Professor Vincent Jaddoe bestudeert al jaren hoe de ontwikkeling in de baarmoeder en vroege kindertijd de gezondheid, welzijn en sociale participatie in het latere leven beïnvloedt. Hij is hoofdonderzoeker van het grootschalige populatieonderzoek Generation R, dat sinds 2001 zo'n 10.000 kinderen in Rotterdam volgt. Dankzij dit onderzoek is nu vele meer bekend over de factoren die kinderen een betere start kunnen geven. Hoe leidt deze kennis tot gedrags- en beleidsveranderingen om te zorgen voor een gezondere leefstijl en leefomgeving?
Vincent Jaddoe is als kinderarts en hoogleraar Kindergeneeskunde-Epidemiologie verbonden aan het Erasmus MC. Hij is ook hoogleraar Epidemiologie aan Harvard University. Binnen zijn onderzoeksprogramma Generation R werken meer dan 150 onderzoekers van 30 verschillende afdelingen van het Erasmus MC, de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), andere onderzoeksinstituten en de gemeente Rotterdam. Daarnaast is Jaddoe initiatiefnemer van het Convergence-programma Healthy Start. In november 2025 werd hij benoemd als Erasmus Professor.
Impact van Generation R
De Generation R onderzoeksresultaten verschenen in meer dan 1.500 wetenschappelijke publicaties en dragen bij aan positieve maatschappelijke impact. De data vormen niet alleen een belangrijke basis voor diverse medisch-specialistische richtlijnen, maar ook voor beleid op het gebied van milieu en gezondheid en diverse actieprogramma’s zoals Kansrijke start. Het wetenschappelijk belang van het onderzoek blijkt ook uit de 11 prestigieuze persoonlijke European Research Council (ERC) Grants die onderzoekers van Erasmus MC en Erasmus Universiteit kregen toegekend op basis van Generation R data.
De kinderen uit de eerste cohort zijn inmiddels jongvolwassenen. Wat zijn voor u de meest opvallende onderzoeksresultaten?
"Dankzij Generation R weten we nu veel meer over factoren die kinderen een betere start kunnen geven. We weten dat de eerste fase van het leven erg belangrijk is. Die vroege zwangerschap, en eigenlijk al de fase daarvoor; hoe gezond en bewust de toekomstige ouders de zwangerschap ingaan. Dat is heel erg bepalend voor het kind bij de geboorte, maar ook daarna. Maar hoe zorg je er nou voor dat die kennis een leefstijlverandering teweegbrengt? Iedereen die je op straat vraagt, weet dat je foliumzuur moet slikken als je zwanger wilt worden en dat je vooral niet moet roken tijdens de zwangerschap. Maar als je naar de onderzoeksdata kijkt, dan zie je dat 40% van de vrouwen geen foliumzuur slikt en dat 20% rookt.
Ook weten we nu dat bepaalde risicofactoren zoals roken en overgewicht vaker bij bepaalde groepen voorkomen. Terwijl het onderzoek zich vaak richt op het effect van deze risicofactoren, zou je meer begrip moeten krijgen van de samenhang van verschillende factoren. Dat is essentieel. Zo is er een hoog percentage vrouwen met een Turkse achtergrond dat rookt, terwijl dat percentage bij vrouwen met een Marokkaanse achtergrond veel lager ligt.
Ook qua alcoholgebruik zie je grote verschillen. Bij Nederlandse vrouwen drinkt 60% matig alcohol tijdens de zwangerschap, terwijl dat bij andere vrouwen heel weinig gebeurt. Deze patronen zeggen uiteraard niet alles, maar kunnen wel helpen om risicogroepen te herkennen en aanknopingspunten te vinden voor preventie. De vraag is natuurlijk hoe je dat soort resultaten vertaalt naar de praktijk."
Hoe hebben de onderzoeksresultaten van Generation R bijgedragen aan preventie?
"In 2017 zijn we met Generation Next gestart. Dit vervolgonderzoek is geen herhaling van zetten, maar bouwt voort op de resultaten uit de eerste fase. Nu we bijvoorbeeld weten dat de preconceptiefase zo belangrijk is, willen we daar veel meer over weten. De vrouwen en mannen mogen al meedoen vóór de zwangerschap. We kijken hoe de gezondheid, voeding en leefstijl van vrouwen en mannen al voor de zwangerschap de ontwikkeling van het kind beïnvloeden. Hieraan is ook een unieke nieuwe interventiestudie gekoppeld, gericht op leefstijlverandering van toekomstige ouders."
Onderzoeksresultaten van Generation R dragen volgens Jaddoe dagelijks bij aan preventie. Hij vertelt dat ze opgenomen zijn in allerlei richtlijnen. "Denk aan medisch-specialistische richtlijnen in de praktijk van gynaecologen, kinderartsen en endocrinologen. Die zijn veranderd op basis van de bevindingen.
De resultaten van Generation R komen op heel veel verschillende plekken terecht. Zowel bij de gemeentelijke als bij de landelijke overheid. Zo vormen de onderzoeksresultaten input voor het preventie- en jeugdbeleid van de gemeente Rotterdam." Als voorbeeld van landelijke impact noemt hij maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. "Generation R heeft aangetoond dat ongeboren baby’s die via hun moeder fijnstof binnenkrijgen een grotere kans hebben op geboortecomplicaties en op latere leeftijd een verhoogde kans hebben op astma. Deze resultaten dienden ook als input voor de snelheidsbeperkende maatregelen in het verkeer."
"De resultaten van Generation R zijn opgenomen in allerlei richtlijnen"
Prof. dr. Vincent Jaddoe
Met wie werkt u samen binnen Generation R?
"Generation R is een onderzoeksprogramma vanuit het Erasmus MC en de Erasmus universiteit waarbij 20 afdelingen heel nauw betrokken zijn en op structurele basis samenwerken. Dat geldt ook voor de gemeente Rotterdam, de GGD Rotterdam Rijnmond en de landelijke overheid, met name het ministerie van VWS. We hebben regelmatig overleg met de gemeente en met het ministerie, enerzijds over welke vragen op dit moment vanuit beleid relevant zijn, en anderzijds over hoe we resultaten kunnen laten landen en vertalen naar beleidsveranderingen."
Jaddoe benadrukt het belang van interfacultaire samenwerking. "Niet alleen afdelingen van het Erasmus MC, maar ook afdelingen van de Erasmus Universiteit Rotterdam vormen de basis van het programma. Dat lijstje is heel uitgebreid, want de gezondheid en ontwikkeling van kinderen hangen vrijwel overal mee samen. Vanuit de Erasmus universiteit zijn de ESSB en de ESHPM betrokken. En hopelijk kunnen we dit verbreden naar nog meer faculteiten."
Kunt u een voorbeeld geven van de voordelen van een transdisciplinaire aanpak?
"Wat we nu doen, is samen met de gemeente Rotterdam, gedragswetenschappers en toekomstige ouders kijken wat we met de bevindingen kunnen doen. Hoe vertalen we bevindingen uit observationeel onderzoek naar nieuwe preventiestrategieën. Hoe kunnen we het gedrag van toekomstige ouders optimaliseren? We zijn uitgekomen op groepssessies voor toekomstige ouders. We vragen aan de deelnemers wat ervoor nodig is om tot ander gedrag te komen. Is er bijvoorbeeld alleen een website nodig voor informatievoorziening of moet het interactiever? En op welke wijze dan, zodat het niet te veel tijd en energie voor toekomstige ouders kost. De voorkeur blijkt uit te gaan naar interactieve en toegankelijke informatiesessies. Deze zijn nu onderdeel van het programma. Dat is heel transdisciplinair en co-creatief. Hierbij zoeken we ook de link met andere initiatieven zoals Healthy Start."
Generation R loopt al ruim 20 jaar. In hoeverre hebben technologische ontwikkelingen het onderzoek veranderd?
"Dingen die we nu meten hadden we nooit eerder kunnen bedenken. Ook vanuit de deelnemers is er het nodige veranderd. Denk aan de opkomst van de sociale media. Daar hebben we natuurlijk in ons onderzoek op moeten anticiperen.
In het kader van het Erasmus professorschap ga ik mij ook richten op innovatieve zorg binnen de kindergeneeskunde. Nieuwe technologieën spelen daarin natuurlijk een belangrijke rol. Hoe ga je om met de uitdagingen van steeds minder personeel en hogere kosten? Dat vraagt om een andere, creatievere manier van werken terwijl je ook je mensen gemotiveerd moet houden. Een mogelijke oplossing is het automatiseren van routineklussen. Eigenlijk het robotiseren van processen. Dat doen we samen met de TU Delft."
Hoe leidt u de nieuwe generatie studenten op tot impactgedreven onderzoekers?
"Onze academische omgeving is van oudsher gebaseerd op individuele prestaties. Nu stopt het nog vaak bij het verspreiden van kennis. Daarna gaan we meestal snel door naar een volgend onderzoek en een volgend wetenschappelijk artikel. Maar de vraag is toch: 'Doen we wel genoeg met wat we weten, met onze gezamenlijke kennis?' Wij moeten leren over co-creatie, transformatie en samenwerking om impact te bereiken. En ook puur over de methodologieën van impact. Over wat werkt en wat niet werkt. Ik zou hier graag een programma voor maken om een soort pilot te starten, ook in samenwerking met anderen binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam."
"Wij kijken naar de beleving van verpleegkundigen. Hoe we hun werk makkelijker en leuker kunnen maken zodat ze langer met plezier kunnen blijven werken"
Prof. dr. Vincent Jaddoe
Bij uw benoeming tot Erasmus Professor gaf u aan dat u uw impactgedreven onderzoeksprogramma's wilt uitbreiden. Wat zijn uw plannen?
"Nou kijk, ik denk dat we steeds meer toe moeten naar interventies. Ook op scholen kan je kinderen op jonge leeftijd al bereiken om adviezen te geven. We gaan kijken hoe je kinderen ervan kan overtuigen dat het verschil maakt voor later of je nu een groot deel van de dag doorbrengen met een zak chips voor de tv of een ander beeldscherm of dit een beetje beperkt houdt. Dat is één thema: de eerste fase van het leven en de gevolgen voor later.
Dan is er ook het thema zorginnovatie. Binnen Convergence, startten we vorig jaar het onderzoek Samen Sophia voor verpleegkundigen en verzorgenden. We onderzoeken hoe we de werkdruk kunnen verlagen en het werkplezier verhogen. Ik ben kinderarts in het Sophia Kinderziekenhuis, dus ik zie dagelijks de gevolgen van het enorme personeelstekort. Dat raakt ons allemaal. Hopelijk kunnen we bijdragen aan een oplossing door het ontwikkelen van een nieuwe manier van werken. Daarbij kijken we veel naar de beleving van verpleegkundigen. Hoe we hun werk makkelijker en leuker kunnen maken zodat ze langer met plezier kunnen blijven werken."
- Professor
- Meer informatie
Lees meer over onze Erasmus Professors.
Persvraag?
Neem contact op met de woordvoerders van het Erasmus MC.- Gerelateerde content
