Kennisinstellingen werken steeds vaker samen in ecosystemen met overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. In de Strategie 2030 zet de EUR in op Open Innovatie Netwerken (OIN’s). Wat zijn open innovatienetwerken precies, waarom vindt de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) ze zo belangrijk en wat is ervoor nodig?
Open innovatienetwerken zijn samenwerkingsverbanden waarin verschillende organisaties hun expertise inbrengen met het doel samen kennis te creëren om complexe maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Michiel Besters, directeur Engagement and Research Services (ERS) bij de EUR, licht toe waarom de EUR juist inzet op duurzame samenwerkingen binnen OIN’s.
Ecosystemen, innovatiehubs, triple helix-samenwerkingen: wanneer mag je een samenwerkingsverband een OIN noemen?
Besters legt uit dat OIN’s aan meerdere criteria moeten voldoen. “Het klopt dat er verschillende begrippen zijn die aansluiten op wat we voor ogen hebben met open innovatienetwerken. Een open innovatienetwerk is allereerst een netwerk met verschillende partners en het doel is kennis op te doen voor nieuwe oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Een heel belangrijk en ook spannend punt is dat we ons als universiteit samen met andere partijen in een netwerk begeven zonder hiërarchische relaties. We gaan samen kennis ontwikkelen als antwoord op maatschappelijke vragen. Door de perspectieven samen te brengen, zijn we beter in staat antwoorden te vinden op vragen die partners hebben. Als universiteit hebben we dan ook niet de regie of controle over het netwerk, en hoe dat zich beweegt.”
Waar ligt de focus van de EUR op dit moment?
Volgens Besters wil de EUR zich in 2026 concentreren op twee thema’s: de weerbare samenleving en de toekomstbestendige haven. Hij benadrukt dat die twee thema’s wel in verschillende groeifasen zitten. “Bij de toekomstbestendige haven hebben we al een netwerkinfrastructuur liggen met initiatieven als Resilient Delta (Convergence), SmartPort en Erasmus UPT. Met weerbare samenleving zijn we minder ver, ook al zijn diverse academici actief op dit thema. We moeten eerst samen met de externe partners bepalen wat we verstaan onder een weerbare samenleving. Op basis daarvan kunnen we als EUR onze propositie uitwerken. Vervolgens gaan we samen met andere betrokken partijen kijken hoe we elkaar kunnen vinden in een gemeenschappelijke agenda. Naast deze twee geprioriteerde thema’s gaan we verder met AI en digitalisering en met gezondheid. Op deze thema’s gebeurt al heel veel. Met de benadering van open innovatienetwerken willen we de verschillende initiatieven en projecten beter met elkaar verbinden.”
OIN’s staan als een van de prioriteiten in de Strategie 2030 van de EUR. Wat is daar de reden voor?
“In de vorige strategische periode is positieve maatschappelijke impact heel duidelijk op de agenda gezet. Dat wil de EUR door middel van open innovatienetwerken sterker verankeren in onderwijs en onderzoek.”, antwoordt Besters. We kunnen open innovatie volgens hem niet los zien van de andere prioriteiten. Er is niet alleen een directe relatie met de prioriteiten toonaangevend onderwijs en onderzoek, maar ook met Leven Lang Ontwikkelen (LLO), strategische allianties en diversificatie van inkomstenbronnen.
“Een mooi voorbeeld is AnchorED. Dit is een project van een consortium van onderwijsinstellingen en bedrijven in de regio Rotterdam. Het Erasmus Centre for Energy Transition speelt hier een belangrijke rol in. Via zogenaamde transitiearena’s, een soort communities, worden professionals in de haven voorbereid op de energietransitie. Dus je ziet dat dat soort dingen allemaal overlappend zijn of in elkaar eens verlengde liggen.”
“In de vorige strategische periode is positieve maatschappelijke impact heel duidelijk op de agenda gezet. Dat wil de EUR door middel van open innovatienetwerken sterker verankeren in onderwijs en onderzoek.”
Wat verandert er aan de rol en verantwoordelijkheid van de universiteit door in te zetten op OIN’s?
Besters: “Je gaat met de partijen van buiten in gesprek. Ieder vanuit zijn eigen expertise. Door die praktijkkennis te verbinden met wetenschap ontstaat co-creatie. Dit is anders dan de meer transactionele benadering van ‘wij leveren onderzoek’ of ‘een externe partij vraagt onderzoek van ons’. Het gaat er meer om hoe je als universiteit met andere partijen gezamenlijk een kennisagenda kunt opstellen op basis van vragen die de verschillende partijen verbinden. In die zin is een open innovatienetwerk een lerend netwerk. Alle partners leren van elkaar en wij als universiteit spelen hierin een faciliterende rol.”
“Als we die maatschappelijke vraag goed ophalen, kunnen we als universiteit onze wetenschappelijke kennis richten naar de doelen van de samenleving”, vertelt Besters. “Daarbij hoort een heel duidelijk kader voor wetenschappelijke integriteit, ethiek en methodologie”, voegt hij toe. “Dat is denk ik het aantrekkelijke voor externe partijen. Bij ons kan iedereen aan tafel, omdat we context kunnen creëren waarin bepaalde vragen kunnen worden gesteld en onderzocht. Terwijl marktpartijen elders niet met elkaar kunnen praten omdat ze in competitie zijn met elkaar. Die onafhankelijke rol moeten we als kennisinstelling goed borgen in onze aanpak.”
Wat betekent het ontwikkelen van OIN’s voor het wetenschappelijk en ondersteunend personeel?
Besters: “Als eerste zou ik willen zeggen: vergeet vooral de studenten niet. Met impactgedreven onderwijs kunnen zij met vraagstukken aan de slag binnen de thematische netwerken. Ik hoop in eerste instantie dat het met name energie losmaakt en ook veel creativiteit. Omdat we eigenlijk op andere paden terecht kunnen komen. Of dat we de paden die we nu al bewandelen versterken. Bijvoorbeeld door over de disciplines heen met elkaar samen te werken, het liefst ook met partijen van buiten.”
Volgens Besters betekent het ontwikkelen van open innovatienetwerken ook dat je bestaande initiatieven, projecten en programma’s op bepaalde thema’s zoveel mogelijk probeert te verbinden. “Dat vraagt effort van het wetenschappelijk en ondersteunend personeel. We hebben al een mooie groep koplopers op verschillende thema’s die al jaren actief is in ecosystemen en samenwerkingen. Die groep willen we versterken, en het zou mooi zijn als we nog veel meer academici hiervoor kunnen mobiliseren.”
Welke aanpassingen in governance, infrastructuur, incentives, erkenning en waardering zijn er nodig?
Besters zet uiteen dat in een outside-in-benadering de termen ‘faciliteren’ en ‘borgen’ van toepassing zijn op veel activiteiten en werkzaamheden van het ondersteunend personeel. Het gaat volgens hem om zaken als partnerschapsnetwerken, communicatie, business development en goede ondersteuning van projecten en programma’s, samen met de wetenschappelijke staf. Hij noemt ook het belang van goede administratieve processen. “Als we het doel hebben dat we engagement willen bereiken door middel van open innovatienetwerken, dan moeten we hiervan ook een belangrijk speerpunt maken voor het ondersteunend personeel”, benadrukt hij.
Hier ziet Besters overlap met de ontwikkelingen rond ‘Erkennen & Waarderen’. “Een engagement-benadering vraagt om een ander type wetenschappelijke output en andere vaardigheden. Nu krijg je als wetenschapper vooral waardering voor een wetenschappelijk artikel, maar die zou je ook moeten krijgen voor een project in het kader van open innovatie, denk bijvoorbeeld aan het organiseren van een congres met een gemeente.”
Hoe weten we dat OIN’s maatschappelijke waarde realiseren en niet alleen samenwerking intensiveren?
“Ik denk dat het intensiveren van samenwerking op zich al een heel mooi signaal is of kritische indicator”, antwoordt Besters. Tegelijkertijd is de vraag naar maatschappelijke waarde een stuk verstrekkender. Hoe kun je nou eigenlijk toetsen wat een open innovatienetwerk aan maatschappelijke impact tot stand brengt? Als onderdeel van de aanpak voor open innovatienetwerken gaan we dit aspect oppakken, zegt Besters. Wanneer is er eigenlijk sprake van maatschappelijke impact? En hoe meten we impact?
Tijdens de vorige strategieperiode heeft de EUR daar al antwoorden op geformuleerd in het project Societal Impact Evaluation. Volgens Besters hoeven we niet bescheiden te zijn over wat de EUR al heeft bereikt. “Op het gebied van impact meten heeft de EUR nu kennis in huis die van internationale allure is. Als onderdeel van de open innovatienetwerken willen we onderzoeken hoe we die expertise kunnen inzetten.”

“Eigenlijk willen we met de open innovatie netwerken de expertise die we al in huis hebben meer reliëf geven, en samenwerkingsverbanden verduurzamen en versterken.”
Michiel Besters
Kun je voorbeelden noemen van OIN’s waarin de EUR nu al actief is?
“We beginnen inderdaad niet bij nul. We hebben al allerlei prachtige programma's, samenwerkingsverbanden en allianties waarin we meedraaien op thema's die we als universiteit belangrijk vinden en waarvoor we ons sterk willen maken”, aldus Besters. “De impactdomeinen zoals die in onze strategie staan zijn hiervoor leidend.” Hij geeft voorbeelden uit het zorgdomein. Daar gebeuren al mooie dingen zoals Planetary Health (ESHPM) en Healthy Start (Convergence).
Ook in het impactdomein van brede welvaart zijn er volgens hem voorbeelden. “Daar zie ik een duidelijke koppeling met het thema van de haven. Hoe ziet de toekomst van de Rotterdams haven eruit? Wat betekent de haven voor de stad en het regionale ecosysteem? Op deze thema’s heeft de EUR internationaal gerenommeerde experts op het gebied van economie en recht. En ook een Erasmus BV als UPT. We hebben dus al een hoop in huis. Eigenlijk willen we met de open innovatienetwerken dat allemaal meer reliëf geven, en ook verstevigen en versterken. Met het doel om die positieve maatschappelijke impact te vergroten.”
Welke concrete stappen zet de EUR om de OIN’s vorm te geven?
Besters: “We zijn al gestart met gesprekken met inhoudelijke experts uit verschillende disciplines om te kijken wat onze propositie is op de twee geprioriteerde thema’s. Daar zit veel energie. Ook zie je dan dat we al over hele mooie samenwerkingen beschikken als universiteit, bijvoorbeeld in de Rotterdams haven. Daarnaast zijn we bezig met het versterken van de support. Het is aan de lijnorganisatie om de strategie uit te voeren. Als ERS herijken we dan ook onze dienstverlening. De open innovatienetwerken zijn daar een belangrijk onderdeel van.”
Besters vertelt dat er binnen het team Impact & Engagement een wervingsprocedure loopt voor een strateeg en een projectmedewerker Open Innovatie Netwerken. “Die nieuwe collega’s mogen zich gaan buigen over vragen als ‘welke allianties en samenwerkingen hebben we al?’, ‘hoe brengen we onze interne expertise samen?’ en ‘moeten we naar buiten om met externe partijen in gesprek te gaan?’ Samen met de Strategic Dean Impact & Engagement Arwin van Buuren en wetenschappers die op een bepaald thema actief zijn, kunnen zij de initiërende fase van het vormen van een open innovatienetwerk op zich nemen.”
Meer informatie
Neem contact op met het Team Impact & Engagement via samenwerken@eur.nl.
