Op donderdag 23 april 2026 verdedigt H.M.T. Riese het proefschrift met de titel: De bibliotheek van Spinoza: Een onderzoek en beoordeling aan de hand van vergelijkbare 17e-eeuwse bibliotheken met de Exercitia et Bibliotheca van Gisbertus Voetius (1589-1676) als referentiepunt
- Promotor
- Promotor
- Datum
- donderdag 23 apr 2026, 15:30 - 17:00
- Type
- Promotie
- Ruimte
- Senaatszaal
- Gebouw
- Erasmus Gebouw
- Locatie
- Campus Woudestein
Hieronder volgt een korte samenvatting van het proefschrift:
Twee stellingen worden in dit boek verdedigd. De eerste is dat de primaire bronnen met betrekking tot Spinoza's bibliotheek, met name de notariële boedelinventaris van 1677, voor de identificatie van zijn boekenbezit ons voor tal van vragen stellen en vol onzekerheid zijn. Tot nu toe zijn deze bij de analyse van zijn boekenbbezit niet uitvoerig aan de orde geweest en systematisch behandeld. Dit heeft geleid tot fouten en in sommige gevallen tot een onterechte consensus. Meerdere wetenschappers hebben impliciet meer autoriteit toegekend aan de catalogi van de Spinozahuis Society dan ze verdienen. Ze bieden geen betrouwbare basis voor het analyseren van Spinoza's bibliotheek. Ik verdedig de stelling dat we door systematische toepassing van een probabilistische methode op onzekerheidskwesties nauwkeuriger vollediger en transparanter dan tot nu toe kunnen inschatten welke boeken en uitgaven Spinoza bezat, waarschijnlijk bezat, of mogelijk bezat.
De tweede stelling is dat we door het boekenbezit van een historische figuur systematisch te analyseren en door de resultaten te vergelijken met de bibliotheken van tijdgenoten tot waardevolle inzichten kunnen komen omtrent historische ontwikkelingen en beter het afwijkend karakter kunnen bepalen. Dergelijk vergelijkend onderzoek heeft tot nu toe de neiging had om ten dele impressionistisch te zijn. Dit komt deels door het ontbreken van een referentiepunt. Ik verdedig dan ook de stelling dat de brede en toch fijnmazige categorisering van alle menselijke kennis door Gisbertus Voetius (1589-1676) in zijn Exercitia et Bibliotheca Studiosi Theologiæ (1e druk Utrecht: 1644. 2e druk Utrecht: 1651), dat tevens een uitgebreid overzicht geeft van representatieve werken, zo een referentiepunt biedt dat voor het evalueren en vergelijken van de intellectuele inhoud van wetenschappelijke bibliotheken die rond het midden van de 17e eeuw zijn opgebouwd, van grote waarde is. De voorgestelde aanpak helpt om het unieke profiel van bibliotheken betrouwbaar te bepalen, helder te maken en te vergelijken. Deze aanpak houdt rekening met het feit dat sommige boeken over meerdere onderwerpen gaan en helpt potentiële risico's van semi-impressionistische analyses aan te onderkennen, zoals onvolledigheid, onevenwichtige presentatie, inconsistentie, subjectiviteit en anachronistische of ahistorische verklaringen. Deze benadering wordt toegepast bij de evaluatie en vergelijking van de bibliotheken van Spinoza (1632-1677), Johannes Koerbagh (1634-1672) en Henry Oldenburg (1618-1677), die in elkaar nauw overlappende periodes in het derde kwart van de 17e eeuw zijn oßpgebouwd. Het proefschrift is verdeeld in twee delen, welke overeenkomen met deze twee stellingen. Het eerste deel biedt daarbij de basis voor het tweede deel.
- Meer informatie
De openbare verdediging zal exact om 15.30 uur beginnen. De deuren zijn gesloten zodra de openbare verdediging start, laatkomers kunnen eventueel op het scherm buiten meekijken. Er is geen mogelijkheid tot toelating tijdens het eerste gedeelte van de ceremonie. Gezien het plechtige karakter van de bijeenkomst adviseren wij om kinderen onder de 6 jaar niet naar het eerste gedeelte van de ceremonie mee te nemen.
Er is aan kandidaat een livestreamlink verstrekt.
