Tussen essentie en technologie: wat betekent AI voor (het opleiden van) de jurist van de toekomst?

We zien AI overal terug in ons dagelijks leven, van social media algoritmes en streamingsdiensten, tot navigatie en tekstverwerking. Maar ook in ons professionele leven krijgt AI op veel plekken een steeds prominentere rol. We horen dat AI alles gaat veranderen en veel banen op termijn over zal nemen, maar klopt dat wel? Hoe zit dat in de rechtspraktijk en wat betekent dat voor de jurist van de toekomst? Evert Stamhuis, hoogleraar Recht en Innovatie aan Erasmus School of Law, vertelt over technologisch optimisme, de-skilling, de essentie van een jurist en de mogelijkheid om je zowel te ontwikkelen als het hoofd koel te houden.

Verandert AI de opleiding van juristen?

In een tijd waarin AI een steeds prominente rol krijgt in ons werk rijst de vraag of een ‘traditioneel’ (rechten)diploma nog wel volstaat in de huidige arbeidsmarkt. Dit raakt een dieper vraagstuk over de essentie van professionals, hun vakgebied en de skills die hierbij horen. Het roept ook vragen op over welke rol opleidingsinstituten hebben in het opleiden van de juristen van de toekomst. Hoe kan er rekening gehouden worden met grote maatschappelijke ontwikkelingen, ook als daarin nog veel onzeker is over de exacte uitwerking? 

Stamhuis vertelt: “De taakverdeling voor de opleiding van goede juristen varieert naar tijd en plaats. De rechtenfaculteiten en de praktijkorganisaties in Nederland hebben daar sinds jaar en dag samen invulling aan gegeven. Je kunt dus stellen dat een rechtendiploma zonder meer nooit voldoende is geweest. De vraag is in hoeverre een veranderende praktijk, ten gevolge van een groeiend aanbod van ICT-toepassingen, dwingt tot verandering in wat de rechtenfaculteiten bijdragen. Een jaar of vijf-zes geleden heeft Erasmus School of Law al aanvaard, dat niets veranderen geen optie is. In de Juridisch Academische Vaardigheden lijn zijn toen geleidelijk kleine leereenheden ingevoerd die de rechtenstudent confronteert met vormen van digitalisering die voor de juridische praktijk relevant zijn. Dat betekent echter niet dat alle rechtenopleidingen een beheersing van legal AI tot hoofdtaak zouden moeten promoveren.”.

Mens versus machine is een verkeerd uitgangspunt 

AI neemt steeds meer routinematig werk over, ook in de rechtspraktijk wordt dit ingezet voor onder meer tekstverwerking en -verbetering. Hoewel het gebruik van AI voordelen kan hebben blijkt deze ontwikkeling in de rechtspraktijk ook te zorgen voor vertraging doordat juristen kampen met veel AI gegenereerde processtukken. Zet dit de verhouding tussen de menselijke maat en de toegevoegde waarde van AI-toepassingen op scherp? “Menselijke vaardigheden en AI exclusief ten opzichte van elkaar zetten is niet het juiste beeld. Het is een menselijke vaardigheid om met (nieuwe) technologie je bijdrage te leveren aan de samenleving en daarbij de technologie zo goed mogelijk dienstbaar te maken aan deze bijdrage. ‘Zo goed mogelijk’ mag inhouden, dat je efficiëntie nastreeft, maar ook dat je anticipeert op potentiële dominantie van de technologie, afhankelijkheid en de-skilling. Voor een bouwvakker is een elektrisch spijkerpistool een mooi ding, maar in bepaalde situaties op de werkplaats ongeschikt, niet beschikbaar of te duur. Zelf een hamer, schroevendraaier en beitel kunnen hanteren moet je dus nog steeds leren. Het aanbod van AI-tools daagt ons als rechtensector uit tot een herijking van wat onze hamers, beitels en schroevendraaiers zijn en wat het equivalent van het elektrisch spijkerpistool is.”

Welke skills zijn essentieel voor de jurist van de toekomst?

Er klinken ook zorgen over groeiende afhankelijkheid van AI en het verlies van belangrijke vaardigheden (de-skilling). Stamhuis vertelt over het risico van afhankelijkheid van AI tijdens het leerproces : “Dit vraagstuk ligt niet zozeer exclusief bij juridische opleidingen, maar bij al het onderwijs. De laatste maanden zie ik meer en meer aandacht voor het effect dat GenAI gebruik in het leerproces zou kunnen hebben. Ik sluit me momenteel aan bij de theorie, dat om iets te leren weerstand overwonnen moet worden. Dat gaat niet gebeuren als GenAI het kunstje voor je uitvoert. Zolang we verwachten dat voor goede beroepsuitoefening een set van kennis, vaardigheden en attitudes aangeleerd is, moeten we tijdens de studietijd taken zonder GenAI handhaven.”

Welke impact het gebruik van AI zal hebben op zogenoemde de-skilling kan volgens Stamhuis alleen de tijd ons leren maar hij benadrukt dat de focus van juristen op de samenleving onmisbaar is en blijft: “We zullen over een aantal jaren geleerd hebben welke vaardigheden van een jurist in de praktijk van de AI ondersteunde juridische dienstverlening onmisbaar zijn en welke aanvullend. Nu is dat nog speculeren. Steeds zal het cruciaal zijn om het oog op de rol van het recht in de samenleving gericht te houden en de keuze van de ondersteunende middelen telkens opnieuw daardoor te laten bepalen. Dit houdt tegelijk een opdracht in aan juristen, om dat doel te blijven nastreven. Dat lijkt me nog best ingewikkeld tegen de druk in van technologisch optimisme.”

Meester in Recht (&Tech)

In dit spectrum van mogelijkheden, technologisch optimisme en onduidelijkheid over de lange termijn impact van deze technologische ontwikkeling kunnen studenten kiezen hoe diep ze in de wereld van Legal AI willen duiken. Stamhuis vertelt over de unieke aanpak van de master Law & Technology: “Onze Law & Technology master is ontwikkeld voor die studenten die het aantrekkelijk lijkt om geen afwachtende toeschouwer te zijn maar een frontrunner. Het doel van ons masterprogramma is het aanleren van meesterschap in het recht en technologie veld. Dat houdt in dat ingezet wordt op een kritisch-constructieve houding ten opzichte van recht, en ten opzichte van technologie in de juridische dienstverlening. Om deze houding te ontwikkelen is een behoorlijk technisch inzicht nodig van de AI-toepassingen, denk aan het ontwerp, de ontwikkeling en het gebruik. Door zelf een AI-applicatie te bouwen en er tegelijk afstandelijk naar te kijken, bereiken studenten dat masterniveau.”

Maar het is zeker niet voor alle studenten noodzakelijk om zich te wagen aan het ontwerpen van een AI-applicatie: “Ons onderwijs in de Law & Tech master loopt wel voorop, maar het is verstandig om het hoofd koel te houden en niet aan elke volgende hype alle aandacht te besteden. De bijdrage van het recht aan de samenleving is geen hype, ook al is die bijdrage onderhevig aan veranderingen in de samenleving.” 

Bouw je toolkit voor de toekomst

Bij de vraag hoe hij het onderwijs zich ziet ontwikkelen en of (legal)AI in alle opleidingen een standaard onderdeel zal worden reageert Stamhuis: “In bepaalde vorm zie ik dat wel gebeuren. Hoe dat er uit gaat zien kan ik niet betrouwbaar voorspellen. Ik ga ervan uit dat we altijd juristen blijven opleiden.” Tot slot geeft Stamhuis een belangrijke kanttekening over verantwoord gebruik van AI en de rol van AI in de toolkit van de jurist van de toekomst: “In mijn verwijzing naar de toolkit van de bouwvakker gaat dat over vanuit expertise en een sterke skillset kritisch kijken naar welke oplossing het best past bij een probleem. Het is nooit goed als een technologische oplossing op zoek gaat naar een probleem. Dat pakt vroeg of laat schadelijk uit, voor direct betrokkenen en voor people & planet.”

Professor
Gerelateerde content
Zweistra en Hoppenbrouwers vertellen over de impact van AI op de rechtspraktijk en waarom juristen kritisch zouden moeten kijken naar de inzet van AI.
Cees Zweistra en Julie Hoppenbrouwers
Stamhuis gaat in op de vraag of het uitbreiden van auteursrecht op alle gezichten en stemmen deepfakes helpt te voorkomen.
Evert Stamhuis
Gerelateerde opleiding
Word jij de tech-savvy jurist die klaar is om een nieuwe rol binnen een snel digitaliserende samenleving te vervullen?

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen