Wat gebeurt er met een stad wanneer alles uitvalt? Geen stroom. Geen internet. Geen licht. Geen WhatsApp of Snap. Geen idee. Tijdens een recente Future Society Lab meetup, georganiseerd in samenwerking met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en gehouden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, werd deze vraag niet theoretisch belicht, maar daadwerkelijk beleefd. In een tot de verbeelding sprekende simulatie onderzochten beleidsmakers, onderzoekers, ondernemers en bewoners wat er gebeurt wanneer een stad als Rotterdam 72 uur lang volledig stilvalt. De conclusie is zowel confronterend als hoopgevend.
De illusie van de slimme stad
Onze steden worden steeds ‘slimmer’. We ontwikkelen digital twins, tuigen publiek-private ecosystemen op en werken zelfs aan een zogenaamde ‘Rotterdam Citiverse.’ Maar onder deze geavanceerde systemen schuilt een kwetsbare realiteit. Binnen 30 tot 45 minuten na een grootschalige stroomuitval vallen mobiele netwerken al uit. Navigatie, communicatie en informatievoorziening verdwijnen per onmiddellijk. Wat overblijft, is een stad zonder digitale systemen en zonder een gezamenlijk beeld van wat er gebeurt, en wat er nog kan volgen. De eerste fase van een dergelijke crisis wordt gekenmerkt door wat deelnemers aan de Future Society Lab meetup ‘honger naar informatie’ noemden: een enorme behoefte aan betrouwbare informatie, terwijl de onzekerheid alleen maar groter wordt. De slimme stad verandert in een ‘blinde’ stad.
Op jezelf aangewezen
Een van de belangrijkste inzichten uit de simulatie is dat hulpdiensten in de eerste 24 tot 72 uur niet tot nauwelijks beschikbaar zijn voor individuele hulpvragen. De capaciteit is eenvoudigweg onvoldoende en de focus ligt voor de hulpdiensten in eerste instantie vooral bij het beschermen van vitale infrastructuur, zoals energie, waterbeheer en veiligheidssystemen. Dit betekent een fundamentele verschuiving in denken: van een samenleving waarin we vertrouwen op systemen, naar een situatie waarin we tijdelijk vooral op elkaar zijn aangewezen.
Wanneer systemen falen, is de samenleving aan zet
De simulatie maakte duidelijk dat veerkracht in een crisis niet technologisch is, maar sociaal. In de tweede en derde fase van de blackout, wanneer voedsel bederft, waterdruk wellicht wegvalt en digitale betalingen onmogelijk worden, verschuift de focus van de stad naar de buurt. De wereld wordt een stuk kleiner. Juist daar ontstaat het verschil tussen ontwrichting en veerkracht. Gemeenschappen waarin mensen elkaar kennen, blijken beter in staat om middelen te delen, informatie uit te wisselen en kwetsbare bewoners te ondersteunen. Denk aan gezamenlijk koken, het delen van hulpmiddelen of het organiseren van informele communicatiepunten. In buurten daarentegen waar sociale cohesie ontbreekt, ontstaat juist sneller onzekerheid, fragmentatie en wantrouwen.
De paradox van verbondenheid
We leven in een tijd waarin we digitaal sterker verbonden zijn dan ooit, maar fysiek vaak verder van elkaar verwijderd. Deze simulatie bevestigt wat eerder onderzoek al laat zien: sociale cohesie is een cruciale voorspeller van het vermogen tot ‘overleven.’ De vraag is dan ook niet alleen hoe we onze systemen weerbaarder maken, maar hoe we onze sociale infrastructuur versterken en veerkrachtiger krijgen.
Ethische dilemma’s onder druk
Een blackout legt niet alleen technologische en sociale kwetsbaarheden bloot, maar ook morele spanningen. Wat doe je als essentiële medicijnen achter een gesloten deur liggen? Blijf je binnen de regels of breek je ze (en breek je in bij de apotheek) om een leven te redden?
Dit soort dilemma’s kwamen nadrukkelijk naar voren tijdens de sessies. Ze laten zien dat crisismanagement niet alleen draait om logistiek en infrastructuur, maar ook om waarden en keuzes onder extreme druk.
Van ‘weerbaarheid’ naar ‘veerkracht’
De centrale les van de bijeenkomst is dat we onze focus moeten verleggen. Niet langer alleen inzetten op het voorkomen van crises (‘weerbaarheid’), maar juist op het vermogen om ermee om te gaan wanneer deze zich voordoen (‘veerkracht’).
Dat vraagt om nieuwe vormen van organisatie. Denk aan lokale hubs (buurthuizen, scholen, sportverenigingen) als basisstructuur. Aan het in kaart brengen van sociale structuren: wie woont waar, wat hebben buurtbewoners aan vaardigheden en wie heeft hulp nodig?
Maar ook digitale ondersteuning vóór de crisis: zo werd er tijdens deze meetup met behulp van AI ter plekke op basis van de gedeelde inzichten een tool gebouwd waarin bewoners bijvoorbeeld hun vaardigheden en middelen kunnen registreren en delen.
‘Presilience’: verbinden vóór alles verdwijnt.
Harmen van Sprang, co-founder van Future Society Lab en initiatiefnemer van deze sessie, liet de zelfbedachte term ‘presilience’ vallen. Niet alleen reageren op een crisis, maar vooraf investeren in relaties, vertrouwen en lokale netwerken. Want uiteindelijk blijkt het meest veerkrachtige systeem geen technologie te zijn, maar de gemeenschap zelf.
Of zoals de welbekende Rotterdammer Jules Deelder het ooit zo treffend verwoordde: ‘De omgeving van de mens is de medemens.’
Op de hoogte blijven van de inzichten en bijeenkomsten van het Future Society Lab? Sluit je aan bij de LinkedIn-groep (al meer dan 700 leden).
Voor meer informatie kun je ook terecht op de website van Future Society Lab
- Meer informatie
Marjolein Kooistra, kooistra@essb.eur.nl | 0683676038

