk is dat de effecten vooral zichtbaar zijn in afdelingen waar vrouwen aanwezig zijn maar nog niet de meerderheid vormen. Dit suggereert dat de positieve neveneffecten zich geleidelijk opbouwen en enige bestaande vrouwelijke vertegenwoordiging vereisen, in plaats van te worden veroorzaakt door de promotie van de eerste vrouw binnen een verder volledig mannelijke afdeling.
De resultaten leveren nieuw causaal bewijs ter ondersteuning van beleid dat barrières voor promotie van hooggekwalificeerde vrouwen vermindert. Ze onderstrepen het belang van ervoor te zorgen dat zeer gekwalificeerde vrouwen niet over het hoofd worden gezien op cruciale momenten in hun loopbaan, aangezien hun doorgroei aanzienlijke en langdurige voordelen kan opleveren voor universiteiten en de bredere onderzoeksgemeenschap. ‘Het bevorderen van één zeer capabele vrouw op een cruciaal moment in haar carrière kan een keten van effecten in gang zetten die beïnvloedt wie de academische wereld betreedt, wie blijft en wie uiteindelijk doorgroeit,’ concludeert Milan Makany.
Over het onderzoek
De studie maakt gebruik van een unieke eigenschap van het Spaanse systeem voor academische promoties tussen 2002 en 2008. In deze periode werden beoordelaars willekeurig toegewezen aan promotiecommissies. Daardoor konden vergelijkbare kandidaten worden beoordeeld door relatief gunstige of minder gunstige commissies, waardoor sommige “gelukkige” kandidaten net boven de promotiedrempel uitkwamen. Dit natuurlijke experiment stelde de onderzoekers in staat om de causale effecten van promotiebeslissingen op loopbanen en de samenstelling van afdelingen vast te stellen.
Over Milan Makany
Milan Makany is als promovendus verbonden aan de capaciteitsgroep Algemene Economie van Erasmus School of Economics. Zijn onderzoek richt zich op arbeids- en personeelseconomie, met bijzondere belangstelling voor gender en diversiteit, netwerken, wetenschap en kunstmatige intelligentie. Zijn promotiebegeleiders zijn universitair hoofddocenten Anne Boring en Josse Delfgaauw.
- Promovendus
- Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer van Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 64 18 46.