In Rotterdam hebben meer inburgeraars al verschillende stappen in het inburgeringstraject gezet dan in de andere drie grote steden. Tegelijkertijd valt er in alle gemeenten winst te behalen omtrent deelname aan de Vroege Start. Daarnaast zien we dat nog maar een klein deel van de inburgeraars de inburgering heeft afgerond. Het uitgangspunt dat inburgeraars Nederlands leren combineren met participeren blijkt in de praktijk bovendien weerbarstig. Dit blijkt uit de derde rapportage van het onderzoek naar het Rotterdamse inburgeringsbeleid dat in opdracht van de gemeente Rotterdam door een team van onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam en de afdeling Onderzoek en Business Intelligence wordt uitgevoerd.
In vergelijking met de andere drie grote steden hebben inburgeraars in Rotterdam vaker al meerdere stappen in het traject gezet. Vooral statushouders starten relatief snel met de eerste gesprekken over inburgering. 82% van de statushouders in Rotterdam start hier binnen zes weken na huisvesting in de gemeente mee. Voor gezinsmigranten in Rotterdam is dit met 31% aanzienlijk lager. Zij ronden daarentegen wel sneller het participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) af. Het vaststellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) binnen de beoogde termijn van 10 weken blijkt voor beide groepen lastig. dit geldt ook voor de andere drie grote steden.
De zogeheten Vroege Start, waarbij inburgeraars al in de opvang beginnen met gesprekken over hun inburgering, bereikt in alle gemeenten maar een klein deel van de inburgeraars. 20% van de Rotterdamse statushouders nam deel aan de brede intake in de opvang en bij 8% werd in de opvang al de overeenkomst voor het PIP afgesloten.
Bovendien is in alle gemeenten het aantal inburgeraars dat het volledige inburgeringstraject al heeft afgerond nog laag. Eind 2024 had in Rotterdam slechts 3% van de statushouders en 9% van de gezinsmigranten die in 2022 zijn gestart aan alle verplichtingen voldaan. Door landelijke opstartproblemen zijn de meeste inburgeraars wel pas in het najaar van 2022 gestart met hun inburgeringstraject.
Het combineren van taal leren en participeren blijft complex
De inburgeringswet beschouwt dualiteit – het combineren van taal leren en participeren – als een belangrijke succesfactor voor de inburgering. De Rotterdamse praktijk laat zien dat dualiteit in de praktijk weerbarstig is, zoals eerder ook aangetoond in andere gemeenten. De taal leren en participeren versterken elkaar niet altijd, maar kunnen elkaar ook in de weg zitten. Daardoor bestaat het risico op vertraging in het inburgeringstraject en afschaling in het te realiseren taalniveau.
Geïntegreerde trajecten komen nog maar weinig voor: taal leren en participeren vinden veelal naast elkaar plaats en niet op dezelfde plek. In Rotterdam zet men zich in voor meer leerwerktrajecten. Deze geïntegreerde combinatie van taal leren en participeren vraagt veel afstemming tussen inburgeraars, werkgevers en de gemeente, evenals voldoende tijd en middelen voor begeleiding. Trajecten waarin taal en participatie echt samenkomen zijn vaak kleinschalig en tijdelijk.
De mogelijkheden om de taal te leren en participeren verschillen tussen inburgeraars. Factoren zoals gezondheid, opleidingsniveau, gezinssituatie en het soort werk spelen een grote rol. Ook geven sommige inburgeraars de voorkeur aan het eerst afronden van de inburgering om daarna op de arbeidsmarkt te participeren.
Voor sommige inburgeraars helpt werken bij het leren van de taal en het opbouwen van een netwerk, terwijl het voor anderen juist weinig toevoegt. Zij komen in banen terecht waar geen Nederlands wordt gesproken en waar weinig leer- en ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Werk levert dan extra druk op voor het afronden van het inburgeringstraject. Dit onderstreept het belang van maatwerk.
Samenwerking EUR-OBI
Dit vierjarige onderzoeksproject (2022-2026) is een samenwerking tussen de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en de afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) van de gemeente Rotterdam. Voor het eind van 2026 volgt de vierde rapportage, waarin conclusies over de effectiviteit van het Rotterdamse inburgeringsbeleid zullen worden getrokken.
Over het rapport
Op koers met het nieuwe inburgeringsbeleid in Rotterdam? Procesresultaten en verdiepend onderzoek naar dualiteit. Door: Roxy Damen (EUR), Alex Hekelaar (OBI), Frans Moors (OBI), Meghan Rens (EUR), Anita Watzeels (OBI) en Jaco Dagevos (EUR/SCP).
Uitgave: Erasmus School of Social and Behavioural Sciences, Erasmus Universiteit Rotterdam & afdeling Onderzoek en Business Intelligence, gemeente Rotterdam, februari 2026
- Onderzoeker
- Onderzoeker
- Onderzoeker
- Meer informatie
Marjolein Kooistra, communicatie ESSB, 0683676038, kooistra@essb.eur.nl

